Wie is online
6 bezoekers online
Schrijf ons
Je kunt ons altijd schrijven via de contactpagina.
Voor alle nieuwe posts…

volg ons op Twitter

Tweet het openingsbericht ->
Rubrieken
Portal
Portal van bekende en vooral minder bekende bloggers en opiniemakers.
English?

Translation by Google in Chrome: please, click the right mouse button and select 'English'.

Archief
maart 2019
Z M D W D V Z
« feb    
 12
3456789
10111213141516
17181920212223
24252627282930
31  

Een schitterende achtbaan

Boekbespreking door Sante Brun


m erin te komen eerst maar eens een paar losse opmerkingen. Otmar’s Zonen, het langverwachte tweede boek van Peter Buwalda, bevat een aantal losse draden die vermoedelijk pas in de volgende delen (er komen er nog twee, waarvan er een nagenoeg al klaar is) aan de orde komen.

Een ervan: Otmar Smit (die zelf nauwelijks in het boek voorkomt) heeft maar één zoon en een stiefzoon. De zoon, Dolf, is een geweldige pianist die in zijn eigenwijsheid op de afgrond afstevent, maar in het boek een betrekkelijk kleine rol speelt, namelijk als de ontdekker van een verloren gegaan deel uit een sonate van Beethoven.

buwalda

 

 

 

Een iets grotere rol speelt de stiefzoon, Ludwig, die tijdens zijn studie op de Universiteit Twente kennis maakt met een van de twee hoofdpersonen van het boek: Isabelle Orthel. De andere hoofdpersoon is Johan Tromp, van wie gesuggereerd wordt dat hij de verdwenen ‘echte’ vader van Ludwig Smit is. In interviews heeft Buwalda gezegd dat dat de kern van het eerste deel van de trilogie is: jongen gaat op zoek naar zijn vader, maar voorlopig hangt de conclusie dat Tromp Ludwigs vader is nog in de lucht.

Isabelle, uit Thailand geadopteerd meisje, terecht gekomen in een chique familie Star Busman, heeft in Twente soort relatie (gehad) met Ludwig Smit. Ze is inmiddels een gevreesd onderzoeksjournaliste. Hans Tromp is het soort man als Siem Siderius uit Buwalda’s debuut Bonita Avenue: een man die over lijken gaat voor zijn carrière, maar eenmaal aan de top aangekomen er nogal slordig mee omspringt.

Vanuit een nogal kneuterig Nederland – Blerick, Venlo, Eindhoven, Enschede – ontwikkelt zich een magistraal verhaal waarvan de essentie zich afspeelt in Nigeria en op het Siberische eiland Sachalin, niet toevallig allebei olielanden – Hans Tromp is inmiddels opgeklommen tot de hoogste rangen van Shell.

Hans Tromp is uiteraard een cynische rechtse bal met nogal aparte seksuele hobby’s uit de sadomasochistische hoek. En al even clichématig is Isabelle Orthel, die, om aan scoops te komen niet alleen met groot gemak de benen spreidt, maar zich ook het seksuele tijdverdrijf van Tromp laat welgevallen – ze kan na afloop af en toe niet meer goed zitten, zal ik maar zeggen.

De ontmoetingen van al die mensen (ik tel er een stuk of twintig) zijn stuk voor stuk opvallend toevallig. Ik bedoel, hoe ‘normaal’ is het dat Ludwig Smit die in Enschede een studentenkamer naast die van Isabelle heeft gehad, veel later, per ongeluk, door een sneeuwstorm gedwongen, in een hotel op het eiland Sachalin met haar in hetzelfde bed terechtkomt?

Zo heb ik natuurlijk al veel te veel spoilers vermeld, maar dat doe ik omdat Otmar’s Zonen iets anders is dan een glad in elkaar gestoken verhaaltje ‘met moderne oogopslag’. Het is een krankzinnig wervelende roman, die geschreven lijkt in één grote woedende nacht waarbij diverse computers door oververhitting het loodje hebben gelegd.

En wat de grootste kwaliteit van het boek is: dat wervelende aspect brengt herhaaldelijk, eigenlijk in het hele boek, flashbacks van flashbacks met zich mee zonder dat je ook maar één seconde de draad kwijt raakt. Je moet tientallen keren hardop grinniken als je citaten uit andere romans herkent, of om flauwe grappen als ‘rozenschijn en manegeur’. De figuren staan je vanaf pagina 1 levendig voor ogen. Zo stel ik bij Hans Tromp de acteur Mark Rietman voor (sorry, Mark). Ik meen in een van de bijfiguren, als vriendin van Isabelle, Bo van Spilbeek te herkennen.

Alles, alles klopt aan het boek, niet alleen het plot (voor zover aanwezig, misschien pas aan het eind van het derde deel echt te herkennen) maar vooral de dialogen die zó in een filmscript kunnen.

Bij Bonita Avenue zijn al vergelijkingen getrokken met Jonathan Franzen, Philip Roth en uiteraard met Adri van der Heijden. Ik durf het bijna niet te zeggen maar Buwalda komt niet alleen dicht in de buurt, hij overstijgt bijvoorbeeld ruimschoots het meest recente boek van AFTh, Mooi doodliggen.

Die achteloze hantering van spot met alles en iedereen, de hardhandige beschrijving van figuren en gebeurtenissen, die met venijnige lol geschreven pagina’s – ik kan er bijna niet over uit.

Het zijn er zeshonderd, ruim, maar gelukkig gedrukt met een groot lettertype. Laat die volgende 1200 maar komen! Vijf sterren. Minstens.

Voorpagina hhBest

Reageer