Wie is online
3 bezoekers online
Voor alle nieuwe posts…

Volg ons op Twitter

Tweet het openingsbericht ->
Schrijf ons

Je kunt ons altijd schrijven via de contactpagina. Daar vind je ook richtlijnen, voor het geval dat je mail-notificaties wenst bij nieuwe 'posts' aangaande Best. 

Rubrieken
Opinie of niet?

ls een post op deze site begint met wat in de typografie heet een initiaal, zoals de A hier, bevat zij een mening of interpretatie van de schrijver.

English?

Translation by Google in Chrome: please, click the right mouse button and select 'English'.

Archief

Het leven als trompe l’oeil

Sante Brun


maylis-de-kerangalHet lijkt wat ouderwets, het ‘marmerschilderen’. Marmerschilderen is niet het overschilderen van marmer, maar een deur, een muur een plafond zodanig beschilderen dat het lijkt of die voorwerpen van marmer zijn. Het gebeurde veel, al in de Middeleeuwen, en het wekt een wat armoedige indruk. Als je in de protserige zalen van paleis Soestdijk op het ‘marmer’ van de wanden klopt kom je tot de ontdekking dat het kunstig beschilderd hout is, waarmee de waarde van het hele paleis flink keldert in de blik van de bezoeker.

In Brussel blijkt een heuse opleiding te bestaan voor mensen die de kunst van het marmerschilderen willen leren. Je kunt er, en passant, meteen ook het trompe l’oeil leren en het maken van film- en toneeldecors. De cursus duurt een half jaar en vindt plaats in de winter, wanneer huisschilders weinig om handen hebben en dus zo’n cursus erbij kunnen nemen om hun vakkennis te vergroten.

Je wordt er geen ‘kunstschilder’ van. In de roman Een wereld binnen handbereik van de Franse schrijfster Maylis de Kerangal blijkt dan ook dat de hoofdpersoon van het boek, de kunststudente Paula Karst uit Parijs, duidelijk inziet dat zij na het afstuderen hoort tot ‘de vervalsers’.

 

 

 

De medestudenten in het Brusselse instituut zijn overigens bepaald geen huisschilders, het is meer een groep jongelui die aangetrokken worden door het ‘aparte’ van de opleiding. In het half jaar dat de cursus duurt ontstaat zelfs een hechte band, met name tussen Paula, Jonas en Kate.

Paula is opgegroeid in een beschermde sfeer. Ze wil ‘iets in de kunst’, maar weet niet echt wat. Haar kamergenoot Jonas is meer een hippie-achtig figuur die de opleiding wel ziet als een opstapje naar ‘echte’ kunst; tussen hem en Paula ontstaat een intieme relatie. Kate is degene die na de opleiding terugkeert naar haar baan als uitsmijter in een nachtclub in Glasgow.

Paula is ook niet erg mooi, ze is scheel, heeft twee verschillend gekleurde ogen en een haakneus, lange dunne benen, maar veel daarvan wordt goedgemaakt doordat ze zo serieus kans ziet diep verzeild te raken in haar werk, het arme zusje van de kunst.

Het drietal heeft dat onbevreesde van de gemiddelde millennial: het zal allemaal best goed komen. Ze nemen daarbij genoegen met een ondergeschikte, wankele positie op de arbeidsmarkt, met name Paula leeft van allerlei grote en kleine opdrachten waarvoor ze een rondtrekkend bestaan leidt, vooral in Italië.

Voor mij het hoogtepunt van het boek is Paula’s verblijf in Cinecittà in Rome, waar ze werkt aan enkele filmdecors en waar ze een kortstondige relatie heeft met een collega, de Oplichter. De beschrijving van de zwerftocht die Paula op een nacht maakt tussen de verlaten decors van de honderden films die in de Italiaanse filmstad zijn gedraaid heeft iets groots, iets obsederends, iets magisch.

Dan krijgt ze de opdracht om mee te werken aan de vervaardiging van een definitieve replica van de prehistorische grotschilderingen van Lascaux in de Périgord. Op het moment dat in Parijs de aanslag plaatsvindt op Charlie Hebdo is zij zo verdiept in haar werk dat ze pas laat op haar telefoon de berichten erover ziet. En de aankondiging van  Jonas dat hij, na vijf jaar, naar haar toe komt – waarom dat zo dringend is moeten we raden. Ik denk dat hij Paula bescherming wil bieden, nu de kunst fysiek bedreigd wordt.

Zoals al aangeduid vond ik Paula’s verblijf in Cinecittà het boeiendst. Ook ben ik sterk onder de indruk geraakt van de kennis die de schrijfster zich heeft eigen gemaakt van de technieken, materialen en gereedschappen van Paula’s vak. (Waarbij ze éénmaal miskleunt: de grotschilderingen in Lascaux zijn géén fresco’s.)

Maylis de Kerangal heeft het verhaal gevangen in een prachtige staccato opvolging van korte en langere zinnen. Aan het eind staat Paula je voor ogen als iemand die begrijpt dat je ook groots en meeslepend kunt leven wanneer je een op zich ietwat nederig vak beoefent, ‘echte’ kunst als te hoog gegrepen hebt ervaren.

En dan toch die diepe inzichten weet te verwerven uit de beschimmelende erfenis van een filmwereld, en de al evenzeer (door onwetende moderne mensen veroorzaakte) beschimmelende wereld van de echte kunstenaars die twintigduizend jaar geleden de grotten van Lascaux bedekten met schitterende tekeningen van dieren en mensen.

Een mooie, fragiele geschiedenis waarin je ziet hoe Paula zich ontwikkelt tot een volwassen en evenwichtige persoonlijkheid.

Uitgave: De Bezige Bij, prijs (gebonden) €24.99, als e-book €12.99.

Voorpagina hhBest

Reageer