Wie is online
2 bezoekers online
Rubrieken
Sociale Media & RSS
Met een RSS-feed ontvang je nieuwe berichten in je feedreader. 

 



 

 

 

Archief
oktober 2016
Z m D w d v Z
« sep   nov »
 1
2345678
9101112131415
16171819202122
23242526272829
3031  

Een omstreden Brabantse hoofdredacteur

Raadsels rond integriteit journalist Albert van de Poel voor en tijdens WO2 blijven overeind

albert_van_de_poe1l

Op de valreep van de Maand van de Geschiedenis, organiseerde Stadsarchief Breda (niet voor het eerst dit jaar trouwens) een symposium over de figuur van de journalist Albert van de Poel (1898-1971) en diens houding tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Van de Poel was van 1929 tot 1941 hoofdredacteur van het Dagblad van Noord-Brabant en Zeeland, geraakte vervolgens ‘door verraad’ tot 1943 in het concentratiekamp Neuengamme en was van 1954 tot 1961 nog journalistiek actief in Limburg.

Vast staat dat Albert van de Poel tot ongeveer een jaar na de Duitse inval in mei 1940 ‘pro Duits’ was en daarvan in zijn krant getuigde.

 

 

 

Heeft dat symposium in Breda, met als inleiders onder anderen de journalist-historicus Jan Brouwers en een kleindochter van Van de Poel, Geertrui van den Brink, de raadsels rond de integriteit van de persoon in kwestie opgelost? Er kwam nauwelijks meer boven tafel dan wat al via publikaties – waaronder een artikel uit 2010 van Armand van Nimmen in WT, tijdschrift over de geschiedenis van de Vlaamse Beweging – bekend is geworden.

Flamingant

Hoezo Vlaamse Beweging? Albert van de Poel was in het Belgische Diest geboren en raakte als student in Gent in de ban van priester-schrijver Cyriel Verschaeve en zijn ‘afscheidingsbeweging’. Die wenste zich af te keren van het in de eerste helft van de vorige eeuw nog overheersende Franstalige establishment. Sterker nog: de Groot-Dietsche Gedachte opteerde voor aansluiting van Vlaanderen bij Nederland. Tijdens de Eerste Wereldoorlog ging die club in de fout. Ze dacht door collaboratie met de Duitsers, de verwezenlijking van haar ideaal door te drukken.

Betrokkenheid van de jonge Van de Poel bij deze manipulaties kostte hem in 1919 (zonder veroordeling) enkele maanden gevangenschap en maakte het hem nadien onmogelijk nog verder in België carrière te maken. Hij week uit naar Nederland. De streng-katholieke journalist werd in 1920 medewerker aan het
r.-k. dagblad De Tijd en bracht het drie jaar later al tot hoofdredacteur van de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant. In 1929 werd hij door de N.V. Uitgeversmij. Neerlandia aangesteld tot hoofdredacteur van het Bredase Dagblad van Noord-Brabant en Zeeland.

De geschiedenis (België) lijkt zich te herhalen. Immers In die functie getuigde hij in elk geval tot na mei 1940 van zijn pro-Duitse houding, in die zin dat hij aanvaarding van ‘de nieuwe orde’ propageerde. Wat dat betreft lijkt zijn gedachtengoed sterk op dat van De Nederlandsche Unie, gevormd door een driemanschap, onder wie de latere Minister President (!) Jan de Quay. Over contacten van Van de Poel met de Unie is overigens niets bekend.

Overijsselsche-en-Zwolsche-
Publikatie van Albert van de Poel op 21 juni 1940 in de ‘Provinciale Overijsselsche’; een stuk van gelijke strekking plaatste hij uiteraard in zijn eigen Bredase krant. Van de Poel was lid van de door de NSB opgerichte ‘Raad van voorlichting der Nederlandsche Pers’, die later door de Duitsers werd omgezet in de Nederlandsche Kultuurkamer.


Concentratiekamp

In de loop van de eerste oorlogsjaren raakte Van de Poel gedesillusioneerd wat betreft zijn ideaal, de autonome positie van de Nederlandse pers, door een toegevende houding jegens de Duitsers te behouden/bewerkstelligen. Sterker: in januari 1941 werd hij door nimmer opgehelderd ‘verraad’ gearresteerd, volgens zijn kleindochter Geertrui van den Brink, zes maanden vastgehouden in de Bredase Kloosterkazerne en vervolgens naar het concentratiekamp Neuengamme getransporteerd. Hij kwam daarvan in 1943 als gebroken terug, om tijdens de rest van de oorlog en de jaren daarna in zijn levensonderhoud te voorzien als ‘adviseur’ van uitgever Neerlandia.

Neerlandia, een ‘private’ NV, is een verhaal apart. Deze uitgeverij wist op gewiekste manier het geharrewar te doorstaan, dat wil zeggen zonder er slechter van te worden. Haar protectie van Van de Poel is best verklaarbaar, ook diens aanstelling (1954-1961) tot waarnemend hoofdredacteur van de Gazet van Limburg – later De Nieuwe Limburger. Maar het aantrekken, na de oorlog, van de absoluut foute journalist J.D.A. Schils tot chef-redacteur in Maastricht, valt natuurlijk niet goed te praten.

Klap op de vuurpijl is de wijze waarop Neerlandia het in de oorlog doorverschenen, dus foute, Dagblad van Noord-Brabant, aan het nadien opgelegde verschijningsverbod (à la Telegraaf) wist te onttrekken. Journalist Joop Bartman heeft dat in het vakblad De Journalist van september 1985 naar aanleiding van het ‘125-jarig bestaan van de Bredase krant’ uitvoerig uit de doeken gedaan. Het komt erop neer dat de oud-redacteur van het Dagblad van Noord-Brabant J. van Schijndel, die bij de perszuivering buiten spel was gezet, ineens opdook als directeur van een nieuwe Bredase krant, getiteld De Stem, als was die het boven water gekomen ‘verzetsblad’ van die naam. Met gebruikmaking van het gebouw (Reigerstraat 16) en de rotatiepers van het aloude Dagblad. Het spreekt dat niet iedereen dat zomaar slikte, maar veel meer verandering trad niet op dan dat De Stem, Dagblad voor haar naam moest zetten. Sinds de fusie met het Roosendaalse Brabants Nieuwsblad heet de krant BN-DeStem.

Op De Stem als verzetsblad valt trouwens nog wel het een en ander af te dingen, maar het was in elk geval een fijne kruiwagen voor Neerlandia. Van Schijndel keerde, toen de tijd daarvoor rijp was, vrolijk terug als chef redacteur van Dagblad De Stem; hij had inderdaad een vrolijk karakter.

Grijs gebied

Het verhaal Albert van de Poel is nog niet helemaal uit. Na de oorlog ontkwam hij aanvankelijk niet aan de perszuivering, maar werd gerehabiliteerd. Hij was sinds 1941 immers niet meer als journalist actief geweest. Bekend is verder dat hij gedurende een aantal na-oorlogse jaren moedig onderdak heeft geboden aan zijn kompaan in de Vlaamse Beweging Rob van Roosbroeck, die in WO2 echt fout was. Het zou een kwestie van trouwe vriendschap en medemenselijkheid  zijn geweest. Van Roosbroeck heeft zich later in het nabije Oosterhout gevestigd en schijnt zich daar zo verdienstelijk te hebben gemaakt, dat hij tot ereburger werd benoemd. Tot op de dag van vandaag een omstreden eerbewijs.

Van de Poel schreef nog een boek over Neuengamme: ‘Getuigenis over het ongemaskerde nationaal socialisme van een Duitsch concentratiekamp.’ Maar hij blijft zich bevinden in het grijze gebied tussen ‘goed en fout’. Geen uitzondering, zo bleek tijdens het symposium in Breda uit ‘een lezing met lichtbeelden’ van in de oorlog gespecialiseerd onderzoeksjournalist Ad van Liempt. Hij kon een reeks voorbeelden noemen van min of meer vergelijkbare gevallen.

Lees ook: De oprichter van het illegale blad De Stem — Voorpagina hhBest

2 Reacties op “Een omstreden Brabantse hoofdredacteur”

  • Jan Schils:

    Wat u over mijn vader JDA Schils schrijft is pure laster. In 1948 heeft het Hof in Den Bosch geoordeeld dat alle beschuldigingen tegen hem als zou hij lid zijn geweest van welke nationaal-socialistische organisatie ook, vals waren gebleken. Maar dat vonnis werd natuurlijk in de pers nooit vermeld of ergens op een binnenpagina weggestopt. Mijn ouders en wij kinderen hebben veel ellende meegemaakt tijdens en na de oorlog. Wij verloren o.a. een zusje van enkele maanden en zelf was ik jaren later “onwaardig” om officier te worden en werd ik wegens het “oorlogsverleden” van mijn vader van de officiersopleiding verwijderd ofschoon mijn resultaten goed waren.

    • De gegevens over J.D.A. Schils heb ik ontleend aan: Cas van Houtert, ‘Uit doorgaans betrouwbare bron – De geschiedenis van het Eindhovens Dagblad’ (2003, uitgave Eindhovens Dagblad) Nergens, ook niet in mijn teksten, wordt beweerd dat uw vader lid was van enige nationaal-socialistische organisatie. Van laster of roddelpraat lijkt mij geen sprake. Wat hem formeel – overigens niet als enige journalist – wordt aangerekend is kennelijk het blijven functioneren bij een of meer door de bezetter gecontroleerde kranten. En zijn ‘Duitsgezindheid’, die uit de tekst van Van Houtert blijkt. Het spijt mij oprecht dat u in uw naoorlogse leven zoveel last hebt ondervonden van deze opstelling van uw vader.

      Uit doorgaans betrouwbare bron

Reageer