Wie is online
12 bezoekers online
Voor alle nieuwe posts…

Volg ons op Twitter

Tweet het openingsbericht ->
Schrijf ons

Je kunt ons altijd schrijven via de contactpagina. Daar vind je ook richtlijnen, voor het geval dat je mail-notificaties wenst bij nieuwe 'posts' aangaande Best. 

Rubrieken
Opinie of niet?

ls een post op deze site begint met wat in de typografie heet een initiaal, zoals de A hier, bevat zij een mening of interpretatie van de schrijver.

English?

Translation by Google in Chrome: please, click the right mouse button and select 'English'.

Archief
februari 2020
Z M D W D V Z
 1
2345678
9101112131415
16171819202122
23242526272829

‘Ze noemen me baboe’: een leven voor Jantje

Sante Brun


ze-noemen-me-baboeeruit het vervelendste in je leven is de zelfgemaakte vakantiefilm van familie of vrienden. De makers vinden het zelf fantastisch, maar jij denkt: zo, dat zitten we nog wel even uit, als het niet langer duurt dan twintig minuten en anders verzin je een smoes om je aan de rampspoed te onttrekken.

Maar een echt lumineus idee blijkt het te zijn, als je zo’n gezellige familiefilm gebruikt om er een documentaire mee te maken over een lang onbelicht gebleven hoekje van het leven in de tijd ‘dat we Indië nog hadden’: het leven van de kindermeisjes die Hollandse families in de overzeese gebiedsdelen erop nahielden. De kindermeisjes die ‘baboe’ werden genoemd. De film heet dan ook ‘Ze noemen me baboe’.

 

 

 

Opeens zit je op het puntje van je stoel in de bioscoop te kijken naar die vaak wazige en trillende zwart/witbeelden zonder geluid, maar met die zoetgevooisde stem eronder die in dat zacht vloeiende Indonesisch verslag doet van haar leven als ‘baboe’.

Het moet een enorme zoektocht in geweest om alle passende filmbeelden (uit bijna 180 films) bij elkaar te sprokkelen in filmmuseum Eye in Amsterdam en bij Beeld & Geluid in Hilversum, maar regisseur Sandra Beerends is daar perfect in geslaagd. En al helemaal een voltreffer is de keuze van actrice Denise Aznam om ‘baboe’ Alima een stem te geven.

De periode waarin de film zich afspeelt is naar schatting die tussen 1928 en 1949 – Beerends geeft hier geen informatie over, zoals zo ongeveer alles van de geschiedenis in die periode wordt weggelaten, op het hoogst noodzakelijke na.

Alima ontvlucht Djokja als jong meisje, wanneer ze uitgehuwelijkt dreigt te raken aan een oude man. Ze komt terecht in Bandoeng (ik gebruik de destijds gebruikelijke namen) waar ze een oproep zien van een gezin dat een ’baboe’ zoekt. Ze vindt dat een raar, en inderdaad ook niet-bestaand woord, door Nederlanders ‘gemaakt’, en dat letterlijk kind-vrouw zou kunnen betekenen: kindermeisje dus. Het gezin heeft een vijftal kinderen van wie de jongste, een schattige dikke baby genaamd Jantje, aan Alima wordt toevertrouwd. Het duurt niet lang of Alima beschouwt Jantje als haar eigen kind. (Veel in voormalig Nederlands Indië opgegroeide Nederlanders zullen dat beeld herkennen).

Alima gaat mee op verlof naar Nederland, waar natuurlijk alles vreemd is maar waar de aanwezigheid van Jantje haar met de ijskoude winter en de troosteloze straten van Den Haag verzoent.

Na de terugkeer in Indonesië breken moeilijke tijden aan: de Japanners bezetten het land en veranderen alles – met name de tot dan toe onbetwiste superioriteit van de blanke overheersers is opeens verdwenen. Alima ziet dat wel, maar blijft ‘haar’ familie loyaal, ook in de bersiaptijd (wees paraat) die volgt op de Japanse nederlaag, als wilde bendes jongelui met hun speren de door Soekarno uitgeroepen onafhankelijkheid serieus nemen en alvast met de afrekening beginnen.

In Nederland komt Alima ook in contact met Indonesische studenten die voor onafhankelijkheid zijn. Het lokt haar wel aan, maar uiteindelijk denkt ze vooral aan haar eigen leven en hoe ze dat vorm zal geven.

Je ziet van dat alles korte beelden – Soekarno die in korte broek zijn aanhangers opruit, de paddenstoelwolk die symbool staat voor de Japanse nederlaag, enkele korte beelden van de aankomst van Nederlandse troepen, de samenvatting van wat er gebeurt tot Nederland aan het kortste eindje trekt wordt gesymboliseerd door beelden van een hanengevecht.

Alima heeft dus feitelijk nauwelijks een mening over alles, haar enige wens is: Jantje behouden.

Uit het beschikbare materiaal is een buitengewoon zorgvuldige keuze gemaakt die ertoe leidt dat de beelden van het blije gezinsleven worden afgewisseld met vredige straattaferelen waar oud-Indiëgangers nog altijd heimwee naar hebben, naar wajang-voorstellingen waar de ‘inlandse’ toeschouwers naar de schaduwen kijken terwijl de ‘belanda’s’ de voorkeur geven aan het kijken naar de poppenspeler met de wajangpoppen.

De enige die doodgaat in de film (buiten een in de kali drijvend lijk) is Riboet, de vriend van Alima.

Alima keert terug naar Djokja en krijgt daar haar kind, een dochter. Haar eigen Jantje.

Reageer