Wie is online
7 bezoekers online
Schrijf ons
Je kunt ons altijd schrijven via de contactpagina.
Voor alle nieuwe posts…

volg ons op Twitter

Tweet het openingsbericht ->
Rubrieken
Portal
Portal van bekende en vooral minder bekende bloggers en opiniemakers.
English?

Translation by Google in Chrome: please, click the right mouse button and select 'English'.

Archief
september 2019
Z M D W D V Z
« aug    
1234567
891011121314
15161718192021
22232425262728
2930  

De oneindige colonne

(Hoe een tienjarige Brabantse jongen het binnentrekken van de bevrijders in 1944 beleefde. Boekfragment)

Ze zijn gaan kijken, hoe het er in de Duivelsbruglaan bij stond, maar op de Ginnekenweg in een deinende mensenmassa terecht gekomen. Mensen die geen oog hadden voor het puin, de glasscherven en de gaten die de granaten in de huizen en winkels hadden geslagen.

Vooruit, tot op de hoek van de Markt en de Kerkstraat. Daar stonden soldaten met de letters MP op hun helmen het verkeer te regelen. Twee oneindig lijkende colonnes voegden zich hier samen. Vanuit de richting Bavel-Ulvenhout en van de kant van het kasteeltje en de Galderseweg. Colonnes van Shermantanks met witte sterren op hun flanken, pantserwagens met wielen van voren en rupsbanden van achteren, kleine, wendbare tanks, vrachtauto’s vol infanteristen en daartussen telkens ’n heel leuk autootje met diezelfde ster op de motorkap en alleen maar ’n afdakje van zeildoek als beschutting. Grote sprietantennes staken uit de voertuigen.
Zonder ophouden ratelden ze aan, de tanks. De commandanten met hun koptelefoons zaten in een soort mangat. Zwaaiend, links en rechts handen drukkend. Zo hoog als de slaapkamer? Niet echt – maar toch waren het joekels en had Denissen niet erg overdreven, vond Sus.

Op de hoek bij ’t Rooie Winkeltje stopte zo’n tank heel even, maakte een kwart slag en rolde verder totdat-ie bij de Kerkstraat even moest wachten om te worden ingeritst. Want de MP liet om beurten een voertuig uit de richtingen Ulvenhout en Galder toe in de rij die naar de stad trok. Zo mengden zich Polen met Engelsen, Amerikanen en Canadezen. Sus wachtte tot-ie ook zo’n stuk chocola uit een van de tanks te pakken had en worstelde zich kauwende door de menigte, richting Duivelsbrug.

Suuuus, Suuuuske!
Hij zag Jan Kleynveld die met een vlag stond te zwaaien. In het voorbijgaan keek hij even naar de gehate villa – geen mens te bekennen, de deur stond open, de hakenkruisvlag was verdwenen.
Verder, naar de brug, want die was toch kapot? Daar was bij het bombardement van het kuurhotel precies in het midden een bom doorheen gegaan; je had er alleen nog maar te voet overheen gekund.

Op de hoek, bij het op een na laatste huis voor de Mark bleef-ie staan. De tanks reden door een stuk van de voormalige tuin van de door bommen getroffen kuurinrichting, doken als het ware van de Markoever op een noodbrug van hout en ijzer en klommen vervolgens weer op naar de voortuin van Van den Biesen. Wat hadden ze die brug gauw in mekaar gezet.

Golven mensen bleven richting Mark stromen, want hoe eerder je bij de bevrijders was, hoe meer je kon vangen van de sigaretten en de chocola.
Sus tuurde over de weilanden en zag in de bermen van de keiweg rijen tanks staan. Daartussendoor bleven steeds weer nieuwe voertuigen aanrollen.

Hij stond bij de puinhopen van het kuuroord en las de teksten die met krijt op de tanks waren geklad:
Fam. Laureyssen Hoogstraten maak het goed.
Turnhout intact.
En opeens, in hoofdletters: BROOS GROET SUS!!
Ach ja, in Galder maakten ze dit ook allemaal mee. De tankval?! Wat zou de Spies op z’n neus kijken.

Langs de keiweg slenterde Sus van tank naar tank. Hij zei telkens hello tegen de soldaten die daar aan hun voertuigen aan het sleutelen waren. Anderen kookten hun potje op benzinebranders of sliepen aan de slootkant en tegen de bomen, ongehinderd door het voortdurend ratelen en knarsen van het materieel dat maar van de kant van de grens bleef aanrollen. Of het nooit op zou raken.

Wat hadden ze veel spullen bij zich en wat gingen ze daar handig mee om. Geen wonder dat de Duitsers daarvoor op de loop waren gegaan. Wat hadden ze anders nog gekund, met hun zootje ongeregeld, hun gestolen karren en paarden, waaraan etensblikken bengelden.

In de bocht bij Van Aperen kreeg-ie ’n schok. De boerderij was er niet meer, alleen maar ’n smeulende puinhoop. Maar hij was alweer afgeleid door een soldaat met een koptelefoon, die op z’n hurken bij een radio zat. Of dat was zeker een officier. De man praatte snel, knikte en lachte – wenkte hem intussen, wees naar zijn been: Hi, little boy, what is the matter, you’re wounded i see.
Verrek ja, dat been. Kreeg-ie me daar ’n kneepje in z’n wang en weer een plak chocola. Hij kleurde en knikte maar, want hij wist niet wat hij moest zeggen of hoe dat zou moeten.

Trots dat een Tommie iets tegen hem had gezegd, begon Sus terug te lopen. Onderweg zag hij nog hoe Janny op een tank werd getild en gekust.

(Uit: ‘Generaal Stijfnek’, jeugdboek van Guido t’ Sas)

Meer fragmenten uit dit boekske over een kind in oorlogstijd:

Een kermisje van niks

Het Bombardement

Polen, het zijn Polen!

Lees ook: Dagboek van een moeder in oorlogstijd

En: Het drama van de Vloeiweide

Reacties en vervolgstukken Vloeiweide

Voorpagina hhBest

 

Reageer