Column
Brun

Weblog SanteLOGie


 

Sante Brun stelt zijn columns ter beschikking van hhBest. Brun is journalist en behoort, evenals de webmaster van deze site, Guido t'Sas, tot de nurksen of ouwe rakkers.

Sante schrijft ook op hhBest over film. en besprak enkele boeken

De meest recente columns van Sante Brun staan hier

Home hhBest

 

©Sante Brun

Sante

Gulzig

Eerst een parabel.
Van een wat ouder echtpaar krijgt de man op zekere dag een hartinfarct. Hij overleeft het maar net en om hem zo lang mogelijk leven te houden besluit de echtgenote tot een rigoureuze leefstijl met veel wandelen, fietsen en knagen op winterpenen.

Tien jaar later lopen ze in Amsterdam, kijken niet goed uit, worden aangereden door de tram en zijn op slag dood. Op datzelfde moment komen zij aan bij de hemelpoort, alwaar een man op een brommer klaar staat om hen naar de plek te brengen waar zij de eeuwigheid zullen doorbrengen. Een luxe bungalow met een enorm gazon, een schitterende bloementuin, een zwembad, een Jaguar in de garage en naast het zwembad staat de barbecue reeds een wild zwijn te braden, liggen de druipende T-bonesteaks te marineren en staat de Bokma koud. Als toetje een slagroomtaart van drie verdiepingen.
De man wendt zich witheet van woede tot zijn echtgenote: 'Jij met je vegetarische gezeik: dit hadden we tien jaar geleden al kunnen hebben!'

Tot zover de woorden van het heilig evangelie.
Gisteren had de huiskok van Life & Cooking (in mijn wanhopige speurtocht naar onderwerpen kijk ik naar alles op tv) een modieus voorgerechtje – een beetje sla in een plastic koffiebekertje – klaar, dat werd aangeboden aan een meisje in het publiek, dat voorzien was van een ranke gestalte en pronte borstjes. Ze weigerde het bekertje: 'Ik ben aan de lijn.'
Die wordt dus niet oud en ik moet meteen waarschuwen: dat verhaal over de hemel, dat hebben we uit nog geen enkele bron bevestigd gekregen. Als je lekker wilt leven moet dat hier gebeuren en dat kan niet door tegen zelfs een opgepimpt blaadje sla te zeggen: 'Ik ben aan de lijn.' Onbeleefd, ook nog.
Nee, dan onze Syl in eenzaam Washington, of dichterbij: Nigella Lawson. <-

Vanmorgen wordt ze in NRC.next omschreven als 'Een gulzige vrouw zonder schaamte'. Daar gaan we weer: volgens mij is Nigella helemaal niet zo gulzig, ze geniet alleen zonder voortdurende schuldgevoelens over haar 'lijn' van het goede der aarde, en als je ergens oud mee kunt worden is het met genieten van het goede der aarde. Je moet natuurlijk geen rijkserkende troep eten zoals frikadellen, of het gerecht dat Sylvia Witteman herhaaldelijk noemt onder het hoofdstuk 'verwerpelijk Amerikaans': macaroni met kaas. Maar die T-bonesteak: lamaar komen.
'Eten is een zinnelijke bezigheid. Ik begrijp werkelijk niet wat er mis is met een beetje room en boter. Ik wil dat iedereen schaamteloos geniet van lekker eten.' Een paar citaten van Nigella waar ik me volledig achter kan scharen.
Als ik maar niet al die chocoladetaart van haar hoef te eten. Ik heb soms toch al het gevoel dat ik op het laatste rechte stuk ben van de race naar de honderd kilo.

10.12.2007

 

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Maten

En dan was er deze week nog een dringend onderwerp blijven liggen, te weten het vraagstuk van het damesondergoed – pardon: lingerie. Veel mannen blijken namelijk de ondergoedmaten van hun vrouwelijke partner niet te kennen, zo is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken.
Nu is dit een ingewikkeld vraagstuk.

Nog afgezien van het feit dat er mannen zijn (ik ken er een paar) die vrouwen in het algemeen en de 'eigen' vrouw in het bijzonder vooral zónder ondergoed willen zien, al zijn daar allerlei varianten op denkbaar. Ik noem er een paar: geheel ongekleed, of geheel ongekleed met alleen stijlvolle pumps aan, of zonder ondergoed, maar wel gewoon gekleed. Etc.

Ik ken eigenlijk maar weinig mannen die een bijzondere voorkeur hebben voor 'gewone' lingerie, maar vooral voor wat Wim De Bie 'ondergoed met gatûh', te leveren door seksverzendhuis Pigalle in Maassluis placht te noemen. Nu kun je dat spul tegenwoordig ook bij Wehkamp bekomen (wat het erotisch effect mijns inziens aanzienlijk vermindert – het is zoiets als het verschil tussen een fles wijn gescoord bij dat exclusieve wijnhuis in Toscane of eentje van de Lidl.)
Blijft toch het probleem van het mysterieuze matensysteem van vrouwenlingerie, en dan met name van, zal ik maar zeggen, het bovenstuk. De maten A tot en met F begrijp ik nog, maar er horen ook getallen bij, zoals bijvoorbeeld een '75 C'. Ik heb het idee dat dat samenhangt met de breedte van de rug, maar op dat moment is voor mij de lol er al enigszins af. Daar komt nog bij dat veel manskerels ingewikkelde ervaringen hebben met lichaamsmaten. Ik kan me voorstellen dat zo'n eenvoudige jongen denkt: 'Ik heb haar wijs gemaakt dat mijn acht centimeter in werkelijkheid dertig centimeter is, hoe kan zij dan met dat ingewikkelde systeem ooit een behoorlijke BH kopen?'
Daar komt dan nog bij dat de maten nogal eens willen wisselen, als gevolg van gesonjabakker en ander gesodemieter.

En dan is er nog een ander voordeel verbonden aan het niet weten van de juiste maten. Ik heb daar herhaaldelijk misbruik van gemaakt in mijn leven. Lingerie heb ik nog nooit gekocht, maar wel andere kleding, waarvan je even goed de maten moet weten. Met name in Amerika heb ik op dat punt geregeld met succes inkopen gedaan. En dat gaat als volgt.

Ik sta, bijvoorbeeld bij Bloomingdale's of in een filiaal van de Banana Republic en heb iets gevonden waarvan ik vermoed dat het zal aanslaan. (Mompelend) 'Welke maat had ze nou ook alweer. 40, geloof ik, of zou het 38 of 42 zijn? En wat is dat hier in Amerika?' Het moet iets van maat 7 zijn, maar zeker weet ik het niet.'

Intussen nadert een verkoopster. 'Can I help you, Sir?' Ja, wel wis en drie kun je mij helpen. 'Eh, ik zoek iets voor mijn vrouw, ik denk dat dit hier wel iets is, maar ik ben niet zeker van haar maat.' De meeste verkoopsters hebben verder mijn hulp niet nodig. 'Heeft ze ongeveer mijn gestalte? Of die van mijn collega hier?' 'Nou, eh, ik denk eerder nog die andere collega van u daar.' En zo ontstaat een heel leuk gesprek, met zijn vieren, waar uiteindelijk altijd feilloos de juiste maat uit komt. Moet je ook eens proberen, het is een uitgelezen gelegenheid om een op zich verboden gesprek te voeren met vreemde vrouwen – maar het doel heiligt uiteraard de middelen. En het kan ook gewoon in Nederland.

09.12.2007

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun






Gezellig moslimweekje

Weer een gezellig moslimweekje achter de rug (vandaag pagina’s lang in het VK Magazine foto’s van moslims uit Kudelstaart en Tiel in witte gewaden die op weg zijn naar Mekka en als ze terug zijn niet meer mogen drinken.)

Maar er was een lichtpuntje: Wouter Bos die verklaart dat het niet meer vanzelfsprekend is dat de staat alle staatsbedrijven privatiseert. Het is natuurlijk nog niet ‘alle productiemiddelen in de handen van arbeiders, boeren en soldaten’, maar het is een stap in de goede richting. Het wachten is tot Bos eist dat de stroom- en gasvoorziening, het openbaar vervoer, de waterleiding en de broodbakkerij weer in handen van de staat moeten komen.

Dat zal een dure grap worden, al die dingen zijn in de jaren negentig onder leiding van Kok en vooral van Zalm verkwanseld en het aldus verdiende geld opgemaakt aan voor met name Zalm glorieuze begrotingen zonder tekorten. Maar geen nood: een inkomstenbelasting van 75 procent op inkomens boven de twee ton zal duchtig helpen.

Maar ik had het over de islam. De week heeft bij mij enige vragen open gelaten.

Daar waren ten eerste die ietwat onsmakelijke foto’s van die Iraanse mevrouw. Ik ben vóór mooie foto’s van blote dames, maar om de een of andere reden hoef ik geen foto’s te zien van, eh, gay sex, zal ik maar zeggen. Tijdens P&W waarin een kale meneer met anderhalve meter lange tenen zat te vertellen waardoor hij zich allemaal beledigd voelde, en met hem alle moslims, doemde bij mij de vraag op – die door het illustere duo weer eens niet werd gesteld – hoe die meneer wist dat de maskers van het gay duo op de foto’s Mohammed voorstelden? Moslims mogen Mohammed toch niet afbeelden? Ja, die mevrouw zei het. Inderdaad, met die zwarte hoed in de ogen had ik haar dat zien zeggen. Maar je kunt toch gewoon volstaan met: dat kan niet, want Mohammed wordt nooit ergens afgebeeld?

Maar er is meer. Hoe weet die meneer met die tenen dat er geloofsgenoten zijn die al staan te knutselen aan een bomgordel om zich in het Haags Gemeentemuseum op te blazen? Waarom moeten mensen die geen moslim zijn (en idealiter ook geen andere godsdienst hebben) begrijpen hoe lang de tenen van de gemiddelde moslimmens zijn? En waarom het verboden is daar op te gaan staan?

Nog een interessante vraag: hoe lang duurt het nog vóór bij P&W een kale meneer met baard aanschuift, die vriendelijk glimlachend uitlegt dat het beledigingsprobleem het gemakkelijkst kan worden opgelost door een einde te maken aan de aanwezigheid van ongelovigen in Nederland – toch al sinds jaar en dag een bron van onverdraaglijke kwetsing voor gelovige mensen. Waarna onvermijdelijk de vraag volgt: moeten we meteen weg, of mogen we nog wel wat spullen inpakken?

08.12.2007

 

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Tikfouten

Het nadeel van oud worden is dat je steeds vaker merkt dat alles al een keer eerder is vertoond.

Neem nu de vjif kliko inkvip uit het spotje van KPN op tv. Een zeer geslaagde grap natuurlijk, waardoor goeie moggel, Willep de Vriep en de afdeling transploft minimaal tot eind van het jaar onsterfelijk zullen blijven.

Maar zoals gezegd: het is al eens eerder vertoond. Ik bedoel: kunst vervaardigen op basis van tikfouten.

Ergens in de tweede helft van de jaren vijftig zaten vier redacteuren van het dagblad De Gelderlander gemelijk ter redactie bijeen. Het was nog in de tijd dat de kopij weliswaar om middernacht ter zetterij ingeleverd moest zijn, maar de redacteuren werden geacht de kranten ook te ‘layouten’, en dat kon pas na enkele uren, als het zetsel gereed was. Met lijmkwast en glutonlijm werden de uitgeknipte stroken op ‘dummies’ geplakt die daarna naar de zetterij gingen, waar ze smalend door de opmakers werden verscheurd omdat ze typografisch nergens op leken.

Maar in de lege uren tussen 12 en 3 moest je wat. Stel u daar niets spectaculairs bij voor: meestal werd er enigszins slap geouwehoerd, met name over seks (er werkten geen vrouwen) en over de roomsche godsdienst, waar we ons allemaal aan trachtten te onttrekken.

Over televisie niet, want die bestond voor de meesten van ons niet. We deden wedstrijden wie de meeste klassieke muziek kon herkennen. Vaak ook gingen we gewoon naar de kroeg, en na afloop zagen de dummies er zeer creatief uit.

Ik zeg ‘wij’, maar toen De Kwartslamp ontstond, zat ik nog op de hbs. Boet Kokke, Max de Bok, Henny Derksen – ik weet niet wie de vierde was – vormden de groep ‘dichters’ die op het idee van De Kwartslamp kwamen. Het was hen opgevallen dat ze vaak dezelfde tikfouten maakten (beroemd was ‘De Glederlnader’). En omdat ze toch zaten te niksen tikten ze in hoog tempo een aantal gedichten in elkaar, op basis van die tikfouten. Inkvip en transploft kwamen er niet in voor, maar dat had gemakkelijk gekund.

In die tijd verschenen in Nederland serieuze dichtbundels en romans vol absolute wartaal – ik noem een werk van Bert Schierbeek, ‘Het boek IK’ en De Blauwbilgorgel van Cees Buddingh’. De gedichten van De Kwartslamp werden korte tijd volkomen serieus genomen, in dag- en andere bladen verschenen serieuze recensies, zelfs in het communistische dagblad ‘De Waarheid’. Maar het duurde niet lang of De Kwartslamp werd ontmaskerd als een grap.

Die overigens nog wat langer dan drie maanden interessant bleek te blijven.

Maar er kwam uiteindelijk een einde aan deze hype (dat woord kenden we toen niet) en nu is het zelfs zo ver dat er ook op internet niets meer van te vinden is. Hoewel: uit de bundel herinner ik me de tikfout ‘baluwe’, en die doet nog steeds opgeld.

07.12.2007

Deze column is ook te beluisteren in aflevering 70 van Podcasterij BestWest

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Probleem van niks

De relativiteitstheorie is niet voor iedereen te begrijpen, maar het spoorboekje van de NS is aanzienlijk moeilijker. Ik zeg er meteen bij: altijd al geweest. En ik dacht dat het daarom was afgeschaft. Het tegendeel blijkt waar.

Het spoorboekje bestaat, tot mijn oprechte verbazing nog, en het heeft inmiddels de omvang van een telefoonboek aangenomen. Nu zag ik er iemand op tv mee bezig en dat telefoonboek is dan kennelijk dat van het Groningse dorp ’t Zandt, met een voetnoot aangaande het adres van de pyromaan.

Het is een pocketboek dat geschreven zou kunnen zijn door A.F.Th., qua omvang dan. Wat me trouwens tegelijk ook verbaast is het feit dat er blijkbaar ook nog zoiets als een telefoonboek bestaat.

Dat is kennelijk ook ingewikkeld, want ik hoor op de radio steeds reclamespotjes voor twee bedrijven, 1850 en 1888 geheten, die geld willen verdienen aan mensen die ook in dat naslagwerk de weg niet weten te vinden.

Velen beheersen het alfabet kennelijk niet, begrijp ik – maar verdienen wel geld, want die hulplijnen zijn bepaald niet goedkoop in het gebruik.

Ik ben heus niet die computerfreak waar ze me hier in huis voor aanzien, want ik heb sinds enige tijd mijn adressenbestand zelfs alweer in een boekje (met een alfabet) ondergebracht. Maar neem me nu even niet kwalijk: als je wilt weten wanneer je trein vertrekt cq aankomt, dan raadpleeg je toch even www.ns.nl, de gele borden op de stations, of desnoods www.9292ov.nl als je ook nog van alles van bussen wilt weten? Wat de telefoon betreft heb je niets anders nodig dan www.telefoongids.nl, en op www.telefoongidspagina.nl heb je alle telefoonboeken van de wereld geheel gratis bij de hand.

Maar er schijnt toch iets aan de hand te zijn met het spoorboekje waardoor vanaf aanstaande zondag hele troepen dodelijk vermoeide, hongerige en dorstige, totaal berooide reizigers aangetroffen zullen worden die te voet langs of op de spoorbaan proberen alsnog hun reisdoel te bereiken. In de struiken langs het spoor loeren onverlaten, Rovers en ander gespuis op de onschuldige slachtoffers van de samenzwering van NS en ProRail. Maar zelden komt er een levend aan bij zijn reisdoel, en dan steevast een week of twee, drie te laat.

Althans, zulks maak ik op uit de berichtgeving. Ik zag weliswaar één bericht dat de euvele moed had het probleem te bagatelliseren door uit te rekenen dat het gaat om het uitvallen op vaste tijden in de week van enkele heel vroege of heel late treinen, en dat dat lastig zou kunnen worden voor naar schatting 2500 van de miljoenen reizigers van de NS, Arriva, Veolia, Conexxion en zo nog het een en ander, een probleem van niks dus. Maar ook die 2500 hebben recht op blindelings te vertrouwen spoorverbindingen, daar ben ik het ook geheel mee eens.

Het schijnt allemaal een gevolg te zijn van het feit dat de NS plotseling alle treinen om de drie minuten wil laten rijden, dat de rails daar buitensporig (!) van slijten, dat die dus onderhouden moeten worden waardoor er minder gereden kan worden.

Waarmee we, volgens de eenvoudige gedachtegang van iemand die hoogstens een reis maakt per trein als het gratis is, en dus nooit vroeg of heel laat, eigenlijk terug zijn bij het uitgangspunt. Een retourtje, zal ik maar zeggen.

06.12.2007

 

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




ADHD-cabaret

Bert Visscher, de Godfather van het ADHD-cabaret, gisteravond in Heerlen, blijft nog een paar dagen in Limburg hangen met een schijnbaar op de regio toegesneden nieuwe programma 'Stoffe Jongens' – niet iedereen zal onmiddellijk begrijpen dat die titel slaat op mijnwerkers.
Maar dat wordt meteen in de eerste scène al rechtgezet, waarin Bert als laatste mijnwerker ligt te sterven aan stoflongen, en dat ook daadwerkelijk doet, zij het dan dat dan de rest van de avond nog moet volgen waarin het nodige wordt verklaard.

Nou, zullen de echte minnaars van Bert zeggen, verklaard – wordt er wel eens iets verklaard in de shows van Bert? Nee, inderdaad.
Dus vertel vertel. Daar heeft Bert trouwens een bloedhekel aan: hij komt op straat geregeld mensen tegen die hem herkennen en dan roepen: 'Hee, Bert Visscher, vertèl vertèl.' Die kunnen een klap voor hun harses krijgen.

Hij heeft in deze show trouwens een nieuwe: 'Je zág het niet', en dat slaat op de kolenmijn, waar het natuurlijk donker is; een feestavond in de mijn waar Stevie Wonder, Jules de Corte en Ray Charles optreden, gaat dan ook de mist in.

Het decor is in ieder geval wel heel herkenbaar mijnbouwkundig, al leurt Visscher de hele tijd met een urn met de as van zijn vader, die hij zelfs in de zaal dreigt uit te strooien ('Eerste rij, hè?') Hij wordt geregeld gebeld door zijn vrouw die wil weten of hij al kerstcadeautjes heeft gekocht (die tekst moet over een maand dus anders) hij behandelt twee catalogi met inderdaad absurde cadeau-aanbiedingen, hij komt op als konijn (heel even maar, veel te warm), en in een brandende tutu. Ter introductie rijdt hij drie of vier keer razendsnel op een brommertje met die urn in een soort kapelletje achterop ('de bezorgcrema') het podium op en neer – de uitlaatgassen blijven lang hangen – daalt af in de mijn en repareert daarna de lift zodanig dat hij nooit meer zal werken, treedt nog op als een soort prediker (die sprekend lijkt op Frank 'daar ben ik voor behandeld' van Van Kooten en De Bie) die een groot aantal rare ticks heeft en worstelt met een erectie, waarna bovendien zijn gebedenboek in brand vliegt. En dit is nog maar een greep. Dus dan begrijpt u het wel.

Bert Visscher is de enige cabaretier bij wie de recensie 'het sloeg weer absoluut nergens op' met gejuich wordt ontvangen.
Als je goed luistert – want dat moet je wel, het gaat rap bij Bert – krijg je nog wel wat leuke woordspelingen mee, vrijwel allemaal in het genre 'mijn schoonmoeder is een engel'. 'Ja, daar kijken we allemaal naar uit.' Over sterven: 'De meesten zien licht aan het eind van de tunnel, maar bij mij staat daar mijn schoonmoeder'. 'In het weeshuis is geen ouderavond'. Ook veel andere botte grappen. In een scène over een afgezaagd onderwerp waarin hij oproept alle verpakkingsproducenten van kant te maken, vertelt hij wat er gebeurde toen hij een blikje energiedrank openmaakte. 'Ik zuig mijn ballen uit mijn string!' Maar dat kwam omdat er nog een folie onder het lipje zat.
Allemaal heel cliché eigenlijk, ook de Tweede Wereldoorlog moet er aan geloven. In een van de catalogi wordt een beeldje genaamd Jodel-Sepp aangeboden, je moet op de buik drukken, dan gaat hij jodelen. 'Prijs 9.95. Met de arm omhoog 40.45'.

Dat alles uiteraard met veel rondrennerij, gillende kreten, verkleedpartijen, drukken op knoppen en trekken aan hendels.
Zo'n avond vlíegt om, natuurlijk.

05.12.2007

 

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun





Di Renzo / Di Cuoio/ Gallo

Maffia

Enna heet de hoofdstad van de gelijknamige provincie op het eiland Sicilië. De provincie grenst nergens aan zee en is daarmee dan ook het achterlijkste deel van dat land, dat toch al niet bekend staat om zijn vooruitstrevendheid.

De hoofdstad heeft sinds een aantal jaren een burgemeester, Gerardo di Cuoio, die zich opwerpt als maffia basher. Op het grondgebied van zijn gemeente heerst een opvallende maffiose bende die zich bezig houdt met handel in auto-onderdelen en smokkelen van drugs.

En de burgemeester heeft landelijke bekendheid gekregen door zijn kordate optreden tegen dat broeinest van criminaliteit.

Maar de burgemeester is van de christendemocratische partij en heeft daardoor de nodige boter op zijn hoofd.

Want zijn partij heeft in de gemeenteraad een aantal lieden zitten, die weten wat hen te doen staat. Democratie is natuurlijk goed, maar die moet niet ten koste gaan van de gevestigde belangen in de stad. De stad heeft dertig jaar geleden een universiteit gekregen, en daarmee is een toevloed van ‘vreemdelingen’ van elders op het eiland en zelfs daarbuiten ontstaan. Vreemdelingen die zich verstout hebben zich ook met de politiek van het stadje te bemoeien, waar tot nu toe het ‘ons kent ons’, ‘help jij mij dan help ik jou’ en ‘allemaal mondje dicht’ heerste.

Waardoor de boel danig verstoord raakte. De filiaalchef van een plaatselijke supermarkt, Giovanni Gallo, lid van de christendemocratische partij en voor die partij lid van de gemeenteraad, speelde met veel succes en vrij openlijk de rol van ‘fixer’. Hij had zich diep ingegraven in de plaatselijke vereniging van café- en restauranthouders, en zorgde er vrijwel geruisloos voor dat de belangen van die club elk jaar weer ongeschonden door de raad kwamen. Maar de laatste tijd hebben de nieuwkomers eens kritisch naar Gallo’s optreden gekeken en enkele weken geleden is Di Cuoio gedwongen geweest, Gallo te vragen in de raad niet meer het woord te voeren over zaken die de horeca betreffen. Gallo besefte dat daarmee de zin van zijn raadslidmaatschap zou vervallen, maar zijn protesten haalden niets uit.

Intussen bleek de organisatie van de christendemocratische partij ietwat geleden te hebben onder de klappen die zij de laatste jaren had gekregen wegens haar vermeende banden met de maffia. Een van de binnengeslopen vuiltjes was een partijlid, Riccardo di Renzo, die wel erg veel wist van de handel en wandel van veel politici in het stadje; samen met diens spectaculaire capriolen met leningen en belastingschulden was die wetenschap goed voor een vaste post in de raadsfractie. Maar Di Renzo bleek woordvoerder te willen zijn voor uitgerekend financiële zaken en ook dat zou vroeger nog met gemak gekund hebben, maar nu niet meer, en Di Renzo ging af.

Rechtstreeks naar de carabinieri, die ook hun gang niet meer konden gaan onder het strenge beleid van Di Cuoio. Waarna het er naar uitziet dat ook de burgemeester in zwaar weer terecht is gekomen.

O ja, nog dit: als u voor ‘Enna’ ‘Maastricht’ wilt lezen en voor ‘Sicilië’ ‘Limburg, dan moet u dat natuurlijk zelf weten. Haal er het woordenboek bij en ontdek dat Di Cuoio ‘van Leer’ betekent, een gallo een ‘Hoen’ is en Di Renzo gewoon een veritaliaansing van Van Rens. Maar dat is natuurlijk allemaal toeval.

04.12.2007

 

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




´Rijzen! Kom uit je vuil

Over wat me allemaal in mijn leven is afgenomen, achter mijn rug afgebroken, verdwenen zonder dat ik er iets over heb mogen zeggen, zou ik een boek kunnen schrijven. Ware het niet dat ik geen boeken schrijf, natuurlijk. Bovendien heb ik u daar de afgelopen jaren al duchtig de kop om gek gezeurd, de vaste lezers, als die er zijn, zullen dat volmondig beamen. En ik zou er ook over gezwegen hebben – gisteren was het dag zelf en toen héb ik gezwegen – als het niet een gouden jubileum had betroffen: gisteren was het vijftig jaar geleden dat ik gehoor gaf aan een oproep van het Ministerie van Defensie om mij voor eerste oefening te melden in de Ernst Casimirkazerne in Roermond.

Ik had tot dan toe nooit ergens anders geslapen dan in dat knusse kamertje bovenin die woning die er dus volgend jaar ook niet meer is en ik ging een volstrekt onbekende wereld tegemoet, waarin ik bij voorbaat weinig vertrouwen had.

Ik kwam met een stuk of vijftig jongens van mijn leeftijd terecht in een kamer die was volgestouwd met stapelbedden, met in het midden een ruwhouten tafel en banken. Tussen de bedden stonden stalen kasten. Wist ik veel dat binnen enkele dagen op veel van die stalen kasten 's avonds laat frisgedraaide peuken ('NATO-peuken') werden klaargelegd die onmiddellijk na het ruw ontwaken werden ontstoken om die vuile zure lucht, die ik zo hardgrondig ben gaan haten, door de kamer te verspreiden. De sergeant van de week sloeg bij wijze van wekker, 's morgens om half zes, met een enorme houten paal keihard op tafel onder het roepen van teksten als: 'Rijzen! Kom uit je vuil! Tussen die zure lappen uit!'

Maar zo ver waren we niet. Eerst kwam er een sergeant, die zich vriendelijk voorstelde, en ons mededeelde dat we vanaf nú onder de krijgstucht stonden. Wat dat betekende, dat wisten we nog niet haarfijn, maar dat het veel goeds kon zijn, dat leek me uitgesloten, omdat de sergeant er meteen een van de militaire standaardgrappen aan toevoegde: 'Een gewaarschuwd man telt voor zesendertig!' Het was wel de eerste keer in mijn leven dat ik voor 'man' werd uitgemaakt.

Zeventien maanden hield ik het vol, ik leerde en bracht in de praktijk wat 'drukken' was, en 'maten naaien', dat je 'wapen' moest zeggen en niet 'geweer' en al helemaal niet 'spuit'. Dat ik niet 'inderdaad' moest zeggen maar 'correct', dat ik niet 'ja' moest zeggen maar 'bevestigend' en niet 'nee' maar 'ontkennend'. Ik leerde ook dat ik beter officier had kunnen worden, want dan had ik een beter bed gehad dan een strozak in een gebouw buiten de kazerne dat 'officiershotel heette'.

En toen ik begin augustus 1958 afzwaaide – ik had drie maanden 'zakenverlof' gehad – ging ik de wijde wereld in, 'a wiser and sadder man'.
En die kazerne, die staat er nog. Maar is intussen wel asielzoekerscentrum.

04.12.2007

Het fotootje staat op een partikuliere, maar openbare website over iemands diensttijd. De vechtpetten zijn duidelijk van veel later dan de diensttijd van Sante Brun.

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




De Regenboogbeweging

Kom op, voor één keer zetten we het gebruikelijke columnistencynisme opzij. Voor één keer laten we ons optrommelen om te laten zien dat veruit het grootste deel van Nederland bestaat uit heel gewone mensen die in principe helemaal niets hebben tegen mensen die ze in de bus, de trein of de tram of in de file tegenkomen.

In 1984 heb ik meegelopen in de demonstratie tegen de kruisraketten, en dat was een wonderlijke ervaring. Daar liepen honderdduizenden mensen mee in een lange, lange optocht door het centrum van Den Haag, geen wanklank werd vernomen, je ging lange en hartelijke gesprekken aan met volslagen vreemden. Natuurlijk over de kruisraketten, maar zo weinig mogelijk over politiek. Over de kinderen, uiteraard, over de opvoeding en wat je zo'n kleuter van anderhalf jaar nou allemaal te eten voorzet?

Nu, meer dan twintig jaar na dato, kan ik nog dagelijks het gevoel van toen oproepen, die solidariteit van beschaafde en intelligente mensen die een oorlogszuchtige regering die zich verkocht had aan een al even oorlogszuchtig land aan de andere kant van de oceaan, een halt wilden toeroepen, een houding die evengoed gold tegen de al even oorlogszuchtige 'Rus in de achtertuin'.

De eenzame vertegenwoordiger van de regering die zich had losgepraat van de nuchtere Hollandse realiteit, de leider van die regering zelf, Ruud Lubbers, zat wel achter het raam van het Torentje te mompelen dat hij nog wel eens zou zien. Maar die kruisraketten kwamen er niet.

De tijden zijn veranderd. We doen nu zonder slag of stoot mee aan oorlogen in Irak en Afghanistan, georganiseerd door de zelfde moordzuchtige regering in Washington, oorlogen waarin geregeld ook kruisraketten aan de orde zijn, of zijn geweest. (Kruisraket is natuurlijk weer een verkeerde vertaling. Cruise missile betekent 'zelf vliegend projectiel'. Een TomTom Cruise missile, eigenlijk.)

In eigen land hebben wij een volslagen krankzinnig (in zijn eigen woorden: knettergek) geworden 'leider', pardon: 'Leider' die niets doet dan koortsachtig nadenken over stunts waarmee hij nog meer zetels in de Tweede Kamer kan verwerven van de zijde van het misleide grondsop van de samenleving, om zijn warhoofdige 'gedachte'goed in praktijk te kunnen brengen. Zijn diepste wens lijkt te zijn het lot van Theo van Gogh te delen.

Het is daarom dat ik me van harte aansluit bij de nieuwe tegenbeweging die gisteren werd gelanceerd. Een beweging die niet tegen Wilders alleen is, want uiteindelijk zal blijken dat hij en andere rechtse ballen en ballinnen 'verwaarloosbare hoeveelheid' zijn. Maar een beweging die laat zien wat de Nederlandse identiteit was en is, minstens sinds 1984, dat de overgrote meerderheid van de Nederlanders bestaat uit redelijke, intelligente mensen die voor een deel misschien meegedaan hebben aan de gekte van de afgelopen jaren in de politiek, maar die ook wel weten wanneer ze daarmee moeten ophouden.

Die beweging is inderdaad niet links, niet rechts maar ook niet recht-door-zee, maar juist alle kanten op, de Regenboogbeweging, zullen we maar zeggen.
Morgen weer gewoon cynisch, sarcastisch. Anders kan ik net zo goed stoppen met columns, natuurlijk.

03.12.2007

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




De boekenouwehoer

Bij vrouwen waren we het al gewend. Henny Stoel verdween met het grootste gemak als presentatrice van het NOS Journaal wegens te oud en ook anderen moesten om die reden het veld ruimen. Vooral vrouwen. Met Philip Freriks was het bijna gebeurd. Bijna.
De TROS maakt nu geschiedenis door een oude man eruit te gooien. Ze wijzen de laatste beroepsboekenlezer van Nederland de deur. Martin Ros, bij het niet-lezend publiek vooral bekend van 'Interpolis – glashelder'.
Even om misverstanden te voorkomen: Martin Ros lijkt mij ook een vreselijke kerel, want behalve beroepsboekenlezer is hij ook beroepsvrijgezel en beroepsouwehoer. En ook zijn manie voor wielrennerij neemt hem tegen mij in.

Maar hij is ook een zielsverwant van mij, want volgens de legende leest hij elke dag minstens één boek, is zijn huis (ik meen in Putten) één grote opslagplaats van boeken en dan niet keurig geordend maar in de vorm van een zwijnenstal; hij heeft geen telefoon en geen computer, maar blijkbaar wel een tv.

Het meeste klopt niet, maar dat van die boeken, Ik ben helaas niet in de gelegenheid elke dag één boek te lezen, al lees ik wel elke dag in 'n boek.

En je kunt hem horen op zaterdagmorgen omstreeks half elf, Radio 1, TROS Nieuwsshow. Daar schreeuwt hij zich in ademloze geestdrift door 'recensies' heen van de boeken die hij de afgelopen week heeft gelezen en die hij wil aanprijzen. Vaak helemaal niet de elders op radio en tv gehypte werkjes in de trant van 'Hoe val ik twaalf kilo af in twee weken door me kapot te vreten' van Olga Slagter. Maar herhaaldelijk heeft hij in zijn eigenaardige keuze – veel geschiedenis, maar ook veel erotisch getinte romans – een boek aangeprezen dat ik spoorslags ben gaan halen, naar later bleek: terecht. Ik noem van de laatste maanden het boek 'Vrouwen van Mussolini'.

Het grote probleem dat Mieke van der Wey en Peter de Bie, die de Nieuwsshow (een heel aanhoorbaar programma) presenteren, met hem hebben, is dat hij, eenmaal op dreef, niet te stoppen valt. Als met name De Bie niet streng ingrijpt lult Ros tot diep in de nacht door. Dat zal ook wel een van de redenen zijn waarom deze krasse, zij het enigszins morsige (ik denk dat hij thuis een krom pijpje rookt) zeventiger de laan uit moet. Hij vecht dat weliswaar aan, maar hij gaat het verliezen. En dan verliezen wij ook, want deze lastpost kon mensen wel enthousiast maken voor boeken.

Daarom verwonderde het me ook wel een beetje dat Ros gisteravond bij Pauw & Witteman aanvankelijk weliswaar ook alle sluizen open gooide, maar tijdig werd afgeserveerd. Omdat er een Turkse mevrouw aan de beurt was. Hij zat de verdere uitzending licht verbijsterd van de een naar de ander te kijken met zijn ongeschoren hoofd en zijn smoezelige kleren en zei boe noch bah – het ging ook niet over boeken 'maar alleen maar over geld.' Dat was het enige dat hij nog te berde bracht.

Een gemiste kans. Ik zag aan zijn gezicht dat hij dacht: had ik maar een boek bij me. Dat zou ik althans gedacht hebben. (Ik heb altijd een boek bij me.) En hij zou natuurlijk helemaal 'true to type' zijn geweest als hij écht een boek ter hand had genomen. Maar misschien is boeken lezen voor Ros te intiem om open en bloot op tv te laten zien. Zoiets als poepen.

30.11.2007

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Hype rond onzinfilmpje

Toen in Nederland nog professionele journalistiek werd bedreven, gingen we als volgt te werk.

Telefoon.

‘Hallo, spreek ik met de redactie? Ik heb een leuke reportage voor u.’ (Nooit ‘een bericht’. Altijd ‘een reportage’.) ‘Ik ga aangifte doen tegen mijn buurman, wegens huisvredebreuk.’

‘Gaat u aangifte doen, of heeft u aangifte gedaan?’

’Ik ga zo bellen met de politie.’

‘Mooi. Ik noteer even uw telefoonnummer, vanmiddag neem ik even contact op met de politie en als uw aangifte daar binnen is, dan bel ik u.’

‘Ja maar… u gaat dus niet nu meteen een reportage maken?’

‘Nee. Natuurlijk niet. We publiceren pas, als u echt aangifte hebt gedaan.’

Altijd wantrouwig blijven. Misschien wil de beller zijn buurman wel de stuipen op het lijf jagen zonder aangifte te doen. Dat is namelijk nog een heel gedoe.

Maar tegenwoordig werkt dat niet meer zo.

Geert Wilders is al een paar weken niet in het nieuws geweest en laat dus via een min of meer onverdachte bron (bijvoorbeeld het internet) lekken dat hij een film gaat maken over ‘die fascistische koran’. Nog voor hij helemaal is uitgelekt, springt De Tel er al op, gevolgd door Radio 1 en zo voort, tot en met het culturele programma van de NPS in de avond, waarin de stomste aller vragen wordt gesteld: ‘Denkt u dat Wilders die film echt gaat maken?’ Tussenvraag: Is Geert Wilders echt een filmer?

Welnee, Wilders moet er eerst achter zien te komen wat ‘fascistisch’ precies betekent, waar de aan- en uitknop van de camera zit, vervolgens ontdekken dat alle uitzendgemachtigden hem op bevel van Hirsch Ballin de deur wijzen. Uiteindelijk komt er niks van terecht, of hoogstens een krakkemikkig amateurfilmpje a la ‘Submission’ van drie minuten, dat wordt uitgezonden in de door de regering gevorderde zendtijd voor politieke partijen en op YouTube gezet.

Wij hebben in dit land vrijheid van meningsuiting, ook als die in de vorm van een film wordt gegoten. We hebben vrijheid van drukpers, ook als die wordt misbruikt voor het lanceren van hypes.

En we hebben in dit land al helemaal de vrijheid, ons te laten afknallen om een onzinfilmpje.

Dat wrijft een beetje met de óók bestaande plicht om fascistische idioten een halt toe te roepen, dat natuurlijk ook. Wij zoeken dat uit. De reportage op zijn vroegst over vier weken.

29.11.2007

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun





De Karpendonkse Hoeve

Wagenwielen nog erger dan sterren

Het moet ergens in voor in de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn geweest dat ik op het punt heb gestaan de oude, gedeeltelijk vervallen boerderij te kopen waar tegenwoordig het tweesterrenrestaurant De Leuf in gevestigd is, in Ubachsberg. Het ding kostte 46 duizend gulden, indertijd een aardig bedrag als je bedacht dat je nog eens het dubbele zou moeten besteden om er een bewoonbaar geheel van te maken.

Maar omdat de verkoper er ingewikkelde juridische bepalingen bij wilde waarvan ik de dracht niet kon overzien, heb ik de koop niet laten doorgaan. Waarmee ik eigenhandig een enorme zwengel heb gegeven aan de Nederlandse horeca, want nadat er korte tijd een beeldhouwer in het pand had gehuisd, zag iemand er mogelijkheden in met het oog op horeca. Het werd een restaurant dat sinds deze week getooid is met twee sterren in de Michelingids.

Ik heb er nog nooit gegeten, en dat komt er nu natuurlijk helemaal niet meer van. Want nu moet je er maanden van tevoren reserveren, iemand vinden die de rekening voor je voldoet en dan nog eten in gezelschap van een heleboel types die niet zozeer fijnproevers zijn, als wel snobs die vinden dat uitgerekend zij geknipt, nee: verplicht zijn minstens eenmaal in dit tweesterrenrestaurant, volgens de Michelingids een omweg waard, gegeten te hebben.

Die omweg is ook wel noodzakelijk, want anders kom je er niet: de kans dat je er per ongeluk direct voorbij komt is vrijwel nihil. Het restaurant ligt aan een smalle kronkelweg die voert van het regionaal gekkenhuis via een steengroeve (Kunrader Steen) naar het absoluut morsdode dorp Ubachsberg, het ligt op een benauwd kruispunt en is vastgebouwd aan een bonte verzameling andere Limburgse boerderijen. Voor je het weet ben je er voorbij.

Ik mag graag lekker eten, maar too much is too much. In de regio sterft het trouwens van de sterrenrestaurants, maar daar heb ik nou net een probleem mee: sterloze tenten waar je behoorlijk kunt eten, niet met een omweg heen hoeft en waar je ook nog niet te veel hoeft te betalen, zijn in Zuid-Limburg dun gezaaid.

Ach, niet zeuren. Voor me ligt de Michelingids van 1986, de enige in mijn bezit, vermoedelijk een recensie-exemplaar dat op de krant binnenkwam en diezelfde avond mee naar huis ging.

Ik hoop dat u me niet kwalijk neemt dat ik hem niet helemaal doorvlooi, ik zie alleen dat de Karpendonkse Hoeve in Eindhoven toen ook al een ster had, misschien toen wel het enige sterrenrestaurant in Nederland. In Maastricht was er bijvoorbeeld maar één tent die het tot ‘drie vorkjes’ had geschopt, dat betekent ‘zeer comfortabel’, wat ik niet een eerste vereiste vind voor een restaurant.

Dat restaurant in Eindhoven heeft die ene ster nog steeds, dat noem ik nog eens volhouden. Misschien kun je er intussen wel terecht zonder dat er alleen snobs om je heen zitten. Alleen dat woord ‘hoeve’ houdt me nog tegen. Dat suggereert oude ploegen en wagenwielen aan de muur. Dat is nog erger dan twee sterren.

29.11.2007

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Bladeren

Eigenlijk had ik, bescheiden als ik ben, het voor me willen houden. Maar nu ook Wim de Bie uit de kast is gekomen met zijn (vorig jaar al geflopte) eenpersoonsblad BIE, kan ik er niet meer omheen. Ook al omdat mijn blad, wat zeg ik, mijn bladen, zich in vrijwel alles onderscheiden van de onbescheiden afscheidselen van een aantal zelfbenoemde BN’ers, als daar zijn Linda., Youp., Matthijs., Heleen. en Felderhof. Die laatste kwam er als eerste mee. Na mij, dus.

Hoe ze allemaal aan die punt zijn gekomen, dat weet ik niet, het is net zoiets aanstellerigs als ineens ergens midden in een woord een hoofdletter zetten, ik noem GroenLinks.

De meeste van de genoemde bladen zijn bewuste eendagsvliegen, ze kosten vermoedelijk alleen maar geld, maar dan heb je ook wat, zeker als je stiekem maar honderd exemplaren hebt laten drukken voor die paar lui die op de drank afkomen bij de officiële ‘lancering’. Dan blijft er altijd nog wel één exemplaar over waarmee je je kunt afzonderen op het toilet, om, nou ja, we kunnen het voor hetzelfde geld ook netjes proberen te houden, jullie begrijpen best wat ik bedoel.

Wim de Bie vertelde gisteren op zijn weblog dat ook van zijn blad maar ongeveer honderd exemplaren waren verkocht, althans afgenomen, zodat hij de overige bijna dertigduizend nu naar de papierbak kan brengen. Honderd exemplaren, dat moeten die anderen nog maar zien te halen.

Maar goed, ik was dus, besloot ik gisteren, als ON’er (Ouwehoerende Nederlander) aan de beurt. Die punt, daar heb ik indertijd wel aan gedacht, maar omdat het blad so wie so over het zetten van punten zou gaan en een leuke woordspeling op mijn voornaam zich als het ware opdrong, zette ik gewoon een frivool accent grave op de letter e, en voilà (ja, dat is een accent grave) we hadden een blad dat vooral het gezónd zetten van punten als onderwerp had.

Vanaf het begin ben ik niet in de valkuilen van de persoonlijke glossys gevallen; zo heeft er nog nooit een portret van mij in de Santé gestaan, en ook niet in het al even lekker lopende TopSanté (sorry, de redactie wilde dat per se, die hoofdletter in het midden, ik ben daar democratisch in), laat staan op de voorpagina. Zelfs een biografie of iets dergelijks, hoe interessant ook – mijn ziektegeschiedenis zou best een hele ‘special’ kunnen vullen – heb ik steeds geweigerd te laten schrijven en aan een maandelijks voorwoord heb ik al helemaal een broertje dood.

Nee, we zijn volkomen tevreden met de opbrengst, waar we heel aardig van naar de dokter kunnen. En tussendoor ook nog een glaasje schenken. Santé!

28.11.2007

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun





Foto op SP.nl

Lapzwansen mores leren

Zoals in vrijwel alle gevallen heeft ook de 1040-dagenkwestie minstens twee kanten. Als oudere, veel oudere jongere ga ik vrijwel automatisch mee met de ouderen: protesteren is goed, maak je punt maar een keer, maar het is toch nergens voor nodig om meteen te beginnen van alles te verwoesten?

Maar dan zie ik staatssecretaresse Van Bijsterveldt en dan krijg ik toch van die rare rode bloedvlekken voor de ogen.

Want haar heb ik zondagavond rustig voor de radio horen beweren dat ze al weken geleden die 1040-urennorm had aangepast, tot een totaal van 1000

En dat die maatschappelijke stage van 72 uur (dat zijn negen werkdagen om er achter te komen dat er in de wereld ook nog iets anders is dan mobiel bellen, msn’en, hyven en sms’en) ook nog eens van die 1040 uren af moet en dat er dus geen aanleiding meer is om te demonstreren, en dat iedereen maar weer eens aan de slag moet. Bij het CDA weten ze de vrijheid van meningsuiting te relativeren als het nodig is.

Nou goed, daar heeft ze natuurlijk ook wel een beetje gelijk in, herneemt mijn rechterhersenhelft weer, want je moet natuurlijk nog wel een aantal uren naar school, als je iets wilt leren. Die 1040 uur komt neer op ruim vijf uur per schooldag, dan heb je toch dik achttien uur over om mobiel te bellen, te msn’en, te hyven en te sms’en. En dan heb ik het dus nog niet over al die dagen waarop je helemaal niks hoeft, te weten de vakantiedagen.

Tot zover het gemodder in de marge. Ik ken verschillende mensen die leraar zijn geworden juist omdat er zoveel vakantie verbonden was aan dat mooie vak. Dat zijn meestal niet de meest bevlogen onderwijzers, zal ik maar zeggen. Dat zijn nu ook degenen die de jongelui ophitsen om te gaan staken: alweer een paar uur geen les geven, en met misschien als uitkomst dat Van Bijsterveldt alsnog het aantal uren halveert.

Wat Van Bijsterveldt vooral zou moeten doen, vind ik, dat is: zorgen dat er meer leraren komen (hoe, dat zoekt ze zelf maar uit) en meteen ook de lapzwansen die maken dat vrijwel alle schoolkinderen ’s morgens eerst internet moeten raadplegen om te zien of de lapzwans het belieft vandaag weer eens op te dagen, de les te lezen. Dat deed ze, eerlijk is eerlijk, gisteravond bij P&W ook wel een beetje, maar ze was er niet echt met haar hoofd bij. Ze werd pas echt wakker toen ze een theologisch verantwoord betoog opzette over de levenskansen van véél te vroeg geboren kinderen, geheel volgens de richtlijnen van het Heilig Officie te Rome en de Synode van Dordrecht.

Uit het betoog van de ook aanwezige dokter begreep ik trouwens dat die prematuurtjes, als ze het al levend halen, vaak niet op de middelbare school terecht komen. Dus dat is een hele zorg minder.

11/27/2007

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Bea

Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra, die een biografie ten beste hebben gegeven aangaande het turbulente leven van de drie koningen Willem die in de negentiende eeuw Nederland onveilig maakten, hebben al eerder keurig en historisch verantwoord en bovendien zeer leesbaar bericht aangaande het Hof.

Om te beginnen de voorlopige biografie van Pieter van Vollenhoven, waarin Beatrix stampvoetend wordt opgevoerd omdat ze er problemen mee had dat haar zuster het had aangelegd met een lid van het lagere plebs. En daarna met het alleraardigste boekje waarin werd geklapt uit de brieven die een hofdame, jonkvrouwe Henriëtte Van de Poll, aan haar ouders schreef met daarbij de opmerking: ‘Vertel dit toch aan niemand’, dat meteen de titel van het boek werd. Vervolgens vertelt Dorine het aan iedereen, en daarmee was de toon al gezet, met betrekking tot het Hof waar men neerkijkt op het plebs, waar het personeel aan onmenselijke regels moet voldoen en waar een zunigheid heerst waar de Zeeuwen nog een puntje aan kunnen zuigen.

Veel erger dan dat kon het niet worden – volledigheidshalve zou ik nog kunnen verwijzen naar de uitputtende biografie die Cees Fasseur schreef over koningin Wilhelmina en, iets heel anders, het boek ‘Drees en Soestdijk’ van Hans Daalder, over de affaire Greet Hofmans.

Dus je zou zeggen dat een boek over de Drie Koningen uit de negentiende eeuw er nog wel bij zou kunnen. Of Hare Majesteit er ook bij gestampvoet heeft, dat weet ik niet, het heeft haar al eens een knie gekost, iets heel doms heeft ze nu wel gezegd. Want als je twee historicae toestemming geeft in je huisarchief te snuffelen, dan ga je er toch niet vanuit dat ze het hele archief zullen gaan publiceren. Nee, ze maken er een keuze uit, die onvermijdelijk gekleurd wordt door de visie op de geschiedenis van de historicus – begin negentiende eeuw was het onder historici zelfs gebruikelijk om een boek te beginnen met een uiteenzetting over de eigen opvattingen.

En dus is de opmerking van Hare Doorluchtigheid nogal dom dat Dorine en Daniela ‘Bij hun schets van de koningen Willem I, II en III … zeer selectief gebruikgemaakt (hebben) van vooral die documenten uit het Koninklijk Huisarchief die een minder positief beeld van de hoofdpersonen kunnen oproepen’; is er, buiten de Kannegin, iemand in Nederland te vinden die de drie heren echte leuke, sympathieke types vindt?

Ik denk dan ook niet dat onze Vorstinne de reputatie van de koningen Willem I, II en III als zodanig op het oog heeft, dan had ze ook haar vader en grootvader wel in de overwegingen betrokken die tenslotte de laatste jaren ook op kritische toon de revue zijn gepasseerd – publicaties die vanuit Huis ten Bosch hoogstens met een ijzig stilzwijgen zijn begroet.

Nee, het gaat er om dat Willem IV er aan komt, en het is voor de PR van de aanstaande koning natuurlijk geen leuke start als de mensen aanleiding hebben om te denken dat de in 1815 zo succesvol begonnen rekenkundige reeks door Alex zal worden voortgezet.

Waarom moet hij trouwens Willem IV heten? Voor de PR is het veel beter dat hij de naam Maximus I aanneemt.

26.11.2007

Reacties op Plein, waar zich trouwens sinds 23|11 een discussie over het onderwerp voltrekt.

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Vaillantlaan

Vanuit de lucht, met hulp van maps.live, ziet het er best nog vriendelijk uit. Maar als je op zaterdagmiddag door de Vaillantlaan in Den Haag rijdt, piep je wel anders. Hier is een misantrope architect aan het werk geweest die, geïnspireerd door de mensvijandige omgeving van Metropolis, de stad van Superman, gestalte heeft gegeven aan Nieuw Istanboel.



Vroeger was de Vaillantlaan ook een lange, tamelijk brede weg die voerde van het Haagse stadscentrum in Zuidoostelijke richting, met aan weerszijden een muur van woningen in de stijl die gebruikelijk was rond 1880. Het was kennelijk noodzakelijk geworden dat hele zaakje radicaal af te breken en nu hebben we dus weer van die gesloten wanden.

Nou, gesloten. Boven zie je verschillende lagen woningen, beneden zijn winkels gevestigd. Turkse restaurants, islamitische slagers, Surinaamse restaurants, telefoonwinkels, reisbureaus, koffiehuizen, winkels met opschriften schriftsoorten die ik niet kan lezen.

En om te benadrukken dat de Vaillantlaan gewoon een stukje van Istanboel of Casablanca is, heeft het verkeer in de straat zich ook aangepast. Opeens heb je het gevoel of je in Lissabon bent, of in Rome, mooier nog: Palermo. De voet op het gas, zal ik maar zeggen. Als het niet zo koud was, hing ik de linkerarm uit het raam.

Nauwelijks een witman te zien, wijd en zijd; nou ja, wij rekenen onszelf tot de witlieden, dat nog wel.

Ik ken mensen in Den Haag die zich in hun stad niet meer thuis zeggen te voelen. Ze hebben daar duidelijk racistische teksten bij, die ik te kortzichtig vind. Maar wat ik me wel kan voorstellen, dat is dat deze oerhollandse stad in wel zeer korte tijd is veranderd in een smeltkroes van mensen die van over de gehele wereld hierheen gekomen. Niet voor ons klimaat uiteraard, maar omdat wij tolerant waren (en nog zijn, hoop ik) en omdat je in Nederland de kost kunt verdienen, vooral als je wilt werken.

We waren in Den Haag om aanwezig te zijn bij de laatste dienst in een af te breken kerkgebouw van een van de kleinere protestantse denominaties in Nederland – er komen appartementen voor in de plaats, wat anders. Ook die geloofsgemeenschap heeft de grote veranderingen van de laatste jaren meegemaakt; het grootste deel van de gelovigen die aanwezig waren bij de laatste dienst zijn duidelijk afkomstig uit geheel andere streken van deze aardkloot.

Bij de dienst aanwezig waren ook mensen die deze gemeente intussen de rug hebben toegekeerd en een eigen gemeente zijn begonnen, die overwegend blank is.

Is dat racisme? Misschien. Maar ik denk eerder dat men de nieuwe kerk een plek vindt waar men, zoals vroeger, gewoon met vrienden en bekenden onder elkaar kan zijn.

Intussen heeft de grote gemeente zich ook ontwikkeld en je ziet dat men daar, blank of zwart, al heel aardig met elkaar overweg kan, al zijn de exotische gemeenteleden wat meer van ‘zingen en dansen’. En van lekker eten koken, trouwens.

Het is gewoon te snel gegaan allemaal. Maar ooit wordt de Vaillantlaan een uitgaanscentrum waar iedereen graag komt.

Sprak hij optimistisch.

25.11.2007

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Weerzin

Dit is zo’n ochtend dat de totale weerzin omtrent alles dat met politiek te maken me weer in zijn greep heeft.

Loop even mee langs het nieuws van hedenochtend.

Gisteren wisten we: de versoepeling van het ontslagrecht is het nieuwste taboewoord. Het VO-woord, zullen we maar zeggen. Maar onze onvolprezen eerste minister had daar gisteren weer een kanttekening bij: als het moet, dan komt het VO-woord toch weer ter sprake, volgend jaar. Als die commissie er tenminste in die korte tijd uit komt.

De ‘missie’ in Uruzgan gaat nog twee jaar door (en daarna nog twee jaar, maar dat laatste is een observatie van mij, in mijn huidige pessimistische bui) en we weten inmiddels dat ‘onze jongens’ geen missionarissen zijn en dat ze in Afghanistan niet zitten te wachten op onze kraaltjes en spiegeltjes. Nee, onze jongens gaan dat betalen met hun leven en wij met een forse greep in de door ons met veel moeite gevulde staatskas.

De regering weet alleen maar dat iemand de dupe moet worden, desnoods de eigen achterban, als je kans ziet die ongemerkt een oor aan te naaien.

Onze jongens betalen het voor een deel zelf, trouwens, want er zitten er nu nog op school die volgend jaar daarheen gaan en tot die tijd mogen ze weer een paar honderd euro extra collegegeld betalen omdat anders niemand meer leraar wil worden.

Wij zijn intussen zo ver afgezakt dat er aanleiding is een voorbeeld te nemen aan de vissen, die in opstand zijn gekomen tegen de overbevissing en daarom klein blijven maar wel eerder geslachtsrijp, zodat alleen pedofiele vissers er nog belangstelling voor hebben.

Ook politici zijn inmiddels volkomen geslachtsrijp, gezien de succesvolle experimenten in het fietsenhok van het Nijmeegse gemeentehuis, waar kennelijk gewerkt wordt aan een nieuw Paars Akkoord.

Heeft de Tweede Kamer ook een fietsenhok? Dan wordt het tijd dat Wouter Bos (PvdA) zich aldaar, zoals dat heet ‘oraal laat bevredigen’ (gewone mensen noemen dat ‘pijpen’) door een hopelijk enigszins aantrekkelijk Kamerlid van de VVD, en dat er dan een commissie wordt benoemd die over twee jaar met een rapport moet komen waaruit moet blijken of pijpen ook seks is, en zo ja, met welke uitzonderingen dan. Ik noem mogelijkheden: afgeluisterde Hell’s Angels of Joran van der Sloot. Die mogen namelijk genaaid worden waar ze bij staan, zonder dat er een commissie aan te pas komt.

23.11.2007

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Een ontzettend leuk bericht

Zouden we niet verschoond blijven van schitterende aanbiedingen op het gebied van mobiele telefonie, omdat de markt intussen verzadigd is? Dus dat iedereen een mobiele heeft, of twee? Ik meen toch zeker te weten dat ik dat een poosje geleden ergens heb gelezen.

Maar niets is minder waar. Gisteren heb ik twee aanbiedingen gekregen die bijna grenzen aan het ongelooflijke. Eerst word ik door KPN gebeld, op mijn mobiele telefoon, door een jongeman die me op opgefokt vrolijke toon meedeelt dat hij een ontzettend leuk bericht voor me heeft…

‘Kan ik me nauwelijks voorstellen.’

‘Sorry?’

‘Dat ik uitgerekend van KPN een ontzettend leuk bericht krijg.’

‘Eh, ja. Ik mag u namelijk geheel gratis een maandlang e-mailen en internetten met uw mobiele telefoon aanbieden.’

‘Maar dat wil ik nou net niet.’

‘Meneer, dat is toch fantastisch? Als u op reis bent?’

‘Op reis heb ik een boek bij me.’

‘Een boek?’

‘Ja, weet je wel, zo’n heel pak papier, aan elkaar vast. Lé-zen.’

‘Ja, oh ja. Nee, maar het is toch prettig dat u onderweg even de sportberichten kunt checken, of de beurskoersen. Bankzaken.’

‘Laten dat nou net drie dingen zijn die me geen zak interesseren. Bovendien, ik reis nauwelijks. Ik heb die telefoon alleen voor noodgevallen.’

‘Ja maar, onderweg uw mail checken, internetten.’

‘Schitterend. En na die maand van u ben ik daar aan verslaafd en ga ik die verslaving met goudgeld betalen.’

‘Eh… Ik hoor het al, u lijkt me niet geïnteresseerd.’

‘Waar haalt u dat nou vandaan… Meneer, luister es. Kunnen we dit gesprek beëindigen? Uw vrolijkheid begint me tegen de borst te stuiten.’

‘Sorry? Oh, eh, nou, goedemiddag dan maar.’

Daarna van Vodafone de aanbieding om een heel jáár gratis mobiel te mailen en te internetten. Ook al zo’n beroepsvrolijkerd.

22.11.2007

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun





Aftiteling Hart van Nederland (SBS6)

Onderzoek overbodig

Rob Trip liet vanmorgen Mark Rutte en werkgeversvoorzitter Loek Hermans helemaal uitpraten in hun pleidooi voor meer gemoedsrust en banksaldo voor de werkgevers, die zo graag ‘You’re fired!’ hadden willen kunnen roepen.

In de discussie over de vraag of de publieke omroep te ‘links’ zou zijn, tekent zich een soort eensgezindheid af: het is een domme vraag, het is veel beter te proberen na te gaan of de publieke omroep iedereen in de samenleving wel aan zijn of haar trekken laat komen. Als je per se iets wilt onderzoeken.


Maar dat hoeft nog niet te betekenen dat de journalistieke tak van die omroep zich daar iets van moet aantrekken. Nieuws laat zich immers niet sturen. Veel ‘rechtse’ woordvoerders willen dat wel: een systeem zoals in Italië bestaat. Daar is de publieke omroep verplicht vijf minuten aandacht te schenken aan rechtse politici als linkse politici vijf minuten aan de beurt zijn geweest, en omgekeerd.

En dan zijn we toch aangekomen bij het voornaamste bezwaar: Nova en Den Haag Vandaag zijn te links, want daar werken linkse journalisten. Maar dat is natuurlijk niet zo. Veel mensen die weinig idee hebben van de werking van de journalistiek en het nieuws vinden ‘scherp ondervragen’ per definitie ‘links’. Maar Nova valt op dat punt absoluut niets te verwijten. Nova is de eerste die politici die toch echt niet van linksheid te beschuldigen zijn, zoals Geert Wilders en Rita Verdonk, met volgens mij iets te veel égards behandelen. Tenslotte zijn dat mensen die objectief een acuut gevaar vormen voor de Nederlandse samenleving.

En het NOS Journaal gaat een beetje ten onder aan truttigheid die verplicht is geworden door het bestaan van RTL Boulevard, RTL Nieuws, 4 In het land, Hart van Nederland. Met name RTL Boulevard en de beide binnenlandse nieuwszenders zijn, als ze per se ingedeeld zouden moeten worden, uitgesproken rechtse zenders: aandacht voor flut en futiliteiten en de ergernissen van de kleine burgerman die niet verder kijkt dan dat deukje in zijn auto. RTL Boulevard vermomt zelfs geregeld, bij monde van Albert Verlinde, rabiaat rechtse uitspraken als objectief nieuws.

Bovendien zijn veruit de meeste mensen niet geïnteresseerd in serieus nieuws en achtergronden, ze kijken liever naar mislukte ouders, mislukte zangers, sterren in combinatie met ijs en veel te dikke mensen, en naar Frans Bauer.

Kortom, dat voorgenomen onderzoek leidt nergens toe, kost alleen maar geld (dat is trouwens een rechts argument) en uiteindelijk bloedt de discussie dood, zoals Kees Korvinus gisteravond opmerkte in Standpunt Café. Om de zoveel tijd begint die discussie opnieuw, het is een natuurverschijnsel dat we maar over ons heen moeten laten gaan als een herfststorm. Waaraan we de hype over de frankanje ook aan moesten overlaten in plaats van die tot in het belachelijke te hypen. Oók door de publieke zenders.

21.11.2007

Reacties op Plein

Zie ook: Diejen ond

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Crimibubbels

Behalve aardolie lijkt ook champagne een schaars artikel te worden. En de schuldigen zijn dezelfden: Rusland, India en China knallen sinds kort massaal bij het ontbijt een flesje open, in die kringen vaak geduid met ‘sjampie’ of zelfs ‘sjampoepel’. En bij dat ene flesje blijft het in de loop van de dag niet.

Mij is bekend van een bekend modeproductiehuis in Amsterdam waar al in de jaren zeventig en tachtig onder het werk geen koffie werd gedronken (geeft vlekken) maar waar er elke dag wel een kratje van de weduwe doorheen ging.

Als u niet weet wat of wie met de weduwe wordt bedoeld, dan bent u niet erg op de hoogte van wat er in de wereld speelt, als u mij toestaat. Want de weduwe is sinds lang niet meer mevrouw Van Nelle, maar la Veuve Clicquot Ponsardin. Dat is ook een beetje de geruststelling die ik u gelijk kan meegeven: namelijk dat de bubbels niet gauw op zullen zijn, ook niet als Daphne Deckers ermee blijft gooien.

Dat feestje was volgens mijn schatting overigens ordinair genoeg voor de vermoedelijke merken: Veuve Clicquot dus, Moët et Chandon, Piper Heidsieck, Mumm, Dom Perignon. (Er zijn er meer, maar kijk daarvoor maar zelf in Wikipedia.)

Hoewel ik bij Dom Perignon twijfel, want ik heb begrepen dat van dat merk de complete oogst van de komende decennia al is opgekocht door de Russische maffia. Dat is trouwens ook het mooie van de penose: die bestaat doorgaans uit ultraconservatieve mensen die niet graag van merk veranderen.

Maar het gebrek aan champagne wordt door iets anders veroorzaakt. De ware oorzaak is een regel van de EU, afgedwongen door de Franse champagne-producenten; de naam ‘champagne’ mag niet meer gebruikt worden voor andere producten dan de bubbeltjeswijn uit de Franse champagnestreek. En zelfs de aanduiding ‘méthode champenoise’ is sinds jaren verboden – de verklaring dat de vraag naar champagne groter is dan de productie is een rechtstreeks gevolg van die ontwikkeling. En daar weer van een gevolg van is dat de toch al absurde prijzen van champagne nog verder omhoog kunnen. Maar geen nood, geld zat, bij de maffiosi in deze mooie wereld. Al zou ik als kuise Franse weduwe toch even aarzelen voor ik daarmee geassocieerd zou willen worden.

Verder is er weinig reden tot zorg. Want de hoeveelheid bubbels die zich geen champagne mag noemen maar het vaak wel is, is vrijwel onopdrinkbaar. De Duitsers produceren hun sektplas, de cava-fontein in Catalonië blijft ongelimiteerd spuiten, de Italiaanse prosecco-meren dreigen buiten hun oevers te treden – allemaal gemaakt met de beroemde méthode champenoise, bedankt, Frankrijk! En dan heb ik het nog niet over de talloze wijnhuizen in Griekenland, Roemenië, Portugal en vergeet niet de Verenigde Staten, die allemaal onafzienbare zwembaden vol bubbels produceren. Zelfs in het Limburgse Kunrade wordt een alleszins drinkbare champagne (die dus zo niet mag heten) geproduceerd.

Dus laat die toch al veel te dure champagne maar over aan de hoeren en de boeven, wij drinken wel bubbels voor een eurootje of vijf per fles.

Tot in lengte van jaren.

20.11.2007

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Kentekens

Voor de zeshonderd kilometer autoweg tussen Aken en Basel heb ik een aantal bezigheden ontwikkeld, die de saaiheid van dat stuk weg wat moeten verdrijven. Meestal komt het neer op ingewikkeld hoofdrekenen met als parameters de af te leggen afstand, de snelheid van de auto en de dieselprijs.

Voor de afwisseling doe ik nog iets anders: kijken naar wat voor woorden en andere gegevens die je kunt halen uit Duitse kentekens. Bijvoorbeeld de plaats van herkomst. Sinds Oost-Duitsland erbij gekomen is, is dat een vorm van hoger onderwijs geworden, al weet ik intussen wel dat DD Dresden is, LL Leipzig en HRO Rostock.
Geen van drieën afkortingen die aanleiding kunnen zijn tot leuke woordspelingen waar ik naar zoek. Een buurjongen, die in Aken woont, heeft als letters in zijn kenteken AC-ID, een leuke woordspeling omdat alle hippe jongelui weten dat acid een ander woord voor lsd is.

Over de hele wereld is het voor Nederlanders een sport om autokentekens te vinden met Nederlandse drieletterwoorden erop, en Duitsland vormt daar geen uitzondering op. In de buurt van Keulen hoef je niet lang te wachten voor je een auto tegenkomt met K-UT in het kenteken, en een eind verderop, halverwege Basel zal ik maar zeggen, zie je geregeld auto's met LU-L, van Ludwigshafen.

Het Duitse systeem laat dus toe dat je zelf de letters bedenkt die achter de afkorting van het district waar je auto geregistreerd is (lang niet altijd het district waar je woont). De meeste mensen hebben daar geen zin in, je kunt tenslotte ook te veel opvallen, of rijden in een leasebak. Maar inwoners van bijvoorbeeld München die Max heten, en dat zijn er nogal wat, kunnen de verleiding vaak niet weerstaan: M-AX dus, op het kenteken.

Vanmorgen stonden er 55 files met een astronomische lengte op de Nederlandse wegen. (Honderd kilometer file bestaat uit achtduizend auto's, per rijstrook). Ik denk eerlijk gezegd niet dat veel van die automobilisten hevig zaten te verlangen naar een kentekenplaat zoals voorgesteld door het VVD-Kamerlid De Krom.

Die gaat, ik zweer je dat het waar is, de minister van Verkeer en Waterstaat een kentekenplaat aanbieden met de tekst: CAMIEL 1. Onze goedlachse Valkenburger kijkt wel uit: die wil, in bewindsliedenstijl, geregeld met 200 per uur over de vluchtstrook kunnen en dan niet herkend worden.

Voor zichzelf heeft De Krom het al begrepen, dus zijn auto gaat niet De Krom 22 heten of zoiets. Nee, luister en huiver: 'Onze hond heet Tommie 1, dus mijn auto wordt TOMMIE 2'.

Ik hoor ze al brommen in de file, bij het horen van dat bericht: 'Het is al zwaar KUT om in de file te staan, moeten we ook nog luisteren naar die LUL van De Krom. Ik krijg zin in een snuifje ACID. En als ik TOMMIE voor de wielen krijg, laat staan CAMIEL…' (Voor MAX wist ik even niks te bedenken. Hoogstens MAX Laadvermogen.)

19.11.2007

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun





Foto Planet.nl

Boom

Dat hele geharrewar rond de Anne-Frankkastanje – de frankanje, zullen we maar zeggen – heeft mij wel degelijk wakker geschud. Er is te veel gebeurd, wij kunnen er niet langer over zwijgen.
Of die kastanje ten eeuwigen dage moet blijven staan is voor mij geen vraag: ja natuurlijk, al zal hij, ook uit kostenoverwegingen, vervangen moeten worden door een exemplaar van kunststof, waarbij meteen gezorgd kan worden dat hij eeuwig bloeit. Dat is dan meteen nummer een.
Vervolgens gaat de aanbouw van Het Achterhuis tegen de vlakte. Zijn ze, bij nader inzien, nou helemaal van de pot gerukt? Stel je eens voor dat Anne gereïncarneerd wordt – en ik steek mijn hand er niet voor in het vuur dat dat niet zal gebeuren – dan zal het bij haar hernieuwde inburgering toch behoorlijk helpen als alles er nog uitziet zoals zij zich herinnert uit 1944/45.

Dat is ook het uitgangspunt van mijn voorstellen. Het Achterhuis wordt weer gewoon een kantoor, compleet met geheime verrader. Daar is niet moeilijk aan te komen, dacht ik zo. De wijde omgeving wordt autovrij, hoogstens staat er ergens een Ford model 1928 met houtgasgenerator achteloos geparkeerd.
Waar zijn trouwens die houten treinen gebleven waarmee je vroeger zo gezellig naar Westerbork kon? Ja, ik weet het, we wilden het comfortabeler, maar gaat het daar in het leven eigenlijk wel om? Gaat het er niet om dat je je inspant om het verleden in ere te houden?
Eind jaren vijftig van de vorige eeuw, nauwelijks tien jaar na dato, werden de houten wagons afgeschaft, nadat ze eerst waren gebruikt voor het transport van andere verschoppelingen uit de Nederlandse samenleving: dienstplichtige militairen. Die moeten dus terug. De NS klaagt toch steen en been over gebrek aan materieel? Nou dan.
Vervolgens moeten de rails in Westerbork, die nu in een bocht omhoog staan, ritueel plat worden geklopt – ik heb dat altijd een aanstellerig soort gebruikskunst gevonden. En dan is het een kleine moeite die spoorlijn weer een eind Duitsland in te laten lopen.
Zo is er nog heel veel te bedenken dat ons met de neus kan drukken op de situatie van vandaag de dag. Als ik het goed heb, komt er immers binnenkort weer behoefte aan treinen die allerlei ongewenst gespuis de grens over zetten.
Daarna dansen we eens per jaar eensgezind rond een inderhaast ergens in Amsterdam neergezette plastic dadelpalm. Toch?

18.11.2007

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Columns over de kinderen

Het lijkt me niet moeilijk te bewijzen dat vrijwel elke columnist die zich niet met sport of politiek bezighoudt, zich wel eens vergrepen heeft aan zijn kinderen. Ach, wat zeg ik daar nou weer. Ik bedoel: wel eens stukjes heeft geschreven waarin zijn (of haar) kinderen een hoofdrol vervulden. Ik ken er zelfs een die uitsluitend over zijn kinderen schrijft, Emile Hollman in Maastricht, wiens columns over zijn keepende zoon en zijn met een ongelooflijke fantasie gezegende dochter wekelijks figureren in de beide Limburgse dagbladen.

Sylvia Witteman verhaalt in de Volkskrant en op haar website fris en vrolijk verder over haar kinderen, ook nu ze in een nuffige buitenwijk van Wahington woont, en kwalificeerde vorige week haar jongste zoon (van een jaar of vier, denk ik) als ‘Satans filiaalhouder op aarde’.

Alle columnisten maken op zekere dag mee, dat de kinderen over wie ze schrijven, daar bezwaar tegen gaan maken. Die van Emile zijn al zover dat ze hem een beetje proberen te sturen, hem van kopij proberen te voorzien; maar daar zie je al scheurtjes ontstaan, en het nadeel van een column die alleen over die kinderen gaat, is natuurlijk dat als ze een advocaat in de arm nemen of je de tekst van de privacywetgeving of een kopie van een brandbrief aan de Nationale Ombudsman onder de neus duwen, bevattende de sommatie om ermee te kappen: dan is je column meteen naar de filistijnen.

Sylvia Witteman krijgt over een paar jaar hoogstens een wat zweterige middag als tot Satans filiaalchef is doorgedrongen wat daar zonder zijn medeweten of tussenkomst over hem is gepubliceerd in een groot landelijk dagblad, maar de frequentie van haar columns hoeft daar in beginsel niet onder te lijden.

Met mij was het al vroeg gebeurd; de zaak werd in mijn geval nog gecompliceerd doordat ik ook wel eens foto’s van de kinderen gebruikte als illustratie in de krant, bijvoorbeeld van onze nieuwe badkuip, waar ze in zaten en waarbij, met enige fantasie, bij een van de twee een bloot piemeltje te ontwaren viel. Ik heb toen een staaltje assertiviteit mogen ervaren dat er niet om loog.

Vandaar dat ik sinds enige jaren met stijgende verbazing heb kennis genomen van de gedweeheid van de beide dochters van Martin Bril die inmiddels flink op streek waren in de puberteit maar nog steeds stof leverden voor vaders columns, ook al in de Volkskrant, waarin ze soms niet al te mild werden neergezet.

Gisteravond kwam daar een einde aan. En niet door een stevig gesprek in de schoot van het Brilse gezin, maar op de televisie. Bij De Wereld Draait Door. De dames (de uitdrukking is van Bril) waren meegekomen om het nieuwste boekje met columns van vaders te promoten, we weten nu dat ze Fleur en Lena heten, 12 en 16 jaar zijn en helaas op hun vader lijken; Fleur heeft zelfs een stevige beugel. Maar ze waren er dus vooral omdat ze er niet meer willen zijn.

Samengevat: je wilt niet meer (anoniem en zonder foto) in de columns van je vader optreden, en komt dan live en met naam en toenaam (en beugel) op de tv om dat besluit toe te lichten, compleet met beweegredenen (sommige van onsmakelijke aard) en verdere achtergronden.

Volgens mij zijn ‘de dames’ omgekocht met een fiks deel van de opbrengst van dat boekje.

17.11.2007

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Voetbalouders

Sport

Al heel mijn lange, lange leven staan de vaders – vaak ook de moeders – langs het voetbalveld te brullen en te schreeuwen tegen de jongens en tegenwoordig ook de meisjes die de edele voetbalsport beoefenen, weliswaar pas zes jaar zijn, maar duidelijke tekenen van talent vertonen. Waarbij de ouders meteen die enorme eurotekens in de ogen krijgen. Van je kinderen houden is belangrijk, maar aan ze verdienen is natuurlijk beter. Vooral als het veel is.
Niet overal natuurlijk. Op de velden van de Nijmeegse hockeyclub Union hoorde je vijftig jaar geleden zelden een onvertogen woord. Bij de voetbal- en atletiekvereniging Quick, hoewel die goddeloos was, ook niet.

Voor het echte werk moest je bij clubs zijn als SCE, die opereerde in de volkswijk rond de Koninginnelaan. Daar stonden de moeders op zaterdag – de vaders moesten die dag gewoon werken – langs de lijn en brulden: 'Bloed oan de poal, schup ze veur de klote!' – excuseer mijn Frans. En wij hebben het hier, ik herhaal, over de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen er nog niet eens iets te verdienen viel in de voetballerij, voor zover mij bekend. Toen er dus geen profvoetbal was en de normen en waarden niet eens genoemd hoefden te worden.

Djamila en ik zijn er een beetje trots op, dat onze zonen nooit de geringste ambitie op sportgebied hebben gehad. Nummer een speelde een tijdje basketbal, hij deed enthousiast mee, maar na afloop van de wedstrijd informeerde hij in de auto op de terugweg wie er gewonnen had en met hoeveel. Als hij er al naar informeerde. Wij wisten het ook niet precies, want we hadden vooral oog gehad voor de vaders en moeders op de tribune die zich de longen uit het lijf krijsten bij het aanmoedigen van het aanminnig kroost om zich ten koste van desnoods alles in de kijker te spelen.

Nummer twee had nogal succes 'op judo'. Hij hing snel een aantal gekleurde banden aan de muur op zijn kamer met de bijbehorende diploma's, werd vrijwel spelenderwijs clubkampioen in zijn categorie maar gaf er de brui aan toen er wedstrijdjudo moest worden gespeeld. Korte tijd later ging hij zwemmen, maar ook daar haakte hij af omdat hij geen zin had in wedstrijden.

Op judo zat een jongen die er niets van bakte. Zijn vader, een grote kerel, stond brullend en gierend aan de rand van de mat. Het jongetje probeerde vrijwel snikkend nog iemand in de dubbele oetsjimata (of zoiets) te nemen, maar alles mislukte. Na afloop liep hij mismoedig, nog net niet vol zelfmoordplannen, naast zijn scheldende en tierende vader, die loser, naar de auto op het parkeerterrein.

Staat tegenover dat onze boys wel erg weinig lichaamsbeweging nemen.
Net als hun vader.


16.11.2007

 

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Dag van het respect

Op de mooie camping Regio bij de schone Spaanse stad Salamanca zit ik, het onvermijdelijke glas rode wijn in de hand, wat na te soezen van de copieuze lunch. Het is een graad of dertig en de camping is goed bezet. Schuin tegenover me, aan de andere kant van het pad, zit een Duits stel, man en vrouw van halverwege de dertig, aan een tafeltje voor de caravan met allebei een glas in de hand. Witte wijn, schat ik. Het lijkt een tijdlang op een genoeglijk gesprek tot die illusie wreed wordt verstoord en ik klaar wakker schiet. Zij zegt, opeens duidelijk verstaanbaar: ‘Du respektierst mich nicht.’

Dat is een relatie, kortom, die op zijn eind loopt. Want dat is een volstrekt dodelijke constatering, een beschuldiging waar weinig tegenin te brengen valt. De man beschouwt de vrouw dus als een meubelstuk, of liever: als een handig gebruiksvoorwerp, althans, zo ervaart zij het. En naar haar mening is dat een gebrek aan respect: hij schat haar, naar haar mening, niet hoog genoeg. Let wel: hij is niet tot respect verplicht, maar zij ervaart zijn gebrek aan respect als een fatale tekortkoming. De oplossing kan niets anders zijn dan uit elkaar gaan.

Iemand respecteren is in de westerse cultuur: iemand hoogachten. Of minstens iemand zo hoog achten dat je zijn of haar mening, eigenschap, standpunt respecteert.

In de westerse cultuur, ja. In andere culturen, waarin de mensen niet alleen samen leven maar elkaar vooral ook in de gaten houden omdat je altijd kunt verwachten dat er iemand uit je eigen kring er met je laatste boterham vandoor gaat, of jou te schande maakt, betekent respect (‘respek’) eerder dat men je respecteert zoals je een hongerige leeuw of een kwaaie hond respecteert. Respect is in dit geval een mooi woord voor angst. Gebrek aan respect leidt tot moord en doodslag.

Daar hebben we dus een levensgroot en diepgaand verschil in betekenis. De Dag van het Respect die vandaag wordt ‘gevierd’, is een verwarrende aangelegenheid die het probleem alleen maar groter maakt. Of het zou moeten zijn dat mensen in de westerse samenleving er op deze manier achterkomen dat er grote verschillen zijn, dat een woord als ‘respect’, maar ook andere woorden, zoals bijvoorbeeld ‘schaamte’ of ‘schande’ en vooral ‘eer’ in andere culturen een geheel andere, zij het wel verwante betekenis hebben. Een van de beste boeken op dat gebied heet ook ‘Schaamte’, het is van de hand van Salman Rushdie.

De Dag van het Respect zou niet nodig zijn geweest, als wij, hier in Nederland, alleen de westerse betekenis zouden hebben gekend. Dan zou respect iets vrijwilligs zijn geweest. In iedere culturen waarvan vertegenwoordigers in groten getale in Nederland wonen, heeft zo’n dag wel zin (in zoverre dagen, weken, maanden jaren ‘van iets’ zin kunnen hebben), om je er aan te herinneren dat respect verplicht is. Bij niet nakomen van die verplichting is degene die zich tekort gedaan voelt, gerechtigd om passende maatregelen te nemen.

Zie Theo van Gogh.

15.11.2007

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Nog net geen hoeren

Gisteravond getuige geweest van een postmodern onheilig tafereel: een minister van de Kroon is bij Pauw & Witteman opgedraafd om haar voornemens toe te lichten aangaande de vraag hoe het nu verder moet met de integratie van mensen uit andere culturen die in Nederland zijn komen wonen. Ze geeft daar terecht een genuanceerd beeld van, maar brengt dat helaas niet al te welbespraakt onder woorden. Waarna ze wordt afgezeken door twee types die het, in tegenstelling tot die minister dus, wel hebben gemaakt in de postmoderne samenleving: te weten Jord Kelder en Heleen van Royen.

Een mooi stel; Jord ditmaal met roze bretels, een matig journalist die daar niettemin naar verluidt puissant rijk mee is geworden. En Heleen van Royen die de vulgariteit hors categorie bedrijft: die weet nog een sjiek media-event te maken van een vrouwspersoon die op een van haar feestjes de verslaggever van een roddelblad een kapot glas in het gezicht duwt – dat deden ze vroeger, volgens mij, alleen maar in de zeemanskroegen op Katendrecht, yohoho and a bottle of rhum.

Jord en Heleen kijken een beetje smalend en neerbuigend naar dat ministertje van de Partij van de Arbeid, Ella Vogelaar, dat zomaar met hen aan één tafel mag zitten. Jord (of Heleen, dat herinner ik me niet goed) onderbreekt Ella om haar vanuit de hoogte van zijn/haar maatschappelijke positie, waaraan mevrouw Vogelaar uiteraard niet kan tippen, ze is maar minister en bovendien staat ze pas op nummer 29 van het lijstje in Heleens nieuwe stoute blad, een gratis advies toe te bijten: 'Mens, haal eens ergens wat charisma'. Charisma, ja, dat heeft de nummer twee van datzelfde lijstje, wat denk je, Rita Verdonk, natuurlijk wel.

In de postmoderne samenleving zijn drie types mensen van belang: mensen met charisma (dat wil zeggen: een grote bek vol soundbites, maar in vredesnaam geen ideeën) journalisten die op geheimzinnige wijze rijk zijn geworden van hun werk en vrouwen met peilloze decolletés die nog net geen hoeren zijn.
Dat de plannen van mevrouw Vogelaar misschien wel eens zouden kunnen werken is van geen belang; ze moet gewoon doen wat Verdonk, Wilders en Kamp zeggen, dat partijtje van haar, de PvdA, is namelijk gedoemd te verdwijnen bij de komende verkiezingen, dus wat zeurt ze nou eigenlijk. Je ziet Van Royen en Kelder kijken: gaan we nog iets leuks doen, vanavond?

Ik zit hier nog wel vier jaar, brengt Vogelaar nog net in het midden. Dat is nog een geluk, voor ons allemaal: dat Heleen en Jord nog geen kans hebben gezien dat ontzettend saaie parlementaire systeem van evenredige democratische vertegenwoordiging te laten afschaffen.
Volgende aflevering: hoe verwond je iemand het zwaarst met een kapot glas? Daphne Deckers geeft een demonstratie terwijl Pauw & Witteman, net als gisteravond, geïnteresseerd glimlachend toekijken.

14.11.2007

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Partijtje

En toen ging het sardientjespartijtje alsnog door, zij het dan zonder sardientjes. Op maandagavond kunnen ze (bijna) allemaal wel. Ik zat er helemaal tussen te glimmen en dacht af en toe aan de tijd dat ze je elke morgen zo om je heen zag zitten, op de redactie, en dat je dat toen heel gewoon vond.

Als vanouds werden soepeltjes enige flessen geledigd, de laatste ontwikkelingen uitgewisseld. Een van de kinderen heeft een vriendinnetje dat zeer lang van huis weg mag blijven (‘voor je het weet ben je oma’, zei ik, tegen de verbijsterde moeder van het kind) een van de aanwezige dames was eigenlijk met zijn drieën, hoe is het mogelijk dat in zo’n frèle lichaam twee vrijwel kant en klare kinderen opgeborgen kunnen worden, een jongen en een meisje nog wel. De een was net terug van een vijfdaagse zakenreis naar Monaco, een ander stond op het punt om de zoveelste snelle stedentrip van het jaar te maken, ditmaal naar Barcelona.

En zo nog het een en ander. Hoe was het in Toscane, hoe was het in Australië. Een van de aanwezigen bracht een stapeltje mee van het culturele tijdschrift waar hij een belangrijk aandeel in heeft (hij schrijft ervoor, bedoel ik), het is een schande dat ik het niet maandelijks lees, al neem ik het altijd wel mee als ik het ergens zie liggen. Het is trouwens een uitstekend blad.

Nog maar één van het hele stel werkt bij de krant waar we tien jaar geleden allemáál nog werkten, en het viel me op dat er veel besproken werd, maar dat niemand nog de krant en de zich daar afspelende apocalyptische taferelen ter sprake bracht. Of het moesten die twee zijn die zich een paar minuten afzonderden, dat is niet onmogelijk.

En ik dacht er aan dat de krant, die wij ooit beschouwden als het culturele en intellectuele middelpunt van ons leven en dus dat van Zuid-Limburg, inmiddels vervangen was door dat cultuurblad, door weblogs, door een wereldomspannend muzikaal netwerk, door de regionale radio ook nog, door de kunstcollectie van een grote onderneming hier ter stede.

Maar ik begon er maar niet over.

Waar ze gelukkig wel over begonnen was het volgende evenement: iedereen maakt een onderdeel van een tiengangendiner, sleept dat naar Maastricht alwaar een onafzienbaar slempen een aanvang kan nemen.

Dan is die tweeling er al en is het nieuwe jaar ook al aangebroken.

Gelukkig wordt het, door de geringe frequentie, nooit meer zo gewoon dat je er gedachteloos aan voorbijgaat.

13.11.2007

Zie een eerdere column van Sante Brun

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Avondmaal

Hij is overduidelijk een door alle wateren gewassen ober. Een oberkelner, misschien wel, in de meest ouderwetse zin van het woord. Keurig in het pak, het kelnersmes professioneel half uit de broekzak hangend, een martiale snor, een kale kop. Maar op de een of andere manier is hij niet de ober die je verwacht in dit type restaurant. Het is er meer eentje voor in een dekselse bistro in een grote stad. Waar hij ook nog een beetje dronken moet zijn.

Want hij bemoeit zich uitdrukkelijk met de klanten. ‘Aha, hij eet alleen aardappelen. Vegetariër dus.’ Nee, hij eet ook geen groenten, dus een vegetariër kun je hem niet noemen. ‘Alleen aardappelen, zo zo.’ Ja, frieten, bijvoorbeeld. ‘OK, frieten.’

Eerst nog even over dat restaurant. De uitbater, Rico, woont nog altijd in zijn ouderlijk huis, waarin ook het restaurant gevestigd is – in twee nederige woningwetwoningen uit de tijd van de woningnood, ik schat ze op 1947. Ooit, dertig jaar geleden, toen Rico nog een klein jongetje was, dreven zijn ouders in het huis op de hoek een goed beklante bakkerij. Maar Rico volgde horeca-onderwijs, liep stage bij culikoning Bocuse en begon, na een grondige verbouwing van beide panden, een restaurant. Sinds kort is het zelfs een ‘lounge-restaurant’, Rico gaat niet alleen met zijn tijd mee, hij heeft ook een zeer goede hand van koken. Hij serveert een dagelijks veranderend menu waar de klant maar weinig invloed op heeft: je kiest voor drie, vier of vijf gangen, vlees of vis of vegetarisch, en dan is het afwachten geblazen.

En dan is er die ober, pardon: oberkelner. Die een wat bazige manier heeft je het menu bekend te maken en de beperkte keuze, en iets mompelt van: ‘Wij gaan jullie eens lekker verwennen.’ Wij komen uit de loungestoelen en gaan aan tafel. Waar een geanimeerd gesprek begint over van alles en nog wat. En de ober, die bedrijvig, maar professioneel de ongeveer vijftien gasten bedient, vangt er flarden van op – en mengt zich in het voorbijgaan in de discussie. ‘Ja, dat vind ik ook,’ bijvoorbeeld.

Hij noemt Djamila ‘het meisje’, waar ze ontstellend de pest over in krijgt, noemt zowel mij als onze zonen om beurten ‘jongeman’, legt uit wat de gerechten zoal omvatten die hij achtereenvolgens op tafel brengt.

Bij het hoofdgerecht – ‘het meisje’ en ik hebben vis, de ‘jongeman’ aan de overkant wild – hebben we wel een opmerking: alle smaak van het geserveerde is effectief gesmoord in nootmuskaat, het lijkt wel of de strooibus per ongeluk is leeggevallen. Een opmerking daarover komt niet goed aan bij de ober, hij staat er wat verslagen bij en zegt dat hij het zal doorgeven.

Even later loungen we nog even met een digestief, en dan duikt Rico op, die het ruime gebruik van nootmuskaat verklaart met een verwijzing naar zijn genetisch materiaal. ‘Mijn moeder is er ook gek op.’

Dan zijn er dus drie die zich met mijn avondeten bemoeien.

12.11.2007

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Oprispingen

‘Zit je net lekker een beetje te kletsen met Poetin (‘zeg maar Wlodja, Ivan Petrowitsj!’) over een leuk weekend mountainbiken in Siberië, van de winter, scheelt toch evengoed weer vijf miljard omzet voor onze economie, komt die kletsmajoor van Verhagen aan de telefoon, of ik wel voldoende over de mensenrechten heb gesproken. Laat zich sturen door dat linkse gespuis in de Tweede Kamer. Nee, dan heeft Wlodja het beter voor elkaar, die wordt ook niet meer door het parlement en de pers voor de voeten gelopen en kijk eens hoe goed het gaat! En natuurlijk heb ik tegen Wlodja gezegd, dat hij zijn beleid wat handiger moet verkopen.’

Waarmee maar weer gezegd wil zijn dat mijn Nederlandse identiteit sinds dat telefoongesprek, plus twee feiten van gisteren, zich binnen een etmaal duchtig van mij vervreemd heeft.

Het ene feit is natuurlijk dat Nederland in de VN heeft meegestemd met landen als Amerika en Israël, die geen debat willen over het gebruik van een klein soort atoombommen – tegen de vijand maar ook tegen de eigen soldaten. Die dingen heten natuurlijk anders: verarmd uranium, dat klinkt beter als je het afschiet op eveneens verarmde bevolkingsgroepen buiten Europa. Nederland deed dat in de stijl van Poetin: niks vragen aan het parlement en niks zeggen tegen de pers, het scheelt weer tien miljard voor onze economie.

En het derde punt is natuurlijk dat die dikke mevrouw van de VVD, hoe heet ze ook weer, o ja: Erica Terpstra nu eens duidelijk en in niet mis te verstane termen, met wapperende onderkin, tegenover Pauw & Witteman te kennen gaf dat Nederlandse sporters gewoon hun bek moeten houden over de mensenrechtensituatie in China. Sport heeft niks met politiek te maken, zei ze letterlijk, alsof het groot nieuws was dat haar filosofisch brein ineens onderweg naar Hilversum had opgeboerd. En het scheelt weer vijftig miljard voor de Nederlandse economie. Dat zei ze er niet bij, maar vooral Paul Witteman had er wel begrip voor, en zat er wat gegeneerd bij toen Jeroen Pauw, in zijn onbezonnen overmoed, nog het een en ander tegenwierp. Erica had het gemakkelijk, die verwees naar de reglementen van de Olympische Spelen, en die hadden we niet zo gauw bij de hand.

Je mag de vergelijking niet maken natuurlijk, maar Hitler hield in 1936 die Olympische Spelen in Berlijn toch vooral om zijn misdadigersregime enigszins salonfähig te maken – wat voor Nederland niet had gehoeven, want nog lang daarna bleef Hitler een bevriend staatshoofd.

Naar België emigreren dan maar? O gut nee, daar begint binnenkort de burgeroorlog. Jan Peter en Erica staan al aan de grens te popelen. In de eerste plaats om de vluchtelingen tegen te houden. En verder: zo’n oorlog naast de deur scheelt toch weer enkele miljarden voor onze economie.

Nu nog goede banden aanknopen met het vastgoedgebeuren, zowel boven als onder de grond. Nog niet kan becijferd worden wat dat gaat schelen, qua economie. Maar als je het handig speelt, hou je er een paar grijpstuivers aan over.

10.11.2007

 

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Als je op tv komt is er waarschijnlijk iets mis met je

Vrijdag was het Goednieuwsdag, en voor mij is dat dan vooral Misverstanddag. Want goed nieuws is geen nieuws, neem dat aan van iemand die dat aan den lijve ondervonden heeft. Op de tv hoorde ik dezer dagen iemand een voorbeeld van goed nieuws noemen: dat het Nederlands korfbalteam een internationale wedstrijd had gewonnen. Ja, zo kan ik het ook. ‘De regering van Soedan heeft gewonnen van de inwoners van Darfur’. Ook goed nieuws.

Nee, maak jezelf niets wijs. Nieuws kan, ook om praktische redenen niets anders zijn dan een uitzondering op de regel. Veruit het grootste deel van wat op de wereld elke dag weer gebeurt, kun je scharen onder ‘goed nieuws’, namelijk wanneer alles gewoon zijn gangetje gaat. Met dat elke dag vermeld worden? ‘Gisteren heeft bijna iedereen weer goed ontbeten, heeft zonder noemenswaardige incidenten acht uur gewerkt, is thuis gekomen en heeft het avondmaal genoten in de schoot van zijn/haar gezin, heeft nog naar Pauw en Witteman gekeken, is naar bed gegaan, heeft daar wel/niet enige vorm gegeven aan de huwelijkse plichten en is met een grimlach op de lippen in slaap gevallen’.

Dat wat betreft het goede nieuws. Dat is dus helemaal geen nieuws, dat is namelijk wat we al verwacht hadden en dat ook is uitgekomen.

Van het allerbelangrijkste ‘goede nieuws’ wordt, zover mij bekend, nergens ooit melding gemaakt. En dat is dat de zon vanmorgen is opgegaan. De grootste ramp die de mensheid kan treffen, dat is als de zon op een ochtend niet opgaat, is dan ook meteen groot nieuws. Bijna het laatste grote nieuws, want zonder zon kunnen we het niet erg lang uithouden.

Je kunt het ook zo zien: de krant is niet dik genoeg voor al het goede nieuws, en de krant zou bovendien al zijn abonnees verliezen omdat het een saaie krant zou zijn, met ‘nieuws’ dat iedereen al weet of minstens verwacht.

Het eenvoudige uitgangspunt van de gehele journalistiek: nieuws bestaat uit liefst onverwachte feiten die nog niet algemeen bekend zijn en waarvan verwacht mag worden dat ze de interesse van het grote publiek zullen trekken.

Nieuws is dus bijna altijd slecht nieuws – ik zou de cirkel rond kunnen maken door te zeggen: anders was het namelijk geen nieuws. Heb ik ook vaak gezegd tegen mensen die graag met dit of dat in de krant wilden: als je in de krant komt, dan is er waarschijnlijk iets mis met je.

Ach, wat een lang stuk toch weer. Ik had me kunnen beperken tot: geen nieuws, goed nieuws. Geen tijding, goede tijding. Im Westen nichts Neues, zoiets.

11.11.2007

 

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Oprispingen

‘Zit je net lekker een beetje te kletsen met Poetin (‘zeg maar Wlodja, Ivan Petrowitsj!’) over een leuk weekend mountainbiken in Siberië, van de winter, scheelt toch evengoed weer vijf miljard omzet voor onze economie, komt die kletsmajoor van Verhagen aan de telefoon, of ik wel voldoende over de mensenrechten heb gesproken. Laat zich sturen door dat linkse gespuis in de Tweede Kamer. Nee, dan heeft Wlodja het beter voor elkaar, die wordt ook niet meer door het parlement en de pers voor de voeten gelopen en kijk eens hoe goed het gaat! En natuurlijk heb ik tegen Wlodja gezegd, dat hij zijn beleid wat handiger moet verkopen.’

Waarmee maar weer gezegd wil zijn dat mijn Nederlandse identiteit sinds dat telefoongesprek, plus twee feiten van gisteren, zich binnen een etmaal duchtig van mij vervreemd heeft.

Het ene feit is natuurlijk dat Nederland in de VN heeft meegestemd met landen als Amerika en Israël, die geen debat willen over het gebruik van een klein soort atoombommen – tegen de vijand maar ook tegen de eigen soldaten. Die dingen heten natuurlijk anders: verarmd uranium, dat klinkt beter als je het afschiet op eveneens verarmde bevolkingsgroepen buiten Europa. Nederland deed dat in de stijl van Poetin: niks vragen aan het parlement en niks zeggen tegen de pers, het scheelt weer tien miljard voor onze economie.

En het derde punt is natuurlijk dat die dikke mevrouw van de VVD, hoe heet ze ook weer, o ja: Erica Terpstra nu eens duidelijk en in niet mis te verstane termen, met wapperende onderkin, tegenover Pauw & Witteman te kennen gaf dat Nederlandse sporters gewoon hun bek moeten houden over de mensenrechtensituatie in China. Sport heeft niks met politiek te maken, zei ze letterlijk, alsof het groot nieuws was dat haar filosofisch brein ineens onderweg naar Hilversum had opgeboerd. En het scheelt weer vijftig miljard voor de Nederlandse economie. Dat zei ze er niet bij, maar vooral Paul Witteman had er wel begrip voor, en zat er wat gegeneerd bij toen Jeroen Pauw, in zijn onbezonnen overmoed, nog het een en ander tegenwierp. Erica had het gemakkelijk, die verwees naar de reglementen van de Olympische Spelen, en die hadden we niet zo gauw bij de hand.

Je mag de vergelijking niet maken natuurlijk, maar Hitler hield in 1936 die Olympische Spelen in Berlijn toch vooral om zijn misdadigersregime enigszins salonfähig te maken – wat voor Nederland niet had gehoeven, want nog lang daarna bleef Hitler een bevriend staatshoofd.

Naar België emigreren dan maar? O gut nee, daar begint binnenkort de burgeroorlog. Jan Peter en Erica staan al aan de grens te popelen. In de eerste plaats om de vluchtelingen tegen te houden. En verder: zo’n oorlog naast de deur scheelt toch weer enkele miljarden voor onze economie.

Nu nog goede banden aanknopen met het vastgoedgebeuren, zowel boven als onder de grond. Nog niet kan becijferd worden wat dat gaat schelen, qua economie. Maar als je het handig speelt, hou je er een paar grijpstuivers aan over.

10.11.2007

 

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun





Foto 'Stormschade in Purmerend' op Nu.nl

Wat anders dan storm in glas water

Zo gaat alles stiekem aan mij voorbij. Eergisteren is er een stroomstoring geweest in mijn deel van Zuid-Limburg, die wel twee uur duurde. De mensen staken de open haard aan, lees ik vanmorgen in de krant, dineerden bij kaarslicht, waren blij dat ze gaskookplaten hadden en gingen op straat, voor het eerst van hun leven, met de buren de toestand in de wereld bespreken. Sufferds zijn het, hier in Parkstad Limburg: jullie moeten zorgen voor een geboortegolf over negen maanden! Doe het eindelijk eens in het donker, in plaats van voor de digitale videocamera!

 

Ik woon midden in dat gebied, maar ik ben weer overgeslagen. Ja, de plafondlamp knipperde één seconde, en het mailtje dat Djamila aan het tikken was, moest opnieuw, maar mijn pc bleef gewoon draaien. Stroomstoring, ja ja. Ik word werkelijk overal buiten gehouden.

Dat geldt ook voor het weer.

Door het raam van de werkkamer zie ik de koolmezen en roodborstjes vredig pikken aan de zonnepitten die ik vanmorgen op de voederplank heb gelegd. Bomen en struiken in de tuin wiebelen, als ik goed kijk, een beetje op een zwak windje. Intussen blijft de radio uitzinnig brullen dat er buien over het land trekken met zware tot zeer zware windstoten, dat de zee binnenkort alle Waddeneilanden mitsgaders Den Haag en omstreken definitief zal verzwelgen en dat er op de wat langere termijn nog veel ergers op komst is.

Erwin Krol probeerde de gemoederen ietwat te temperen, maar had het gisteren toch over rondvliegende dakpannen en takken. Maar intussen weten de koolmezen, en dus ik, van niks. Zij zijn het enige dat hier rondvliegt. En het heeft vannacht zo te zien geregend.

Wat is er aan de hand?

Goed, die stormvloedkeringen hebben zat geld gekost, die moesten eens een keer uitgeprobeerd worden. Ze deden het! Daar gelukkig geen uitstel van jaren zoals bij alle wegen en spoorlijnen van dat mooie ministerie.

Vroeger, toen ik nog bij de GPD werkte, maakten we daar wel eens voor de grap van die rampverhalen, in de trant van het beroemde verhaal van Godfried Bomans over de uitslaande brand. Misschien staat zo’n verhaal nog altijd ergens in een mapje op de computer te schimmelen, en hebben ze hij Verkeer en Waterstaat ook een inlogcode. Een storm uit betrouwbare bron, weer eens wat anders dan een glas water.

Minister Donner moet intussen definitief afgevoerd worden als hopeloos ouderwets. Die zei gisteren dat hij niet kon goedkeuren dat zijn mensen inbraken op de ‘site’ van de GPD. Zoiets als Maxime Verhagen die bij de voorvorige verkiezingen ging zitten chillen. Wat een losers.

09.11.2007

 

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Lepeltje met ingebouwde weegschaal

Van alle folders die wekelijks in de bus vallen, neem ik vooral de exemplaren door die gaan over techniek. Hoewel ik geen laptop, geen camera en geen gewone pc nodig heb, volg ik nauwgezet de tarieven, ondanks de frustratie die het oplevert: vorig jaar betaalde je nog een schep geld voor een redelijke laptop, nu krijg je voor de helft van dat bedrag een superlaptop; ik noem maar een avontuurlijk voorbeeld.

De mooiste folders komen gelukkig niet al te vaak. Het zijn de folders waarin de nieuwste vindingen tegen de hoogste tarieven beschikbaar worden gesteld. En dat is niet het belangrijkste: het zijn ook meestal volstrekt nutteloze, sterker nog, volstrekt belachelijke uitvindingen. Als voorbeeld heb ik hier de fraai uitgevoerde folder van Pro Idee voor me liggen. Alleen al die teksten: ‘Eindelijk een fraaie kerstboomstandaard. En ongelooflijk gemakkelijk’.

Eerst even dit: mijn horloge komt uit die folder en ik ben daar al jaren zeer tevreden over. In deze folder heb ik fraaie steunkousen tegen trombosebenen gevonden die ik ga bestellen. En het aan de zonneklep te bevestigen Bluetooth handsfree telefoonapparaat ziet er ook aantrekkelijk uit.

En soms kan Pro Idee het ook niet helpen. Bijvoorbeeld dat Nederland intussen dusdanig opgewarmd is, dat er vrijwel nooit meer sneeuw valt die een dagje blijft liggen, zodat de ‘eerste inklapbare hightech-rodelslee met schokdemper in nylon draagtas’ misschien nooit uit die tas komt, en de rodelslee waarbij pappie achterop staat ondergaat hetzelfde lot. Daar staat tegenover dat de slaapzak in de vorm van een maanpak weer ideaal is, als het een beetje koud is hoef je daar nooit meer uit te komen. Hoewel: de folder voorziet ook in elektrisch verwarmde schoenen en handschoenen, die weer niet in die slaapzak passen, dus dat wordt weer Die Qual der Wahl.

Maar een leren deken, pantoffels die op echte schoenen lijken, de echte fluit van een Engelse bobby (ik bedoel een muziekinstrument) een bril die golfballen beter vindbaar maakt, een pak kaartjes waar je vliegtuigjes uit kunt vouwen, een globe met het heelal er op, een batterijlader die op een batterij loopt, parels van echt glas, de vloermat van de Engelse herenhuizen, daar ben ik uren zoet mee. Water kookt bij 100 graden, maar Pro Idee weet het beter: een waterkoker met instelbare temperatuur! Edelstalen ballen voor in de tuin! Een lepeltje met ingebouwde weegschaal!

En uiteraard een matje dat zorgt dat u van de haren van uw hond verlost bent, een supersonisch apparaat dat zorgt dat uw hond niet meer blaft en een andere machine waardoor hij geen beestjes meer krijgt. Het wachten is op een apparaat dat de hond zelf doet verdwijnen.

En dan is er een apparaat waarmee u uw lievelingsstropdas volautomatisch te voorschijn laat komen. Plus een vliegtuigje dat je door de kamer kunt laten vliegen.

Ik kan nog lang doorgaan, maar mijn stukje wordt dan te lang. Nou goed, de hittebestendige siliconenstrips dan nog maar waarmee je je koolrolletjes kunt dichtbinden.

Ben ik toch weer mooi een uurtje zoet geweest.

09.11.2007

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun

Gassen

In Geleen staat een grote fabriek die ammoniak maakt, voor de kunstmestfabricage. Het ziet er ingewikkeld uit, maar het is een eenvoudig proces: in de fabriek wordt aardgas (CH4) verbrand (in onvoorstelbare hoeveelheden) waardoor grote hoeveelheden waterstof ontstaan, die in het verder productieproces wordt verbonden met stikstof uit de lucht, waardoor amoniak, NH4OH, ontstaat, grondstof voor de productie van kunstmest.

Waar is de C dan gebleven? Juist, die heeft zich verbonden met de zuurstof die voor de verbranding heeft gezorgd tot CO2, en die wordt door de ammoniakfabriek niet de lucht in geblazen, maar afgevoerd naar een bedrijfje elders op het terrein, dat de CO2 reinigt en vervolgens verkoopt aan luitjes die CO2 nodig hebben: Spa en Coca Cola, bijvoorbeeld. En de disco. Uiteindelijk komt die CO2 dus toch in het milieu terecht natuurlijk, met name via de boeren en scheten van Homo sapiens.
Het ministerie van Landbouw & Voedselkwaliteit, L&V, wil wat aan vermindering van CO2-uitstoot doen, niet van mensen, maar van koeien. Want koeien eten dan wel geen uien of bruine bonen, van broekhoesten hebben zij niettemin kaas gegeten, om maar eens een ingewikkelde beeldspraak ten beste te geven.

Overigens gebeurt aan de achterkant van een koe een klein wondertje: wat er uit komt is ongeveer hetzelfde als er bij de ammoniakfabriek is ingegaan: methaangas, en dat is hetzelfde (ongeveer) als aardgas. Om de boel niet al te zwaarwichtig op te vatten zit er ook nog wat lachgas (N2O) bij, en dat komt doordat de koe gras eet dat bemest is met kunstmest.

Waar niemand over schijnt te praten is dat koeien niet alléén gras eten, maar ook allerlei andere spullen die bijvoorbeeld gemaakt worden van planten die groeien op grond die is vrijgekomen door (illegaal) kappen van regenwoud in Brazilië en met een groot en naar stookolie stinkend schip naar Europa worden vervoerd.

Dus een boer die beweert dat zijn koe milieuneutraal is, die liegt gewoon.

Ach jongens. In Nederland zijn natuurlijk veel te veel koeien, we zitten met miljoenen varkens die ook hun uitlaatgassen niet binnenhouden en de vraag is: kunnen kippen ook scheten en boeren laten? Daarnaast zijn er zestien miljoen mensen of daaromtrent, op dit ene kleine lapje grond, die allemaal, ook om eens wat te lachen te hebben, boeren en scheten laten; er rijden zeven miljoen auto’s die er ook wat van kunnen, en dan zijn er natuurlijk de amoniak- en andere fabrieken, zie boven.

Dus om nou die arme koeien de schuld te geven – terwijl ze feitelijk echt een wonder van recycling zijn: het methaangas dat in fabriek wordt verwerkt tot kunstmest, komt er immers aan de achterkant van de koe weer ongeschonden uit. Waar eens over gedacht moet worden is om koeien te fokken die aan de achterkant een gaskraan hebben, waarop een slang kan worden aangesloten die het gas afvoert naar de gasfles. Hoogwaardige technologie, daar waren we toch zo goed in?

08.11.2007

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun

Camieleke weer naar Straatsburg?

Rijksweg 73, zo heet de autoweg officieel, maar wij zeggen natuurlijk allemaal A73. En, om precies te zijn: de A73 Zuid. Via Limburgia, meldt L1 televisie al trots. Afgelopen zaterdag met rode oortjes het artikel in het Limburgs Dagblad gelezen waarin uit de doeken werd gedaan hoe het komt dat we niet zes weken, maar nog bijna een jaar moeten wachten voor die weg eindelijk open gaat.

Het artikel in het LD meldde wat we eigenlijk al dachten: bureaucratie bij het ministerie van verkeer, onbekwaamheid bij aannemers en onderaannemers, en omgekeerd. En angsthazerij, geen verantwoordelijkheid durven nemen voor volkomen veilige zeer korte tunnels, die echter nog wel ietsje veiliger kunnen, alsof ze twintig kilometer lang zijn. Ik ga dat nu hier niet zitten herhalen, ik volsta er mee te zeggen dat ik na lezing dacht: dit gebeurt volgens mij alleen maar rond de Middellandse Zee en ten oosten van de Wolga.

Nee, ik moest zondag naar Nijmegen, en dan heb je dus volop gelegenheid het een en ander aan een praktijkproef te onderwerpen.

Eerst een pluspuntje: de onontwarbare chaos van de afgelopen zomermaanden leek achter de rug, we kwamen zonder problemen en zonder letterlijk een doodlopend bos in gestuurd te worden, Roermond voorbij. Daarna mochten we zelfs een gereedliggend stukje nieuwe autoweg op, een kilometer of zeven, waarna we weer in de chaos werden gestort. Na een poosje kwamen we er achter – en dat bleek vooral op de terugweg nuttig – dat je vooral borden die met plakband of gele magneetstrepen ongeldig waren gemaakt moest beschouwen als richtinggevend.

Dus draaiden we de Zuiderbrug in Venlo op – die voor de helft alweer afgeschaft bleek – en richtten de motorkap richting Nijmegen. Grote borden boven de al meer dan tien jaar oude, brede en volstrekt onbelemmerde autoweg: Nijmegen doorgestreept. Ik zag even geen andere mogelijkheid, dus bleef ik maar rijden. De doorstreping bleef hardnekkig van kracht, maar de weg liep gewoon door, dus wat wil je. En zo kwamen we keurig op tijd bij de afslag Malden/Mook (nooit de afslag Dukenburg nemen: altijd file) en konden wij ons klokslag 1300 uur aan een welvoorziene dis scharen.

Op de terugweg hetzelfde verhaal: nu stonden de gele strepen over de naam Maastricht, een aanwijzing die je eerst een tijdlang moet volgen als je naar Heerlen wilt. Dat moet je als eenvoudige weggebebruiker maar begrijpen. Ik adviseerde Djamila (zij reed, ik had natuurlijk weer gedronken) een paar willekeurige afslagen op en af en zo kwamen we wonder boven wonder weer terecht in de bouwchaos rond Tegelen.

Ik zou zeggen: Lange leve Karla Peys (in vredesnaam in Zeeland blijven) en Camieleke Eurlings (kan die niet weer naar Straatsburg?) het hele angsthazenzootje van Verkeer en Waterstaat en incompetente (en het zou me niet verwonderen: corrupte) aannemerdom!

07.11.2007

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun

En nu naar bed

Ach, dat boek is absoluut niet slecht, het enige nadeel dat het heeft is dat het is geschreven door die pompeuze aansteller. Tirza had van mij ook mogen winnen, ook al zat me die op de enkels hangende onderbroek van de buurman eerlijk gezegd ook wel een beetje dwars in het keelgat. Tussen haakjes zou ik willen wijzen op het feit dat Grunberg misschien wel het minst blij was met de nogal openhartige opmerkingen die tijdens de uitzending van de uitreiking van de AKO Literatuurprijs werden gemaakt over de ‘oplossing’ van zijn boek. Ik heb die in mijn stukje nog in het midden gelaten omdat ik vond dat een deel van de spanning daar van af zou kunnen hangen.

 

Wat natuurlijk helemaal fout was: dat de literatuur weer eens was opgeborgen in de hoek waar ook stoffige oude schilderijen aan de muur hangen terwijl literatuur, en zeker de beide romans Schervengericht en Tirza zich gelukkig niet meer afspelen op sjieke kastelen als Het Loo. Dat gedoe met die koetsen, wat een toestand. Hoewel de volslagen bezopen Van der Heyden er op de een of andere manier wel in paste. Waarom durfde trouwens niemand te noemen dat Schervengericht gaat over regisseur Roman Polanski en de moordenaar van diens vrouw Sharon, Charles Manson? Dan had je ook kunnen zien dat het allemaal weinig met sjieke literatuur in stoffige salons te maken had.

Heeft Rita Verdonk doorgehad dat het boek over die twee ging? Ik heb er geen idee van, volgens mij dacht ze dat het meer een handboek voor het gevangeniswezen was, en je zag haar terugverlangen naar de tijd dat ze al haar onderdanen stevig achter de tralies kon houden.

Goedele Liekens, dat is een vrouw naar mijn hart, die wordt namelijk met het klimmen der jaren steeds mooier. En wat een hartstochtelijke recensie gaf zij voor de vuist weg ten beste over het boek van Dimitri Verhulst – ik had bijna de neiging het te gaan kopen. Ook P&W werden zwaar gefascineerd door onze Vlaamse zielkundige, het had niet veel gescheeld of ze had het hele uur volgeklapt, zunne. Vlaams is trouwens een prachtige taal om boeken in te bespreken, hoorde ik. Moeiteloos ga je samen de diepte in, zal ik maar zeggen. En het gezelschap in de diepte kan minder zijn dan Goedele.

Intussen speelde Arnon Grunberg samen met een kind van een jaar of acht met een prentenboek. Meer is nauwelijks nodig om te tonen dat deze grootste levende schrijver van het Nederlands taalgebied (Hugo Claus schrijft namelijk niet meer, meen ik) een zeer origineel en creatief mens is, op de rand van het pedofiele, zal ik maar zeggen.

Ik zag ook nog een reïncarnatie van Herman Brood rondlopen, die was uitgenodigd in een mislukte poging het geheel naar een algemeen geldend cultureel niveau te tillen.

En toen Adrie met behuilde ogen, het haar recht overeind, half uitgekleed en zwaaiend met het champagneglas uit de kamer van prins Hendrik waggelde, dacht ik: en nu naar bed!

06.11.2007

 

Reacties op Plein 06|11

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun

Slordig

Ja, dat vonden wij op de redactie ook altijd heel vervelend, we beschuldigden zelfs de redactionele netwerkbeheerder van achtervolgingswaan en wantrouwigheid tegenover collega’s: dat je, eerst elke dag, later elke week en nog later elke maand, het wachtwoord moest wijzigen waarmee je je toegang verschafte tot de computer waarop het redactiewerk werd gedaan. Ook wisselden we vrolijk wachtwoorden met elkaar uit en eisten dat er een lijst met wachtwoorden op de redactie gehangen zou worden, wat een flauwekul toch allemaal, het werk werd er bovendien door gehinderd; je moest bijvoorbeeld in de ‘bak’ van een collega kunnen die vergeten was een belangrijk artikel dat morgen in de krant moest, vrij te geven. Kortom: journalisten zijn trots op hun eigen slordigheid.




Kop uit de Volkskrant van heden.


Dat is allemaal al heel lang geleden, toen de redactiesystemen van kranten feitelijk nog naar buiten toe geheel afgesloten waren, de artikelen konden nog niet eens bij de advertentie-afdeling terecht komen en gingen van de redactie alleen maar een verdieping lager, naar de opmaak.

Tegenwoordig is dat wel anders. Verslaggevers en andere (freelance)-medewerkers hebben van buitenaf toegang tot het systeem en hoewel in de meeste systemen wel ‘branddeuren’ zijn aangebracht, brengt de snelheid van het werk met zich mee dat die branddeuren bewust worden omzeild en op grote schaal wachtwoorden worden uitgewisseld. Ik hoor dat de wachtwoorden zelfs nog maar om de drie maanden worden veranderd. Bij de GPD zelfs een heel jaar niet.

En dus werd er ook niet voor gezorgd om wachtwoorden onbruikbaar te maken van collega’s die naar elders vertrekken en ineens ‘de concurrentie’ (ander medium) of zelfs ‘de vijand’ (voorlichter, bijvoorbeeld bij een ministerie) worden, en dat tegelijk alle wachtwoorden op de redactie worden vernieuwd, zodat ongewenste toegang onmogelijk wordt.

Dat is dus bij de GPD gebeurd; in het vuur van de strijd was het veranderen van wachtwoorden een beetje nnaar de achtergrond geraakt, wat kon er ook gebeuren? Ik schat dat hoofdredacteur Marcel van Lingen op dit moment zoveel boter op het hoofd heeft dat hij, alvorens te overwegen aangifte te doen, eerst eens duchtig onder een hete douche moet gaan staan. Ik hoor dat hij en zijn medewerkers het weekend hebben gebruikt om de wachtwoorden te wijzigen, dat was niet nodig geweest als er op ‘normale’ wijze was gewerkt met de beveiliging van het systeem.

Er is veel veranderd, op de redacties, de afgelopen jaren.

Maar lekker slordig en vrijgevochten en brutaal zijn we gelukkig gewoon gebleven.

05.11.2007

 

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun





God de vader volgens Michelangelo

Gottogot

Over mijn godsbegrip hoeven we het hier niet te hebben. God bestaat niet, want hoe zouden we aan god moeten komen? Die kan alleen maar opgekomen zijn in een menselijk brein. Hoe en waarom, dat kan me absoluut niets schelen. God bestaat niet en godsdienst helaas wel, dat is ‘helaas’ gezien het aantal oorlogen en de hoeveelheden moord, doodslag, leugen en bedrog die er door zijn veroorzaakt.

Maar ik lees nu het boek The God Delusion van Richard Dawkins, en ik merk dat ik dat allemaal veel te eenvoudig geformuleerd heb. In het boek, dat ruim vierhonderd pagina’s telt, toont Dawkins inderdaad aan, zoals van hem verwacht mocht worden, dat god niet bestaat, en omdat ik dat al dacht had ik dat boek eigenlijk niet ter hand hoeven nemen; maar het blijkt dat er veel meer bij komt kijken dan te zeggen: jullie hebben hem uitgevonden, val mij er niet lastig mee.

Nee, Dawkins wil bijvoorbeeld dat we nadenken over de vraag of we onszelf deïsten vinden, dan wel theïsten, of misschien atheïsten of zelfs agnostici. Dat laatste vindt hij een laf standpunt, omdat een agnosticus (‘ik weet het niet’) ruimte laat voor het bestaan van god, en alleen maar de discussie uit de weg wil gaan. Zo had ik het nog niet bekeken, ik heb het altijd sjiek gevonden om agnosticus te zijn; het klinkt ook beter dan het wat hatelijk klinkende atheïst. Maar nu hoor ik van Dawkins dat ik leefde in een misverstand; ik dacht namelijk dat een atheïst tégen god is, en dat kan natuurlijk alleen maar als god bestaat, je kunt niet tegen niks zijn, en dus was ik geen atheïst.

Maar omdat ik begrijp dat een atheïst vooral iemand zónder god is, verklaar ik me bij deze tot atheïst. Het is trouwens wel even wennen.

The God Delusion is overigens een schitterend boek waarin en passant de halve wereldgeschiedenis, de exacte wetenschap, en met name de biologie, het grootste deel van de filosofie en zo nog het een ander de revue passeert, vrolijk gelardeerd met de ene kwinkslag na de andere. Voorbeeld van dat laatste: in 1917 viel, ten overstaan van zeventigduizend pelgrims in Fatima, de zon van de hemel en raakte de aarde uit zijn baan. (Dat is nog wat anders dan het decor van André Rieu). Het blijft gissen hoe het kwam dat die zeventigduizend mensen dat allemaal zagen. Maar wat eigenlijk verbazingwekkender is: dat buiten Fatima en in de rest van de wereld niemand iets bijzonders opmerkte. ‘En zo geïsoleerd ligt Portugal nu ook weer niet,’ aldus Dawkins.

Ik heb pas een kwart van het boek uit en het is vorig jaar direct na verschijning zo uitgebreid besproken in een ware storm van polemiek, dat ik er verder maar het zwijgen toe zal doen. Maar als u nog twijfelt, en ook als u niet twijfelt, vooral als u niet twijfelt, dan moet u dat boek toch eens lezen. Zelden heb ik voor veertien euro zoveel uitstekende waar gekocht.

04.11.2007

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun

Scheet

Achter me staan zes leidinggevende biografieën van Hitler die ik allemaal met grote interesse heb gelezen. Een arme gek, in drie woorden; nou ja, arm, ligt er maar aan wat je daarmee bedoelt. In ieder geval een gek wiens gekte een heleboel luitjes in zijn tijd goed uitkwam, zo lang als het duurde en succes had. Je moest wel heel wat verduren, als de duistere snor en spuuglok beroepshalve je dagelijkse gezelschap was, met name de urenlange monologen waren berucht onder Hitlers aanhangers.

En nu zie ik ineens dat het gratis dagblad DAG, dat vooral bekend staat om de leuke grappen met het woord DAG, achter de scoop van de eeuw is gekomen, achter een feit dat ik vergeefs heb gezocht in de duizenden pagina’s over Hitler die ik met rode oortjes tot me heb genomen.

Hitler hoestte namelijk broek. En niet zo’n beetje. DAG brengt het met een geinige kop: Hitler stonk een uur in de wind. Voelu um? Wind! De grote Leider van het minstens zo grote Duitse Volk stond de godganselijke dag te ruften; zijn entourage haalde enigszins opgelucht adem als de leider der bruinhemden (bruinhemden! voelu um?) naar de plee moest, want het laten van scheten ging ook nog wel eens gepaard met natte emanaties, een teken dat er weer een scheut diarree onderweg was. Hitler ging als het ware over zijn bruine hemd een bruine trui aantrekken die hij eerst nog moest breien.

Ik haal even de DAG aan: ‘Hitler probeerde op verschillende manieren van zijn vervelende kwaal af te komen. Hij besloot mede om deze reden vegetarisch te worden. Vlees zou een te zware belasting vormen voor zijn maag en darmen. In een vleesloos leven zouden zijn scheten minder stinken, dacht hij.’

Dat is nu zo tragisch: ben je de alleenheerser van West-Europa, vermoei je de wereld met je toespraken en je gaskamers (gaskamers!) zou je eigenlijk overal schijt aan kunnen hebben – doe je alle mogelijke moeite te zorgen dat je niet stinkt! Nee, dan Lodewijk de Veertiende, die zat gewoon de hele dag op de pot en denk maar niet dat ze in Frankrijk AirWick hadden in die tijd. Zelfs een beetje wassen onder de armen en in het kruis was er niet bij, in de hogere kringen werden daarover de wenkbrauwen gefronst.

Maar Hitler dus niet, die wilde van het gestink af, misschien vond hij het zelf ook wel erg stinken, hoewel ik weinig mensen ken die hun eigen lucht onuitstaanbaar vinden.

Hoe dan ook, ik heb twee vragen, waarvan er een mij wordt aangereikt door een van de mensen die reageerden op het bericht in DAG: ‘Willen wij dit weten?’ En de andere vraag is uiteraard: waarom komen we daar nu pas achter? Hoe komt het dat die boeken achter me er geen melding van maken?

Maken ze er geen melding van? Misschien is het me ontschoten omdat ik het geen belangrijk aspect van de Voerder vond, toen ik die boeken las, kan best. En denk maar niet dat ik nu al die duizenden pagina’s weer ga zitten doornemen op zoek naar de scheten van Hitler. Dat lukt niet in een poep en een scheet, zou ik op populaire toon willen opmerken. En er is geen reet aan, bovendien.

01.11.2007

 

Reacties op Dorpsplein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Dokter

Nooit eerder heb ik er op deze plaats over geschreven, maar nu moet het toch.

Ruim een dag vóór Kerstmis 2001 werd Djamila getroffen door een hersenbloeding en raakte voor enige tijd in coma.

De volgende morgen, de dag voor Kerstmis, was ik al weer vroeg op de intensive care van het ziekenhuis en trof daar de dienstdoend arts. Ik vroeg hem naar zijn bevindingen en hij sprak toen de gedenkwaardige woorden: ‘Als die nog ooit wakker wordt, dan wilt u haar niet meer in huis hebben. Wij moeten na Kerstmis trouwens eens even dringend spreken, want wij gaan hier natuurlijk geen kasplantjes in leven zitten houden.’ Waarna de goede man met grote stappen wegliep, mij, ook zonder die opmerkingen al voldoende verbijsterd, met stomheid geslagen achterlatend.

Gelukkig bleek iemand anders de behandelend arts en Djamila was en is lichamelijk enigszins gehandicapt als gevolg van de beroerte, maar ze hobbelt alweer bijna zes jaar min of meer vrolijk rond, en werkt gewoon als voorheen.

Over de opmerkingen van die leuke dokter hebben we nog eens ons beklag ingediend bij het ziekenhuis; de leiding was een en al begaanheid en wij merkten uit de persoonlijke contacten die wij hadden met de Raad van Bestuur en anderen in het ziekenhuis, dat men aldaar ook niet altijd even tevreden was over het sociaal optreden van de hier bedoelde medicus. Maar ze deden er verder niets aan. Althans, wij hebben niks meer mogen vernemen. Ook goed.

Waarom ik er nu dan nog eens over begin? Vanmorgen staat de krant vol met overlijdensadvertenties van de betrokken dokter. De toon van de advertenties is die welke hoort bij ‘van de doden niets dan goeds’.

Ik vind dat niet zo’n goed spreekwoord, eerlijk gezegd. Dáárom heb ik dit stukje geschreven.

31.10.2007

 

Reacties op Dorpsplein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Dit is onmiskenbaar Nederland

Klompen, Delfts Blauw, allemaal tot je dienst. Maar als er iets tot de Nederlandse identiteit hoort, dan is het de broodjeszaak waar ze witte puntjes en bruine bolletjes royaal besmeren met ‘goeje boter’ en daarop een dikke kwak halfom, tartaar, ei, ossenworst, paling of garnaal.

Je zou verwachten dat ze dat op Schiphol, pardon: Schiphol Plaza trots laten zien, naast de klompen en het Delfts Blauw, als onderdeel van de Nederlandse identiteit. Hoezo slecht eten in Nederland? Wat is er nóg lekkerder dan een broodje halfom?

Maar ben je gek. Direct na aankomst op de nationale luchthaven loop je tegen een tent aan die Juggler’s heet, waar ze op het idee zijn gekomen zich de hele dag al uitpersend door een berg sinaasappels heen te werken; en verder kun je er, of er direct naast iets oerhollands als ciabatta met carpaccio krijgen, ik zweer je dat het waar is. En waarvan de productie zo lang duurt dat je het niet kunt kopen omdat je trein over twaalf minuten vertrekt.

 

En dat ziet er allemaal zeer schrijnend uit, voor iemand die rechtstreeks aankomt vanaf het zonovergoten vliegveld van Pisa in Italië. Daar kun je bij een enorme counter heerlijk verse maar kant-en-klare dingetjes mee krijgen, die horen tot de Ital;iaanse identiteit, zoals broodjes met tomaat, mozzarella en rucola, met ham of salami, of mortadella; natuurlijk ook wel citrussap en vooral koffie. Maar aan dat idee hebben ze op Schiphol, pardon: Schiphol Plaza, natuurlijk niks, en omdat ik maar twaalf minuten heb kan ik helaas geen volledige inspectie doen, en bijvoorbeeld een achteraf gevestigde Marokkaan vinden die wèl een broodje halfom wil en kan serveren.

Ik moet dus naar het perron, want de trein staat op vertrekken en in die trein is ook niks te krijgen, natuurlijk, zodat ik met het trieste vooruitzicht op drie uur rammelende maag de roltrap afdaal.

Nee wacht, er staat een automaat! Marsen en Nutsen, dus, maar ook een pakje met twee stroopwafels. Licht verheugd werp ik het geld in, de wafels storten in een gat onderin de machine en ik buk me om ze eruit te halen. Op dat moment slaat me een piswalm in het gezicht: hier heeft een Hollander met de juiste mentaliteit zijn plasje gedaan, tegen de automaat. Ik aarzel bij de wafels, maar komaan: de verpakking lijkt goed dicht. Ik kom overeind, hap in de oeroude, keiharde stroopwafel en met de eerste hap gaat een dikke wolk sigarenrook mee naar binnen van een hufter die naast me staat te roken.

Hartelijk welkom: dit is onmiskenbaar Nederland! En smakelijk eten!

30.10.2007

 

Reacties op Dorpsplein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Smaak

Zelfs bij de nationale knuffelbeer, Jan Wolkers, is nog een poging gedaan om vraagtekens te zetten bij zijn eetgedrag. Let even wel: Jan Wolkers was natuurlijk absoluut geen knuffelbeer en van nationaal moest hij al helemaal niks weten en eerlijk gezegd was zijn kennis van flora en fauna ook beperkt, zij het van aandoenlijke aard.

 

De man was nog niet op kamertemperatuur, of deze of gene al wist te melden dat de lijstduwer van de Partij voor de Dieren zich wel eens te buiten ging aan ganzenlever. Ganzenlever, nota bene, het product waarop de gehele dierenbeweging zich de laatste jaren concentreert, als het symbool van de perverse en verdorven wijze waarop het mensdom om pleegt te gaan met het dierenrijk en deszelfs inwoners.

Maar ik heb wel eens goede ganzenlever geproefd en als die niet zo duur zou zijn, zou ik dat schitterende product wel eens vaker willen eten. Gelukkig lijkt het me ook niet erg gezond.

Dat zijn drie aantrekkelijkheden: het is duur, het is lekker, en het is pervers. Wat wil de smulpaap nog meer.

Het verschil tussen ‘absoluut niet kunnen’ en ‘geheel en al toegestaan’, zit hem in de wijze van benadering. Mensen die roepen dat ze ganzenlever, en kaviaar, en Dom Perignon eten cq drinken omdat ze het zich kunnen veroorloven, ‘ik vind er geen flikker aan, maar je maakt er wel de blits mee’, die zou dus verboden moeten worden deze en dit soort producten te nuttigen. Geef ze een kroket of een frikadel, dat vinden ze uiteindelijk eigenlijk lekkerder. Laat ze zich niet verder pijnigen.

Maar laat Jan Wolkers en ik nu maar genieten. Wij hebben er niet zozeer verstand van, maar we weten de smaak, het mondgevoel, de afdronk als het ware, ten volle te waarderen. En in die zin kan de lijstduwer van de Partij voor de Dieren juist ganzenlever eten en rauwe tonijn van jonge blauwvinnen en voorbeeldig gebraden lijsters nuttigen, is dat in zekere zin verplicht. Gewoon omdat hij en ik de desbetreffende dieren juist eer aan doen door hun smakelijkste onderdelen te savoureren, gepaard doen gaan met perfecte voor- en hoofdgerechten, met wijnen als nectar.

26102007bistecca En als wij het alleenvertoningsrecht krijgen, dan is er ook geen sprake meer van gevaar voor uitroeiing. En hoeven er ook geen duizenden Franse boeren meer fois gras te maken. Eén, hoogstens twee, dat is voor mijn verbruik ruim voldoende.

Heden vlieg ik ten koste van het milieu naar Italië. Maar ik ben geëxcuseerd, want morgenavond eet ik een bistecca fiorentina van een kilo. Daarvoor moet ik naar Florence, natuurlijk. Perfect krokant aan de buitenkant, rauw en warm van binnen, vlees dat smelt op de tong. Dat rund in de Valdichiana heeft er als het ware zelf toestemming voor gegeven.

26.10.2007

Reacties op Dorpsplein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Algemene

Algemene opluchting, wat zeg ik, vrolijke opwinding, zang en dans bij onze jongens en meisjes die de Hollandse driekleur wapperend houden in Tarin Kowt, Afghanistan. Niet alleen mogen ze nog twee jaar blijven in dat prachtige land met die mooie bergen, fraaie vergezichten en spannende avonturen; ze krijgen er ook nog allerlei hulp bij van solidaire NATO-landen.

In de vreugde wordt trouwens gedeeld door Eimert van Middelkoop, minister van Defensie (die overweegt zijn departement om te dopen tot Ministerie van Oorlog). Die heeft in Noordwijk veel hartverwarmende steun mogen ontvangen, ook van Jaap de Hoop Scheffer die niet onder stoelen of banken stak dat vooral dankzij het feit dat hij een geweldige patriot en originele Hollander is – tijdens het slotdiner had hij geinig beschilderde klompen aan – onze jongens en meisjes niet alleen in Afghanistan mogen blijven, waar ze zo op hadden zitten vlassen, maar dat het nu pas echt feest gaat worden.

Eerst was er het detachement Gurkha’s, die nu instructie krijgen dat ze dat gevaarlijke mes alleen mogen gebruiken tegen de Taliban – ze waren meteen al begonnen met het fileren van een van de smakelijke Hollandse dames aldaar. Dan komen er vijftig Georgiërs die beschikken over de originele voorladers waar de Afghanen in de negentiende eeuw al met zoveel schade en schande kennis mee hebben gemaakt. Er komen maar liefst tachtig Hongaren, die naar verluidt half maart te paard naar Afghanistan afreizen en die bij aankomst, als verrassing, de biefstuk zullen serveren die zij al die weken die de reis duurde onder het zadel mals hebben gekneed. Ook Slowakije stuurt mensen; die komen per Skoda, een model uit de jaren vijftig dat bekend staat om zijn oerdegelijkheid.

Frankrijk stuurt instructeurs. Stuurde instructeurs, want nu is het toch handiger gebleken, en ook veiliger, dat de instructeurs op hun basis in Toulouse blijven – ‘als jullie nu gewoon die Afghanen daarheen brengen,’ hebben ze gezegd tegen Eimert, ‘dan maken wij er wel soldaten van.’ Handenwrijvend kwam Eimert uit dat overleg te voorschijn, dat spreekt vanzelf.

En er is meer. Spanje stuurt een lading zonnebrandcrème waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum aanstaande is, Noorwegen overweegt tien skiërs te sturen (ski’s worden uiteraard door Nederland geleverd) Roemenië en Bulgarije sturen tien ton oud brood (‘dat sparen wij uit de mond van onze zigeuners’) en een half flesje wodka en Italië overweegt een zending hampuntjes (wel echte Parmaham) door langdurig koken voor consumptie geschikt te maken en daarna naar Tarin Kowt te zenden.

Schotland stuurt een doedelzakspeler, althans een cd van een doedelzakspeler, want het is bekend dat het geluid van een doedelzak in Afghanistan zo verschrikkelijk wordt gevonden dat de Taliban er spontaan van op de vlucht slaat. Wat Oostenrijk ertoe heeft gebracht hetzelfde te doen met pianoconcerten van Mozart.

En Vlaanderen stuurt vijf Walen die in de weg staan bij het formeren van een nieuw kabinet. ‘Dat mes snijdt aan twee kanten,’ zei de demissionaire minister uit Brussel.

Let wel: het gaat hier om toezeggingen, men heeft uitsluitend een inspanningsverplichting op zich genomen, daar in Noordwijk.

En dan nu de beurskoersen. Doordat in de Amerikaanse staat Iowa een automobilist zonder benzine is komen te staan, is de prijs van een vat olie boven de 200 dollar gestegen, en de dollar wordt nu gratis uitgedeeld.

25.10.2007

Reacties op Plein

Naar boven

Scroll voor meer columns van Sante Brun




Meer columns van Sante Brun

 

Het is makkelijker om door te gaan met columns
schrijven dan om er mee te kappen

Sante Wilhelmus Giuseppe Brun werd in november 1938 geboren in Nijmegen. Zijn vader was een 'allochtoon', namelijk een naar Nederland geëmigreerde Italiaan. Hij bezocht een kansarme lagere school maar maakte dat ruimschoots goed door het diploma hbs-a te halen op het wereldberoemde Canisius College. Omdat studeren er niet in zat, ging Brun om onopgehelderde redenen op zoek naar een baan in de journalistiek. Zo kwam hij in oktober 1959 terecht op het kantoor van het dagblad Ons Noorden in Leeuwarden, katholiek en gevestigd tegenover de gevangenis en de Bokmafabriek. Hier leerde hij de eerste beginselen van het mooiste vak van de wereld van de beheerder en samensteller van deze website.

Lang hield hij het daar niet uit, want de lokroep van Nijmegen was sterk en op 1 januari 1960 begon Sante Brun als leerling-journalist bij het dagblad De Gelderlander, onder leiding van de uitvinder van de journalistiek, Louis Fréquin, inderdaad, de vader van.

Na daar ruim zeven jaar het hele vak te hebben geleerd volgde hij alweer een lokroep, maar nu die van het grote geld, naar het Limburgs Dagblad in Heerlen. Daar schopte hij het na 30 jaar tot columnist. Na 32 jaar schopte het zelfs tot vutter.

Maar omdat het makkelijker is om door te gaan met columns schrijven dan om er mee te kappen, schrijft hij sinds 1999 zijn (vrijwel) dagelijkse columns op zijn eigen website, http://santebrun2.blogs.com. En af en toe ook nog eentje in het Limburgs Dagblad.

15.01.05

Sante in 1959
Sante als aankomend journalist in 1959.

 

Doorsturen

Naar boven