Wie is online
3 bezoekers online
Schrijf ons
Je kunt ons altijd schrijven via de contactpagina.
Voor alle nieuwe posts…

volg ons op Twitter

Tweet het openingsbericht ->
Rubrieken
Portal
Portal van bekende en vooral minder bekende bloggers en opiniemakers.
English?

Translation by Google in Chrome: please, click the right mouse button and select 'English'.

Archief
mei 2017
Z M D W D V Z
« apr   jun »
 123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
28293031  

Hoe een Brabantse pastoor zijn kudde probeerde te beschermen tegen de ‘verderfelijke stad’

princenhage
Princenhage (met stoomtram) omstreeks 1920. Foto Princenhaags Museum.


Annexatieperikelen rond Breda duurden meer dan veertig jaar

Vijf en zeventig jaar geleden, middenin in Wereldoorlog 2, annexeerde Breda ‘eindelijk’ onder meer Ginneken en Princenhage; de strijd had meer dan veertig jaar geduurd, want de eerste poging tot gebiedsuitbreiding van de in 1870 van haar wallen ontdane stad geschiedde in 1899. Voor de oorlog waren de annexaties al zo goed als in kannen en kruiken, maar de stad is lang aangewreven dat ze ‘van de bezetting heeft geprofiteerd.’

 

 

 

Tegenwoordig mijdt men het woord annexatie en probeert men minstens de schijn op te houden van een democratisch proces, waarin randgemeenten ‘keuzes’ worden gelaten en ook de bevolking zijn zegje mag doen (regio Eindhoven anno nu). In de eerste helft van de vorige eeuw ging het daarentegen hard tegen hard, waarbij partijen zoveel mogelijk probeerden niet het achterste van hun tong te laten zien.

Rond Breda was het vooral de florerende gemeente Ginneken en Bavel onder leiding van burgemeester jhr. mr. Theodoor Serraris, die zich tot het uiterste tegen de annexatie heeft verzet. (In 1945 probeerde Serraris nog vergeefs, met een beroep op koningin Wilhelmina, de overval van Breda in de tijd dat zij in Londen in ballingschao verkeerde, terug te draaien.)

‘Geheel vertrouwelijk’

Niet dat Princenhage al die tijd stil zat. Opmerkelijk is vooral de lange brief die de Haagse pastoor J.A. Bouman (Foto Princenhage.net –>) in 1923 ‘geheel vertrouwelijk’ schreef aan de toenmalige Commissaris van de Koningin in de provincie Noord-Brabant, Arthur Eduard Joseph baron van Voorst tot Voorst, dus Excellentie en Hoogwelgeboren Heer.

Ik vond deze brief volledig afgedrukt in een boek van Ginnekenaar Wim Siegmund, verschenen ter gelegenheid van Annex 50, 1942-1992. Ze is, zo verklaarde Bouman, expliciet gericht aan ‘een bezorgde vader’ en ‘geloovig katholiek bestuurder’. 

Onschuldige mensen

bouman-pastoor-1946
Arthur_van_Voorst_tot_Voorst De pastoor wist, om meer dan één reden, dat hij zich als r.-k. priester op glad ijs bevond. In de eerste plaats had de commissaris-baron (<- foto Wikipedia) hem bij een audiëntie ter kennismaking gewaarschuwd, zich niet met de politiek te bemoeien. Tweedens begaf hij zich op het randje van schending van het biechtgeheim, toen hij het had over zijn ‘onschuldige en gelukkige’ parochianen. ‘Men hoort hier in de Biechtstoel geen kwaad,’ schrijft hij, de paters Redemptoristen (missiepredikers) als mede-getuigen opvoerend. ‘O gelukkige plaats! Het is alsof voor een heele categorie van personen, de erfzonde niet bestaat.’ Enfin, Princenhage is een ‘oase, een heerlijk, verrukkelijk land!’

Nee, dan de stad. ‘Wat een afschuwelijke toestanden: wat een ongeloof: heele buurten die naar geen kerk of kluis meer gaan. Wat een zedenbederf: onwettige samenwoningen, ontijdige verkeeringen en alle ellendige gevolgen, ook vooral vruchtafdrijvingen, enz.: volop, volop.’

Volk van slaven

Als met zweepslagen gaat de Princenhaagse zielenherder tegen Breda te keer. Hij wijst op ‘ontevredenheid met de bestaande orde, ‘n socialistische, communistische gezindheid tegen de Regering en de Koningin’. En ‘alles wordt verteerd aan snoepen, en drank en last but not least aan de rampzalige bioscopen, en aan de modes’.

De ‘arbeidzame, spaarzame, onschuldige, gelukkige bevolking van Princenhage, die nog voor een groot gedeelte een vrije, onafhankelijke boeren- en hoveniersstand zijn,’ zou volgens pastoor Bouman gemaakt worden ‘tot een volk van slaven, van grootendeels fabrieksarbeiders’.

En dan volgt de climax in de brief van de pastoor aan de commissaris, in het herdenkingsboekje weergegeven in kapitalen: Dat omvormingsproces  (…) wordt door niets zozeer bevorderd als door annexaties.

Vandaar dat de Princenhaagse pastoor ‘Uwe Excellentie’ toewenst dat de goede God diens verstand zal verlichten, opdat hij zijn invloed zal aanwenden om de annexatie van het dorp te voorkomen. Was getekend ‘van Uwe Excellentie de onderdanige dienaar in J.Chr. A Bouman’.

Zoals gezegd, de annexatie zou nog ‘n jaar of twintig uitblijven, maar dat was niet dankzij een pastoor of een Commissaris der Koningin.

Voorpagina hhBest

Een reactie op “Hoe een Brabantse pastoor zijn kudde probeerde te beschermen tegen de ‘verderfelijke stad’”

  • De pastoor ondertekent zijn brief aan de CdK volgens genoemd boek met de voorletter A., terwijl zijn voorletters volgens Princenhaagse bronnen P.A. waren.

Reageer