Wie is online
6 bezoekers online
Schrijf ons
Je kunt ons altijd schrijven via de contactpagina.
Voor alle nieuwe posts…

volg ons op Twitter

Tweet het openingsbericht ->
Rubrieken
Portal
Portal van bekende en vooral minder bekende bloggers en opiniemakers.
English?

Translation by Google in Chrome: please, click the right mouse button and select 'English'.

Archief
januari 2019
Z M D W D V Z
« dec   feb »
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
2728293031  

Zingen wij de lof van I.L. Pfeijffer

Boekbespreking door Sante Brun


ngrand-hotel-europakele jaren geleden vroeg een ver familielid van mij een manuscript van zijn hand te lezen: zou dat iets zijn dat een uitgever zou willen uitgeven? Ik las het verhaal – in essentie een speurtocht naar een verdwenen schilderij uit de zeventiende of achttiende eeuw – en had één suggestie voor de auteur: herschrijven van de dialogen waaruit het boek grotendeels bestond; ze waren volgens mij geschreven in een onrealistisch soort essayistische stijl waardoor het besprokene in de dialogen nogal onnatuurlijk en stijf overkwam.

Hij deed er veel aan en het boek werd er beter leesbaar door en is ook aardig verkocht.

 

 

 

En over ‘aardig verkocht’ gesproken: bovenaan de Boeken Toptien staat alweer een poosje Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer en het kost mij moeite om hier niet in een onrealistische orgie van loftuitingen uit te barsten. Wat een boek.

Maar wat heeft dat boek van je neef er nu mee te maken, vraagt u zich in gemoede af. Nou dit: het boek van Pfeijffer bestaat voor het grootste deel uit een onrealistisch soort in essayistische stijl geschreven dialogen – en deze keer leest het als een trein. Niks meer aan veranderen. En zoals elk goed boek is ook de inhoud van dit boek gemakkelijk in één zin samen te vatten: Europa wordt of is al één groot pretpark voor vooral Chinese toeristen en het komt nooit meer goed.

Dat zou op zich toch nog wel een tamelijk droog gegeven zijn, maar Pfeijffer heeft het ingenieus verpakt in een liefdesverhaal waarin de ik-figuur – iemand die toevallig Ilja Leonard Pfeijffer heet en die toevallig een boek aan het schrijven is dat gaat over de verwoestende effecten van het wereldtoerisme, ingenieus verpakt in een liefdesverhaal. Dat trouwens gaat, zie boven, over de speurtocht naar een verdwenen schilderij van de zestiende-eeuwse schilder Caravaggio.

Voor het boek doet hij onderzoek, in Venetië, in zijn woonplaats Genua, in Giethoorn, in Abu Dhabi en in Portovenere in de Cinque Terre. In Venetië heeft de romanfiguur met zijn geliefde, de kunsthistorica Clio, zijn intrek heeft genomen. Niet toevallig, want Venetië staat natuurlijk model voor het vervallende Europa dat letterlijk dreigt te zinken onder het gewicht van de toeristen. In Venetië ziet  de schrijver ook de toenmalige tentoonstelling van het werk van Damian Hirst, die een verpletterende indruk op hem maakt. ‘Zo moet ik schrijven.’

Grand Hotel Europa is een sierlijk vervallen hotel op een niet nader aangeduide plaats, ongetwijfeld in Italië, maar voorstellende het oude Europa, compleet met een asielzoeker als piccolo en sterk gedateerde mensen zoals de majordomus Montebello, en vast inwonende gasten als een aangename causeur genaamd Patelski, een Franse dichteres Albane, en een Griekse patser. Dat verhaal culmineert in de begrafenis van de vroegere eigenaresse van het hotel, zelf Europa geheten, en die woont in een onvindbare kamer in het hotel. Europa wordt stijlvol ten grave gedragen, na een kort maar voorbeeldig vioolsoloconcert door een 12-jarig Chinees meisje, door een voormalige tsaar, een voormalige koning, diverse voormalige troonpretendenten, hertogen, graven, baronnen en bedaagde nouveaux riches. En laat het maar aan I. L. Pfeijffer over om die gebeurtenis messcherp te beschrijven. (Er is ook nog een hilarische verwijzing naar de hashtag metoo kwestie, met een Amerikaans meisje.)

Grand Hotel Europa toont trouwens opvallende gelijkenis met het hotel in Zwitserland, waar Der Zauberberg van Thomas Mann zich afspeelt. Voor beide geldt wat geldt voor Hotel California: ‘You can check out anytime, you want but you can never leave’. Want zelfs de oude eigenaresse wordt begraven in de tuin van het hotel, bij de rozen die in een grijs verleden door de tuinman in het Latijn bemoedigend werden toegesproken.

Het hotel is, inmiddels, overgenomen door een rijke Chinese meneer genaamd Wang (zoals heel erg veel Chinezen heten) die het geleidelijk aan aanpast bij het beeld dat Chinese toeristen hebben van een authentiek Europees hotel.

In de dialogen (en ook in de persoonlijke uiteenzettingen van de ik-figuur) komt het, ik zou bijna zeggen: retorisch talent van de schrijver tot volle wasdom. Satire, sarcasme, (zelf)ironie, Pfeijffer is er een ware meester in. (Je kunt zijn ik soms ook een opschepper noemen. Maar dat woord is eigenlijk te vulgair.) Hij toont zich in al zijn naaktheid als macho en dandy – wij worden gedetailleerd op de hoogte gehouden van zijn kleding en de merken daarvan, het valt mee dat hij de prijzen niet noemt – en hij steekt niet onder stoelen of banken dat hij natuurlijk géén toerist is, daarom heeft hij tussen de bermudabroeken en enorme gympen van de toeristen altijd een (wel heel opvallend, uiteraard) kostuum aan met overhemd en ‘das’. En beseft dan dat hij in essentie toch gewoon een toerist is.

Hij toont zich ook nadrukkelijk als misantroop (de toeristen!) en heel fijn ook als misogyn, waarbij hij alle verwarde twistgesprekken met vrouwen (met name die met Clio en Albane) verliest, zich gekwetst afkeert of er uiteindelijk het zwijgen toe doet. Die gesprekken zijn wat mij betreft de beste van het boek, hij tekent messcherp de onnavolgbare redeneertrant van de onderhavige vrouwen – en dat van Clio in het bijzonder, de redeneertrant van de laatste leidt tot een voor hem volstrekt onverwacht en onbegrijpelijk einde. Hij kiest voor conservering, zij voor ontwikkeling en vooruitgang. En zo gaat het mis met de relatie. Of misschien toch niet, in de laatste zin van het boek zie je, desgewenst, nog een lichtje aan de horizon in de richting van een happy end. Maar een capitulatie blijft het.

Of de Caravaggio gevonden wordt? Daarvoor leze men het boek.

Pfeijffer toont zich met dit boek opnieuw een schrijver die een paar maten te groot is voor Nederland. En als ik hem dan toch in een Nederlandse categorie mag indelen: zowel zijn flux de bouche als schrijver als trouwens ook zijn uiterlijk delen hem bijna vanzelf in bij de rederijkers uit die zestiende eeuw van Caravaggio. Alleen is hij niet zo’n vechtersbaas als die laatste, maar dit terzijde. En om elk misverstand uit de weg te ruimen: rederijkers stonden natuurlijk enigszins bekend als mensen die vooral de vorm van hun geschriften en vooral hun toespraken op het oog hadden en veel minder de inhoud. Pfeijffer gebruikt zijn bewonderenswaardige taalkundige lenigheid om zijn opvattingen, in dit geval over het toerisme en de toekomst van Europa, op indringende wijze over het voetlicht te brengen.

Nadat ik het boek uit had begon ik aan Divorare il cielo van Paolo Giordano (je weet wel, die van de priemgetallen) en kwam ik met beide voeten op de grond terecht. Mooi proza hoor, maar toch een aantal slagen grijzer dan dat van Grand Hotel Europa, een flonkerend literair meesterwerk.

Voorpagina hhBest

Een reactie op “Zingen wij de lof van I.L. Pfeijffer”

Reageer