Wie is online
11 bezoekers online
Voor alle nieuwe posts…

Volg ons op Twitter

Tweet het openingsbericht ->
Schrijf ons

Je kunt ons altijd schrijven via de contactpagina. Daar vind je ook richtlijnen, voor het geval dat je mail-notificaties wenst bij nieuwe 'posts' aangaande Best. 

Rubrieken
Opinie of niet?

ls een post op deze site begint met wat in de typografie heet een initiaal, zoals de A hier, bevat zij een mening of interpretatie van de schrijver.

English?

Translation by Google in Chrome: please, click the right mouse button and select 'English'.

Archief
december 2012
Z M D W D V Z
 1
2345678
9101112131415
16171819202122
23242526272829
3031  

De tragische afgang van Gerard Reve

Boekbespreking door Sante Brun


Het derde en laatste deel van de biografie die Nop Maas schreef van Gerard Reve is uiteindelijk vooral de geschiedenis van een jaar of dertig van de geklofte Rotterdamse volksjongen en zelfbenoemde pedofiel Joop Schafthuizen, die tussen zijn toevallige ontmoeting met Reve omstreeks 1975 en het overlijden van Reve in april 2006 kans zag zich vast te zuigen in het leven en het werk van de schrijver en dat leven en werk grotendeels te overschaduwen.
Hij bepaalde uiteindelijk wat Reve wel en niet mocht schrijven, wel of niet mocht zeggen, waar de schrijver wel of niet zijn opwachting zou maken en welke vrienden hij wel of niet mocht hebben – de vrienden die Reve had vóór hij Schafthuizen ontmoette waren allemaal min of meer taboe, inclusief Reve’s ex-echtgenote Hanny Michaelis.

In toenemende mate stond de flamboyante briefschrijverij van de Auteur Soleil volledig onder curatele van Matroos Vosch – ergens in de jaren negentig ging Schafthuizen ertoe over de blanco vellen papier waarop Reve met kroontjespen zijn brieven placht te schrijven vooraf te nummeren, zodat er geen geheime correspondentie meer de deur uit zou kunnen.

omslag-revebio-2En daar hield het niet mee op. Schafthuizen bemoeide zich ook intensief met de biografie die Nop Maas schreef, met name dit derde deel De late jaren1975-2006. Het boek dat ik de laatste weken in toenemende verbijstering las – overigens niet uitsluitend door het optreden van Schafthuizen, zonder hem zouden de strapatsen van Reve zelf ook al een boeiend boek hebben opgeleverd – is een zwaar verminkt werk. Vrijwel alle geldbedragen die genoemd worden, waardoor je een indruk zou kunnen krijgen van de opbrengst van het werk van Reve en de daarmee gepaard gaande welstand, zijn op last van Schafthuizen geschrapt en vervangen door drie sterretjes. Die opsomming zou misschien nog gemist kunnen worden (op één plaats is trouwens een bedrag van vijfduizend gulden over het hoofd gezien) maar wat vooral schrijnt is dat Schafthuizen op een groot aantal plaatsen kennelijk voor hemzelf ongunstige passages heeft laten schrappen.

Gelukkig niet alles. Geteisterd door koude rillingen lees je wat Schafthuizen over Reve en zijn werk zegt. Het archief nam nogal wat plaats in, vond hij, toen hij het eenmaal min of meer compleet had. En begon uit te verkopen: pakken brieven werden geveild, door Reve gesigneerde eerste exemplaren van zijn boeken gingen over de toonbank – Schafthuizen kocht er, hij maakte daar geen geheim van, Polynesische kunst van voor zijn eigen verzameling, en veel antiek. Ook het manuscript van De Avonden kon wel weg, vond hij, dat pak papier dat lag daar maar en hij had er liever een schilderij uit de Gouden Eeuw voor, voorstellende een mooie jongen.

Reve werd in de loop van de tijd steeds banger voor Joop, terwijl die hem zelfs herhaaldelijk iets essentieels, namelijk een eenvoudige, stille plek om rustig te kunnen werken, afnam – Schafthuizen had alle plaats in alle huizen nodig om zijn groeiende antiekverzameling – raad eens van welke centen gekocht – te kunnen uitstallen. Reve verzuchtte wel eens dat hij wel van Joop af wilde, desnoods door diens dood – maar aan de andere kant moest Joop ook blijven, ‘want die weet waar alles ligt.’

Schrijfproces

Hoewel de onderlinge vechtpartijen van de twee mannen, hun publiek wangedrag en liederlijke drankgelagen een belangrijk element vormen in dit derde deel van Reve’s biografie, zijn er ook de verslagen van grote reizen die ze maakten, onder andere naar Sri Lanka en Indonesië, met als belangrijkste oogmerk ontmoeten en omgang met liefst zo jong mogelijke jongetjes. De beschrijving van zijn eigen reis naar Zuid-Afrika laat al flink doorschemeren dat Reve het contact met de werkelijkheid begon te verliezen. Tussendoor schreef Reve nog een aantal boeken, het schrijfproces was vaak de oorzaak van huiselijke spanningen en het best schreef Reve als Schafthuizen ‘voor zaken’ een tijdlang elders, vooral in Nederland verbleef. Ik heb de meeste boeken uit die periode gelezen en me daarbij met name bij de latere afgevraagd of die ook zo boeiend waren gebleken als Reve er daarnaast niet zo’n flamboyant, zeg maar rustig scandaleus leven op na had gehouden. De beschrijvingen die Reve aan correspondenten gaf van de boeken die hij onderhanden had, strookten in steeds mindere mate met het uiteindelijk resultaat.

Je vraagt je ook af: zou het leven van de zelfbenoemde Volksschrijver niet heel anders zijn gelopen als hij Schafthuizen niet toevallig was tegengekomen? Misschien is het ook weinig zinvol om daarover te speculeren. Wat je wel kunt stellen, dat is dat Reve in zijn buitengewoon particuliere merk godsdienstigheid, zijn mystiek met  de heilige Maria als Maangodin en de daarmee samenhangende seksuele (sadomasochistisch en pedofiel) en politieke voorkeuren van diepzwart rooms-fascistische aard met name in de loop van die ruim dertig jaar volkomen los kwam te staan van wat de gewone sterveling ervaart als het normale leven van alledag.

Samenvattend kun je ook rustig zeggen dat de persoonlijke carrière van Reve verpieterde in de slagschaduw van Joop Schafthuizen, en dat zijn literaire carrière steeds meer leunde op de grote (maar afbrokkelende) schare fans en niet op de kwaliteit van het werk.

Ik noemde daarstraks ruim dertig jaar als beschreven periode, maar feitelijk was na ongeveer twintig jaar de carrière van Reve al ten einde. Vanaf 1996 zette een betrekkelijk snel dementeringsproces in, dat onder andere inhield dat Reve mentaal en fysiek volledig afhankelijk werd van Schafthuizen. Die dan ook die laatste tien jaar van Reve afhankelijk werd: twee zielige oude mannen die elkaar uiteindelijk niet meer konden missen.

De grote literaire prijs

De bittere beker moest tot de laatste druppel worden geledigd. De laatste grote literaire prijs, de Prijs der Nederlandse Letteren ging Reve’s neus voorbij doordat Schafthuizen zich inmiddels vergrepen had aan een dertienjarige jongen in het West-Vlaamse Machelen waar de twee in 1992 waren neergestreken. (Schafthuizen had het huis daar gekocht zonder dat Reve het gezien had.) Koning Albert weigerde de prijs aan Reve uit te reiken, Schafthuizen werd veroordeeld voor zijn zedenmisdrijf.

Reve begon soms te zwerven, werd incontinent en moest uiteindelijk een verpleeghuis worden opgenomen waar hij in april 2006 overleed.

Nop Maas lijkt in de loop van dit boek steeds sceptischer te gaan staan tegenover Gerard Reve, als mens en als schrijver. Hij heeft niettemin met dit derde en laatste deel van bijna 800 pagina’s een opmerkelijke prestatie geleverd, onder de voortdurende dreiging van Joop Schafthuizen die niet terugschrok van fysiek geweld als hem dat zo uitkwam. Het derde deel werd uiteindelijk, met een vertraging van twee jaar, ook uitgegeven zonder toestemming van Schafthuizen, die de enige erfgenaam van Reve was. Het is, zoals gezegd, een verminkt werk – je zou ook kunnen zeggen dat de passages die Schafthuizen heeft laten schrappen en vervangen door groepjes van drie sterretjes, daardoor meer zeggen dan duizend woorden.

Reageer