Wie is online
4 bezoekers online
Voor alle nieuwe posts…

Volg ons op Twitter

Tweet het openingsbericht ->
Schrijf ons

Je kunt ons altijd schrijven via de contactpagina. Daar vind je ook richtlijnen, voor het geval dat je mail-notificaties wenst bij nieuwe 'posts' aangaande Best. 

Rubrieken
Opinie of niet?

ls een post op deze site begint met wat in de typografie heet een initiaal, zoals de A hier, bevat zij een mening of interpretatie van de schrijver.

English?

Translation by Google in Chrome: please, click the right mouse button and select 'English'.

Archieven
mei 2021
Z M D W D V Z
 1
2345678
9101112131415
16171819202122
23242526272829
3031  

Wij allen zijn wel eens Oblomov

eel mensenoblomov weten van het bestaan van een boek genaamd Oblomov, van de Russische schrijver Ivan Gontsjarev, verschenen in 1861. Daaruit is het beeld ontstaan dat Oblomov een enorme luiaard is, die vrijwel altijd in bed ligt. Daarentegen merkt kenner van de Russische taal en cultuur Karel van het Reve op, dat Oblomov niet zozeer lui is, maar, interessanter, ’een grote weerzin [voelt] als van hem verwacht wordt zich druk te maken over de dingen waar iedereen zich druk over maakt.’

Het misverstand is hardnekkig omdat niet zoveel Nederlanders het boek daadwerkelijk hebben gelezen, terwijl het toch driemaal in het Nederlands is vertaald.

 

 

 

Omdat ik graag mag grasduinen in boeken die op de lijst der onsterfelijken staan kocht ik een exemplaar van het boek dat (in 1958) vertaald is door Wils Huisman. De vertaling levert een vlotte, bijna moderne tekst op die het lezen van het boek tot een aangename bezigheid maakt. Ik zal niet suggereren dat ik het wonderlijk vind dat een boek uit het midden van de negentiende eeuw zo modern ‘leest’, ik noem het hier alleen dat het me gewoon opvalt.

Dan eerst nog een ander probleempje. Ook ik heb me jarenlang schuldig gemaakt aan het verkeerd uitspreken van de naam van de romanheld Oblomov. De naam – die zoiets betekent als Brokkens, zoals Koeznjetsov Smeets betekent – moet worden uitgesproken als Ablómaf; maar dan ben je er nog niet, want die laatste a hoor je nauwelijks, die f moet een beetje klinken als een v en de middelste o klinkt als de o in Moskou zoals uitgesproken door David Jan Godfroid of Derk Sauer. Toen ik lang geleden poogde Russisch te studeren kreeg ik het verwijt dat ik met een Italiaans accent sprak. Tja, niet iedereen heet Frans Timmermans.

O ja, en nog iets: de verwarring – als daar tenminste sprake van is – wordt nog vergroot doordat op de omslag van de uitgave die ik las de naam van Oblomov inderdaad zo gespeld wordt, maar in het boek zelf als Oblomow, hetgeen duidt op de voorkeur van de vertaler voor de op zich vreemde fonetische spelling die in Duitsland voor het Russisch wordt gehanteerd – dat woord kan mijns inziens niet anders worden uitgesproken als ‘Oblomo’; waar dat voor nodig is, Bog mag het weten.

Dan het verhaal zelf. Oblomov is een ongeveer dertigjarige vrijgezel, lid van een soort lagere adel in Rusland. Hij is de eigenaar van een landgoed elders in Rusland – hij woont zelf in Sint Petersburg. Hij leeft van de opbrengst van het landgoed waar enkele honderden boeren zijn lijfeigenen zijn; hij is voor de omvang van zijn inkomen afhankelijk van de rentmeester, maar die gooit er kennelijk met de pet naar. In zijn eigen richting, als je begrijpt wat ik bedoel.

Intussen is Oblomov ook slachtoffer van zogenaamde vrienden, die hem vooral gebruiken om er zelf beter van te worden. Er is er maar één, een Duitser genaamd André Stolz, die hij kent uit het dorp van zijn landgoed waar Stolz’ vader onderwijzer was, die het goed met hem voor heeft. Hij woont noch redelijk riant, maar geldgebrek noopt hem te verhuizen – met veel tegenzin en lang uitstellen – naar een armzalige buitenwijk: de rentmeester houdt hem kort.

Er staan hem dus een paar dringende dingen te doen. Orde op zaken stellen op zijn landgoed, zich ontdoen van zijn ‘vrienden’ die hem uitzuigen, adviezen – om te gaan reizen, een vrouw te zoeken – van Stolz opvolgen. Hij wil dat allemaal wel, maar kom er maar eens toe. Ook al omdat hij nooit tevreden is over de plannen die hij bedenkt voor het landgoed.

Op een dag komt hij toevallig Olga tegen. Zij is een paar jaar jonger dan hij en ondanks zijn slordige, ja zelfs vadsige uiterlijk raakt ze verliefd op hem – en hij op haar, zou je denken, maar daar komt die aarzeling weer: is hij wel echt verliefd, is hij haar wel waard, is hij niet te oud voor haar, sleurt hij haar niet in het verderf, wat zullen de mensen er wel niet van denken dat hij haar steeds maar weer min of meer stiekem op de laantjes van een bos ontmoet?

Een en ander geeft de schrijver de gelegenheid uit te weiden over het leven van de lagere adel in het tsaristische Rusland van de negentiende eeuw: jonge edellieden die uit zijn op een niet al te moeilijk baantje in de omvangrijke bureaucratie van het land, de enorme terughoudendheid en vormelijkheid in de omgang tussen de seksen, de strenge scheiding tussen de maatschappelijke klassen. Daarnaast zie je hoe de mensen van (land)adel en uit de goed boerende handelsklasse reizen naar Parijs en Florence, naar Egypte en Amerika.

Maar Oblomov ziet daar maar in zijn hutje met zijn krankzinnige knecht, hij maakt plannen, haalt de banden met Olga strakker aan en verbreekt ze weer. Aarzelt, piekert, maakt zichzelf verwijten, geeft maar weer toe aan zijn ‘vrienden’ om er vanaf te zijn. Stolz wil hem meenemen op zijn reizen maar zijn koffer blijft half ingepakt, zijn excuus is dat alles hem te snel gaat, kan het niet wachten tot volgende maand? Het krijgen van een reispas zal erg ingewikkeld en tijdrovend zijn zodat hij er maar niet aan begint; hij krijgt post die hij niet openmaakt omdat hij de inhoud vreest, eigenlijk vindt hij het wel prettig bij de goede kost van zijn hospita die ook nog lekker mollige armen heeft. (Die zij later nog eens om hem heen sluit met als resultaat de kleine Andrej, genoemd naar Stolz.)

Maar zeg nu eens eerlijk (ik lijk Mark Rutte wel): hebben wij niet allemaal wel eens zo’n periode dat we nergens zijn in hebben, dat we noodzakelijke dingen uitstellen tot ze niet meer noodzakelijk zijn – of tot de deurwaarder opduikt? Andrej Stolz begrijpt dat ook, geeft het verschijnsel, deze gemoedstoestand van zijn vriend ook een naam: het oblomovisme.

Ik zal niet alles verklappen maar het oblomovisme houdt de edelman in zijn greep, hoewel hij toch een aantal beslissingen neemt, zoals het de laan uit sturen van zijn rentmeester. Maar als André Stolz er niet was geweest…

Voorpagina hhBest

Reageer