Wie is online
6 bezoekers online
Schrijf ons
Je kunt ons altijd schrijven via de contactpagina.
Voor alle nieuwe posts…

volg ons op Twitter

Tweet het openingsbericht ->


Instagram

Rubrieken
Portal
Portal van bekende en vooral minder bekende bloggers en opiniemakers.
English?

Translation by Google in Chrome: please, click the right mouse button and select 'English'.

Archief
april 2019
Z M D W D V Z
« mrt   mei »
 123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
282930  

Le Bonheur of: hoe simpel kan geluk zijn

Sante Brun


le-bonheurUit de jaren vijftig en zestig, toen ik wekelijks te consulteren was in een of meer bioscopen – premières in Amsterdam, veel andere films in Nijmegen – herinner ik me maar enkele films echt levendig. De vader van de bruid met Spencer Tracy en Elizabeth Taylor, Le Salaire de la peur met Yves Montand, The Glenn Miller Story, Domani è troppo tardi met Anna Maria Pierangeli.

En Le Bonheur van Agnès Varda met Jean Claude Drouot, vermoedelijk in 1966 gezien in de Carolus bioscoop op het Plein 1944 in Nijmegen.

Ik herinner me een opvallend kleurrijke film, een idyllisch gezinnetje van een man, vermoedelijk tuinman, met een leuke vrouw en twee schattige kindertjes, het toonbeeld van geluk, kortom: Le Bonheur. Ik herinnerde me ook dat de man een vriendin krijgt en dat eerlijk opbiecht aan zijn echtgenote. Het geluk ging door, maar ik snapte er met het verstrijken van de jaren steeds minder van. Ik heb ook naar de film gezocht, maar nooit gevonden (ik kan niet goed zoeken), maar afgelopen vrijdag was hij op tv, wellicht omdat een paar dagen eerder Agnès Varda was overleden, op TV5Monde, gelukkig ook nog Nederlands ondertiteld. Want behalve jarenzestigwazig was het geluid ook niet van hoge kwaliteit.

Maar de kleuren, die uitzinnige kleuren van het geluk, die herinnerde ik me goed.

De tuinman bleek een timmerman, die zielsveel van zijn vrouw Thérèse en zijn kinderen houdt, het spat er gewoon vanaf. Ziet hoe heerlijk ze met zijn viertjes ergens in een schitterend bos picknicken en bloemen plukken en vrijen en stoeien.

Die timmerman, François, moet voor zijn werk ook af en toe met iemand buiten Parijs bellen, en dat ging ruim vijftig jaar geleden nog niet zo gemakkelijk als tegenwoordig. Sterker nog, het ging zo ingewikkeld dat je wel twee keer nadacht voor je een interlokaal telefoongesprek overwoog. Je moest ervoor naar het postkantoor, daar zat een telefoniste aan wie je vertelde met wie je wilde bellen, zij ging voor je aan de slag, jij ging naar een telefooncel in het kantoor en even later gaf ze jou een seintje dat de verbinding tot stand was gebracht.

En daar blijft het niet bij. Het is wat je noemt liefde op het eerste gezicht met Emilie, de telefoniste (Marie-France Boyer, volgende week wordt ze 81). Na een korte verwarring merkt François dat hij het er best bij kan hebben, het geluk met zijn gezinnetje blijft gewoon bestaan, het geluk met de telefoniste neemt een hoge vlucht.

Maar François wil wel open kaart spelen en tijdens een zondagse picknick vertelt hij zijn vrouw Thérèse in opvallend poëtische bewoordingen dat hij een vriendin heeft, dat er niets verandert en dat hij zowel van Thérèse als van Emilie houdt. Na haar eerste schrik lijkt Thérèse zich in de nieuwe situatie te schikken, de kinderen doen een middagslaapje en François en Thérèse hebben seks en vallen ook in slaap.

Dan worden de kinderen wakker en zien alleen François. Thérèse is weg – François heeft duidelijk een voorgevoel, neemt de beide kinderen op de arm en begint een ademloze zoektocht langs het de visvijver in het bos.

De geoefende filmkijker weet het al: Thérèse heeft zich verdronken.

De daarop volgende scène betreft de begrafenis met aansluitend de familie bijeen, in overleg over wat er met de kinderen moet gebeuren. Besloten wordt dat ze naar familie van Thérèse gaan en François gaat weer aan het werk.

Na een decent poosje neemt hij weer contact op met Emilie, de wederzijde gevoelens hebben niet geleden onder de situatie, Emilie wil graag verder met François en met de kinderen die Emilie ook heel leuk vinden. Iedereen is Thérèse en haar gruwelijke beslissing glad vergeten, lijkt het.

Intussen is het herfst, een laatste picknick van het viertal – alles zoals vroeger, maar dan met Emilie. Het geluk is er nog steeds en de bioscoopganger, die alles begrijpt, ziet het viertal, de kinderen in het midden, in de verte van het goudgele, hier en daar felrood gekleurde bos verdwijnen, een gelukkige toekomst tegemoet.

Op het eerste gezicht is de film ietwat houterig gemaakt, het lijkt wel een stripverhaal, de acteurs spelen onopvallend goed hun rollen. Vanzelfsprekend, dat is het woord dat er het beste bij past. En het toch eigenlijk wel vreemde verhaal overtuigt ook.

Nu begrijp ik ook waarom die film bij mij is blijven hangen – wellicht had ik destijds Hiroshima Mon Amour (van Resnais en Duras) net gezien, een film waar je geen bal van snapte maar dat durfde je tegen niemand te zeggen. Zo goed als je destijds over een simpele film als Le Bonheur, die film over simpel geluk, niet eens durfde praten omdat je natuurlijk films als een doktersromannetje nooit goed kon vinden.

Voorpagina hhBest

Reageer