Wie is online
4 bezoekers online
Voor alle nieuwe posts…

Volg ons op Twitter

Tweet het openingsbericht ->
Schrijf ons

Je kunt ons altijd schrijven via de contactpagina. Daar vind je ook richtlijnen, voor het geval dat je mail-notificaties wenst bij nieuwe 'posts' aangaande Best. 

Rubrieken
Opinie of niet?

ls een post op deze site begint met wat in de typografie heet een initiaal, zoals de A hier, bevat zij een mening of interpretatie van de schrijver.

English?

Translation by Google in Chrome: please, click the right mouse button and select 'English'.

Archieven
oktober 2011
Z M D W D V Z
 1
2345678
9101112131415
16171819202122
23242526272829
3031  

Egodocument over het sluiten van een tijdperk

Boekbespreking door Sante Brun

Door niet het boek Het Vierde Rolduc uit 1983 te willen overdoen, heeft Twan Geurts het zich voor zijn boek Rolduc, de laatste dagen van een kleinseminarie(uitg Balans) moeilijker gemaakt dan nodig was – of liever, hij heeft zijn eigen boek tekort gedaan, het is nu in essentie een egodocument geworden met een beperkte reikwijdte.

 

Ik ken Het Vierde Rolduc niet, misschien is het wel zo compleet dat het moeilijk te verbeteren valt. Hoe dan ook, Geurts zou er een flinke dobber aan hebben gehad, want zowel een deel van de officiële archieven bleken ontoegankelijk en ook sommige beoogde zegslieden wilden niet of bijna niet praten; door Geurts aan het bisdom Roermond gevraagde gegevens vielen zelfs onder hetbedrijfsgeheim.

Twan Geurts kwam in 1962 als twaalfjarige terecht op het kleinseminarie in Rolduc, gevestigd in eeuwenoude kloostergebouwen aan de rand van Kerkrade, waar hij voorbereid zou worden op het priesterschap. Het seminarie was een gymnasium, speciaal gericht op de opleiding van jongens met ‘roeping’. Acht jaar later verliet hij met diploma het instituut dat toen alweer een gewoon gymnasium was geworden waar niet alleen ‘externen’ studeerden, maar intussen zelfs meisjes waren toegelaten. Priester werd hij niet.

Intussen kunnen wij ons nauwelijks meer voorstellen dat kinderen van twaalf jaar al in priesteropleiding werden genomen in een benauwd internaat. Geurts benadrukt, mede op gezag van enkele van zijn zegslieden, dat daar ook een positieve kant aan zat: menigeen zou, zonder dat internaat, nooit een gymnasiumopleiding hebben gekregen maar genoegen hebben moeten nemen met de mulo, of gewoon, de slagerij van hun vader. Op Rolduc kon de zwakke student rekenen op strenge begeleiding en concentratie die alleen door afsluiting van de buitenwereld mogelijk was.

Wat in 1946 begon als een inderhaast opgericht kleinseminarie van het bisdom Roermond waar een stroom veelbelovende priesterstudenten werd opgekweekt, was in het begin van de jaren zeventig volledig teloor gegaan en in 1973 deed de laatste student ‘het licht uit’. En waren de studenten al volledig in de ban geraakt van de revolutionaire sfeer van de jaren zestig, seks en drugs en rock ’n rol en de (later tijdelijk gebleven) omwenteling in de roomsche godsdienst door hetVaticaans Concilie.

Jeugdherinneringen

Hoewel Geurts bij het schrijven van zijn boek ook archiefstukken heeft kunnen raadplegen heeft hij zich uiteindelijk voornamelijk verlaten op interviews die hij had met klasgenoten (en enkele anderen, zoals voormalige leraren) en eigen ervaringen, waardoor het boek een zekere onevenwichtigheid heeft gekregen en soms ook blijft steken in het ophalen van jeugdherinneringen. Toch komen de problemen met het celibaat aan de orde dat een groot deel van de studenten had, en later het drankmisbruik.

De tweespalt tussen behouders en vernieuwers onder leiding en docenten van Rolduc komt goed uit de verf en we krijgen vooral goed zicht op het logisch gevolg van de opsluiting van honderden puberende jongens in wat feitelijk neerkwam op een benauwende gevangenis, jongens die ook nog veelal bezig waren met de vraag of ze wel ‘roeping’ hadden. En met name worstelden met het strenge verbod op uitingen van ontluikende seksualiteit. Daarbij beschrijft Geurts vooral de rol van de geniepig rondloerende geschiedenisleraar dr. Jo Gijsen, de latere bisschop van Roermond, die als een spion en verrader jongens aanbracht (ze noemden het ‘razzia’) die het bij gebrek aan beter met elkaar deden. (We weten uit In Gods Naam van Van Laarhoven en Langenberg dat Gijsen er ook zelf wel pap van lustte.)

Teloorgang

\Bijna had ik geschreven dat Geurts dat verhaal opschrijft ‘in geuren en kleuren’ maar dan stuiten we op een ander euvel van het boek – het is allemaal nogal saai en bloedeloos genoteerd. Niettemin is het boek een interessant document waarin getoond wordt hoe de wereld in luttele jaren totaal veranderde. Wat ik wel weer miste was een beschrijving van het verband tussen de enorm toegenomen welvaart en de hoeveelheid verlokkingen van de maatschappij enerzijds en het verdwijnen van ‘roepingen’, ook bij al gewijde priesters, anderzijds.

Geurts beëindigt het boek met een summiere beschrijving van de wederwaardigheden van de weinigen uit zijn klas die echt priester werden en bleven, en van de verdere teloorgang van Rolduc als onderwijsinstituut, dat inderdaad pas afgelopen zomer definitief de nekslag kreeg.

En nog iets: tot tweemaal toe zegt Geurts dat het besluit tot sluiting van de kolenmijnen werd genomen door het kabinet-Den Uyl. Dit klopt niet: het besluit werd genomen door het kabinet-Cals (de minister-president was KVP-er en afkomstig uit Roermond) en werd in 1965 in Heerlen bekend gemaakt door diens minister van Economische Zaken, drs. Joop den Uyl.

Reageer