Wie is online
4 bezoekers online
Rubrieken
Sociale Media & RSS
Met een RSS-feed ontvang je nieuwe berichten in je feedreader. 

 



 

 

 

Archief
augustus 2014
Z M D W D V Z
« jul   sep »
 12
3456789
10111213141516
17181920212223
24252627282930
31  

Het Nieuwste Brabant

3. ‘Veehouderij is vleesfabriek in diervorm’

vleesfabriek
Silo’s bij megastallen. Foto © Jan van de Ven


‘De veehouderij is aan het randje van de afgrond beland. Dat moet men zich realiseren. In de veehouderij moet met steeds hogere efficiëntie steeds meer vlees worden geproduceerd. Het is een vleesfabriek in diervorm. Om het hoofd boven water te houden wordt de veehouder gedwongen om steeds meer zijn toevlucht te nemen tot middelen die hij eigenlijk niet zou moeten willen. Maar het einde van de dynamiek is in zicht’. Deze uitspraak van prof. Maarten Hajer, directeur Planbureau voor de Leefomgeving staat te lezen in een interview met hem.

  

 

De problematiek van de intensieve veehouderij in Brabant wordt weliswaar door verscheidene deskundigen in het Brabantse boekwerk, in interviews of beschouwingen in een groter verband genoemd of benoemd. Nuttig en interessant, maar een samenvattende en diepgravende beschouwing over deze uiterst belangrijke problematiek voor Brabant, de politieke en maatschappelijke gevolgen ervan en het toekomstige perspectief van de sector zou in dit boek niet hebben misstaan. De problematiek van de intensieve veehouderij – toch de achillespees van het Brabantse platteland – zit nu her en der in verschillende artikelen en interviews in het boek verspreid. Soms wat uitvoeriger en best interessant, daar niet van, maar dat had een aparte en afgeronde beschouwing niet in de weg hoeven staan. Brabant is namelijk de meest veedichte plek in de wereld met alle problemen van dien.

bouw_megastalMaar daar waar prof. Maarten Hajer het vraagstuk van de veehouderij ter sprake brengt, draait hij er niet omheen.


<- Bouw van een megastal in de Kempen.


Hij herinnert er aan, dat Nederland de afgelopen jaren heel veel negatieve kanten van de welvaart heeft verstopt. Op de constatering, dat het biologische vlees achter in de schappen ligt en de plofkip victorie kraait, antwoordt hij, dat de waardeveranderingen vaak tot stand komen langs de weg van de stedelijke elite, dus via de kanalen van de culturele elite. Hij benadrukt, dat de overheid voor een lastige opgave staat. ’De mate waarin de overheid tegen de gevestigde belangen aanloopt, moet niet worden onderschat’. En ook: ‘Die gevestigde belangen zijn niet alleen vaak goed vertegenwoordigd in de besluitvormende kringen, de overheid moet ze sowieso respecteren. Ze staan voor bedrijven, voor werkgelegenheid, voor gezinnen’.

Hajer ziet mogelijkheden voor verandering als er perspectief wordt geboden. ‘Er zal een open en dynamisch verhaal verteld moeten worden. Dat is een heel probaat middel om verandering mogelijk te maken in situaties die ogenschijnlijk zijn vastgeroest´. Hij besluit: ´Dat we in de veehouderij voor een omslag staan, is helder. Het zal en het moet. Als we er geen verhaal bij weten te vertellen, zal het veel moeilijker worden de partijen mee te krijgen. Doodzonde zou dat zijn´.

Te royaal

Of het huidige verhaal van het provinciebestuur over de intensieve veehouderij voldoende is, waag ik te betwijfelen. De stand van zaken komt er kort gezegd op neer, dat uitbreiding van de veestapel slechts mogelijk is onder dwingende, strenge milieu-eisen. Verduurzaming is het kernbegrip. De Zuidelijke Land-en Tuinbouw Organisatie (ZLTO) sluit zich hierbij aan met de stelling: een vergunning moet ‘verdiend’ worden. Dus investeren om aan de eisen te voldoen. De Brabantse Milieugroepen en het burgerinitiatief ‘Megastallen Neen’, vinden dit geen afdoende oplossing voor het vraagstuk. Zij houden vast aan het beginsel, dat de landbouw in Brabant grondgebonden en duurzaam moet zijn. Zij stellen nauwgezette eisen met betrekking tot de volksgezondheid en de directe leefomgeving.

In een interview wordt oud-minister van Landbouw in de periode 1989-1990 Gerrit Braks de vraag voorgelegd of Brabant door de intensieve veehouderij niet van nationale trots tot nationale schande is geworden. ‘Niet overdrijven’, zegt de oud bewindsman, maar hij geeft ruiterlijk toe, dat de politiek te royaal ontwikkelingen heeft toegestaan die men beter had moeten beheersen. Zeven jaar na de ministersperiode van Braks, namelijk in 1997, brak in Brabant de varkenspest uit. Elf miljoen varkens werden geruimd. Tussen 2007-2011 sloeg via de geitenhouderijen de infectieziekte Q-koorts toe: In ons land werden 100.000 mensen besmet; 25 mensen stierven. Hoe ver reikt de politieke invloed in de praktijk van alledag als het gaat over de ontwikkelingen in de veehouderij? Door het begrip ‘stankcirkels’ te vervangen door het eufemistische ‘geurnormen’, heb je de stank nog niet weg.

Volgende aflevering: Op weg naar een nieuwe groene revolutie?

Aflevering 1, 16 augustus 2014

Aflevering 2, 23 augustus 2014

Reageer