Wie is online
9 bezoekers online
Rubrieken
Sociale Media & RSS
Met een RSS-feed ontvang je nieuwe berichten in je feedreader. 

 



 

 

 

Archief
mei 2014
Z m D w d v Z
« apr   jun »
 123
45678910
11121314151617
18192021222324
25262728293031

De emancipatie van Brabant duurde een eeuw

Boekbespreking door Guido t’ Sas


De oorlog was voorbij, de wereld was op z’n kop gezet, maar toch moest Jan Naaijkens, schrijver, regisseur, en acteur van en in toneelstukken voor amateurs, de pastoor van Hilvarenbeek nog gaan vragen, of hij de rol van de Maagd Maria door een vrouw mocht laten spelen. Dit tekent het gegeven dat de culturele emancipatie van Brabant zo ongeveer een eeuw heeft geduurd.

Kaleidoscoop amateurtoneel afspiegeling culturele ontwikkelingcoll_verlorenz_erik

Jan Smeets (1945), een leven lang in alle denkbare posities bezig met theater, heeft onder de titel Eén groot podium de geschiedenis van het amateurtoneel in Noord-Brabant te boek gesteld: ruim 500 bladzijden informatie, verlucht met een veelvoud aan ‘historische’ afbeeldingen. Een kaleidoscoop, die als een afspiegeling kan worden beschouwd van 150 jaar culturele ontwikkeling in deze provincie.

 

In de westerse wereld is het theater van oorsprong een religieuze aangelegenheid, zelfs op de kermis die haar ontstaan dankt aan feest van de patroonheilige van de parochie. Dat heeft lang zo doorgewerkt, zeg maar gerust tot het midden van de vorige eeuw.

Nadat 100 jaar eerder de vrijheid van godsdienst was herwonnen, was het vaak de geestelijkheid die de propagandistische en ‘educatieve’ waarde van het toneelspel inzag en de eerste initiatieven nam. Om vervolgens haar greep op het verenigingsleven te verstevigen en zich als waakhond voor ‘het zedelijk leven’ van de ‘aan haar toevertrouwde kudde’ op te stellen. Het Rijke Roomsche Leven had vele kanten. Waaronder die van de regelrechte onderdrukking van de vrouw, wier aanwezigheid op het schouwtoneel taboe was en die zelfs geen avondvoorstellingen mocht bezoeken.

Terecht begint Jan Smeets zijn boek met de vergane glorie van het Hertogdom Brabant, de activiteiten van de rederijkers met hun landjuwelen, hun mysteriespelen als Elcerlyck en het Spel van den Heilighen Sacramente van de Nyewervaert, overigens behorend tot de vroegste specimen van het middelnederlands literair erfgoed.

Lachspieren

De opmaat naar een bloeiend toneelleven in Brabant is volgens Smeets gesitueerd tussen ongeveer 1850 en 1900, in welke periode ‘cultuur vooral vermaak is voor de gegoede burger’, vrijwel uitsluitend in steden als Breda en Den Bosch. Daarna waren het op het platteland de cafézalen en parochiehuizen, waar – zo de vroomheid even niet in het geding was – de lachspieren der aanwezigen in voortdurende beweging werden gehouden (een citaat uit de ‘Peel- en Kempenbode’ anno 1895).

Het was in de tijd, dat nauwelijks met het ABN bekende ‘acteurs’ geen raad wisten met sommige zegswijzen en dat het dus kon gebeuren dat zo’n dilettant bij constatering dat hij ‘ toen nog maar een broekie was’, daadwerkelijk naar zijn broek wees.

Was het vanwege dit lage ontwikkelingspeil terecht dat de pastoor op een gegeven moment vond dat het mooi was geweest en het licht uit kwam doen? Inmiddels weten we dat eerder het omgekeerde het geval was: ‘hou jij ze arm, dan houd ik ze dom.’ Dom was in de ogen van ‘de kapelaan’ in elk geval het toelaten van vrouwen op het toneel, getuige zijn advies aan de betrokken toneelclub in Vught, haar naam te veranderen van Hoger Streven in Lager Streven.globe_zundert001
Om ergens te eindigen, koos Jan Smeets het jaar 2000, waarin in Zundert de manifestatie Shakespearement werd gehouden. Daarvoor werd het zeventiende-eeuwse Globetheater van Shakespeare ‘nagebouwd’, waarvan hier het interieur.


Een anekdote is nooit weg, maar in dit geval zijn ze zeker functioneel. Smeets heeft zichtbaar gestreefd naar ‘compleetheid’ en is daar behoorlijk in geslaagd. Het resultaat is althans representatief voor wat er in dat amateurwereldje omging en –gaat.

De ontwikkelingen sinds ca. 1970 (na een dip, als gevolg van de televisie) zijn zonder meer spectaculair. Waren de openluchttheaters van onder meer Oisterwijk en Heeswijk daarvoor al goed voor een enorme opleving van de publieke belangstelling, in de laatste decennia van de vorige eeuw werden zij de voortrekkers van de vernieuwing. Zij maakten zich los van het toneelboekjes-repertoire en schuwden niet langer het theater van internationaal niveau, zoals ontwikkeld door schrijvers als Bertold Brecht, Ionesco, Samuel Beckett, Tennessee Williams en natuurlijk – wat een eeuwige uitdaging blijft – Shakespeare. Ook kregen we een opleving te zien van de uitvoering van klassieke grootmeesters als Molière en Goldoni en raakten de Brabantse amateurs geboeid door de karakteristieke speelstijl van de Commedia dell’Arte. De vormgeving hield daarmee gelijke tred en het is frappant wat ‘vrijwilligers’ in dat opzicht klaarspelen.

Een belangrijke rol zou tot voor enkele jaren zijn weggelegd voor het Brabants Centrum Amateurtoneel (BCA) met haar Toneelcentrum in Tilburg. Schrijver Smeets heeft daar als provinciaal toneeladviseur zijn steentje aan bijgedragen. Logisch dat de sanerings- en bezuinigingsdrift van de provincie, die tot ‘inkapseling’ van het BCA in een algemene voorziening voor amateurkunst, hem weemoedig stemt. Maar zijn boek stemt ook hoopvol: het amateurtoneel gaat nooit verloren.

‘Eén groot podium’ van Jan Smeets is uitgegeven door Pharos en in de Brabantse boekhandel te koop voor € 29,50.

Interview Jan Smeets in Brabant Cultureel

Een reactie op “De emancipatie van Brabant duurde een eeuw”

  • Het lijkt op natrappen (Jan Smeets overleed in 2016 vrij plotseling), maar is dat natuurlijk helemaal niet. Het kan nog zo compleet zijn, dat boek over 150 jaar amateurtoneel, het bevat toch enkele onjuistheden en hiaten. In de eerste plaats ontbreekt het openluchttheater De Boschkens in Goirle, waar enkele jaren na de oorlog werd gespeeld. Hetzelfde geldt voor dat in het Bredase stadspark Valkenberg in de jaren vijftig. Veel protest tegen tijdelijke afsluiting want het park vormt. nog steeds, dé voetweg tussen stadscentrum en station. Op dezelfde grond is later, onder nog veel fellere protesten, een hoofdverkeersader aangelegd. En tenslotte, de eerste voorstelling na de oorlog (en niet in 1943) in het openluchttheater Den Deijl bij Breda was ‘In ’t Ooievaarsnest’ door het Rotterdams Toneel onder regie van Johan Steenbergen.

Reageer