Wie is online
6 bezoekers online
Schrijf ons
Je kunt ons altijd schrijven via de contactpagina.
Voor alle nieuwe posts…

volg ons op Twitter

Tweet het openingsbericht ->
Rubrieken
Portal
Portal van bekende en vooral minder bekende bloggers en opiniemakers.
English?

Translation by Google in Chrome: please, click the right mouse button and select 'English'.

Archief
juni 2011
Z M D W D V Z
« mei   jul »
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
2627282930  

Een fascinerend absurd verhaal van Veronesi

Boekbespreking door Sante Brun


veronesi_xyIn het bos bij een Italiaans bergdorpje, San Giuda – nomen est omen, hoewel het uitdrukkelijk om Judas Taddeus gaat – worden op een ochtend de lijken van een aantal mensen gevonden, voor een deel inwoners van het dorp, in de gestaag neervallende sneeuw. Het heeft zin hier de details te vermelden: Een dode door inademen van koolmonoxide; een lijk in verregaande staat van ontbinding; iemand gestorven door longoedeem als gevolg van uitgezaaide kanker; iemand onthoofd met een scherp mes, wellicht een sabel; een lijk, gewikkeld in een oranje doek; iemand gestikt in een korst brood; een kind gedood met een kaliuminjectie en geheel chirurgisch ontdaan van organen; een kind gewurgd nadat het verkracht was; de Ecuadoriaanse oppas van die twee, overleden aan een overdosis heroïne; een Sloveen, zelfmoord door een pistoolschot; diens zes maanden zwangere vrouw, vermoord nadat ze was verkracht door minstens vier mannen; de doodgestoken foetus van de vrouw; het lijk van een Oekraïense, gedood door een al twee eeuwen uitgestorven haai; en een kind van drie, dat verdwenen is. Tevens wordt later vastgesteld dat het bloed op een van de bomen in het bos waar de lijken gevonden zijn, van álle slachtoffers afkomstig is.

Zekere absurde trekjes hebben alle boeken van Sandro Veronesi, maar XY – eigenlijk moeten de beide letters over elkaar heen gedrukt worden – is moeiteloos het meest absurde. Het kost trouwens ook weinig moeite je te realiseren dat dit de opsomming is van een paar ‘normale’ maanden moord en doodslag, zoals vertoond in het tv-journaal.

Twee mensen, Giovanna, psychiater met een psychoanalytische praktijk met één patiënt en Don Hermete, de pastoor van het bergdorp, raken betrokken bij de vreemde moordpartij. De pastoor is verdachte, omdat hij de lijken ontdekt heeft, de psychiater wordt gestalkt door haar ex-vriend en vindt niet alleen een mooie taak in de behandeling van de geestestoestand van de dorpelingen, maar ook rust doordat daar geen ontvangst voor de mobiele telefoon is. Hermete wordt een hele tijd verhoord, de rechter van instructie biecht bij hem dat hij het eigenlijk ook niet weet. De moordpartij wordt vervolgens officieel tot een terroristische daad verklaard: alle lijken zijn onthoofd, staat er in de bekendmaking, en Al Quaida heeft het gedaan.

Giovanna komt de pastoor goed van pas, want de dorpelingen, die allemaal familie hebben onder de doden, verdenken hem ook en hij is nergens meer welkom. Giovanna daarentegen, die (onbevoegd) optreedt als arts, wordt met open armen ontvangen.

Veronesi kan het niet nalaten vele omwegen te maken die bedoeld zijn om de karakters van de romanfiguren nader te detailleren, met name de telefoongesprekken van Giovanna met haar moeder zijn prachtig. Streng elkaar afgewisseld worden de hoofdstukken waarin de pastoor respectievelijk de psychiater aan het woord zijn – tot ze uiteindelijk in de pastorie in San Giuda bij elkaar komen voor het cruciale gesprek over de vraag: wat heeft zich hier eigenlijk afgespeeld? Don Hermete houdt het op een spel tussen god en de duivel, waarbij hij zelf nog iets ongezegd laat dat wellicht iets meer licht op hem zou kunnen werpen; Giovanna probeert een psychoanalytische verklaring: misschien is het allemaal een droom?

Ze komen er niet uit, eerlijk gezegd. Als een soort deus ex machina duikt de deken van de streek op aan het eind van het nachtelijk gesprek, hij blijkt onderweg een kind te hebben gevonden, het stak onvoorzichtig de besneeuwde weg over – het kind dat nog vermist werd. Giovanni geeft haar warme melk en koekjes, ze lijkt geestelijke en lichamelijk onbeschadigd – het hoofdstuk waarin dat wordt verteld heet ‘De ware held van dit verhaal’.

En ergens wordt een citaat van F. Scott Fitzgerald aangehaald: ‘Je moet alles begrijpen. En anders moet je alles maar geloven.’ Dat is misschien een magere oplossing, maar na het lezen van het boek besef je: soms zit er echt niks anders op.

Giovanna en Hermete, de X en de Y van het boek, gaan uiteen, ver van elkaar: Don Hermete gaat naar Zuid-Amerika waar hij ooit al werkte, Giovanna gaat terug naar haar praktijk en gaat voor het eerst in jaren weer skiën; de beschrijving van de afdaling van een hoge berg in de buurt van San Giuda is ongelooflijk spannend, ondanks dat hij wordt beschreven in één zin van vele pagina’s zonder enige interpunctie.

Veronesi is een meester in het beschrijven van de sfeer in een ietwat absurde omgeving, dat dorp van vierenzeventig huizen vol ingeteelde, wantrouwige bergbewoners, vrijwel niemand is er nog ‘normaal’. Ook de plaatsing van het onmogelijke verhaal in een volkomen normale omgeving is perfect gedaan, de rechter van instructie, de moeder de stalker, de carabinieri die Hermete elke dag komen halen, ze zijn allemaal volkomen normaal maar als iedereen hebben ze allemaal hun eigenaardige trekjes.

Maar waarom eindigt het boek met een kort verhaal van Arrigo Boito uit 1867, L’Alfier Nero? Een alfiere is een loper in een schaakspel – zijn de mensen in het boek geen pionnen, maar ook niet meer dan lopers? Geen idee.

XY is vertaald in het Nederlands en uitgegeven door Prometheus.  Ik weet niet of de Nederlandse versie ook het verhaal van Boito omvat.

Reageer