Marcel Möring is Dante
Door Sante Brun
Je denkt dat je de literatuur een beetje bijhoudt, ontdek je een boek dat blijkbaar de Bordewijkprijs heeft gewonnen en waarvan je nooit hebt gehoord. Van een schrijver van wie je wel had gehoord, maar van wie je nog nooit iets had gelezen. Het is Marcel Möring, en aan de hand van dat bekroonde werk van hem, getiteld DIS, zou ik willen stellen dat Marcel Möring de schrijver is die Adrie van der Heijden had willen worden.
DIS is in het Engels vertaald en heet ‘In A Dark Wood’, en dat is jammer, want hoewel in dat duistere woud in het centrum van Assen zich belangrijke delen van het leven van de hoofdpersoon, Jakob Noach, afspelen, gaat het boek toch wel degelijk over DIS – helaas kwam ik er ook pas laat achter dat DIS de helse stad in de Divina Commedia van Dante Alighieri is, die in dat boek Dite heet – ik heb het ooit gelezen maar ik legde het verband niet.
En toch is dat het eerste van een talloze reeks schitterende feiten in en rond dit boek. Het speelt zich af tegen het decor van de liederlijke feesten die traditie zijn aan de vooravond van de TT-motorraces in Assen – allengs blijkt dat Assen door Möring bedoeld en door diverse romanfiguren zo begrepen althans tijdens dat ‘feest’ te vergelijken valt met Dantes Hel. Met een beetje goede wil kun je de Jood van Assen, een marskramer, beschouwen als Vergilius, die Dante rondleidt in de Hel.
Objectief beschouwd zijn de passages waarin de bacchanalen en vechtpartijen der motorrijders worden beschreven een pakkende reportage, maar de stijl, de woordkeuze, doen Assen uitstijgen boven het banale, de stad wordt werkelijk Dite en Möring wordt Dante.
Jakob is de kleinzoon van een doodarme Joodse schoenmaker in Assen, die, net als de vader van Jakob, niet toegelaten wordt tot de plaatselijke middenstandsvereniging. Jakob studeert in Amsterdam en gaat te laat terug naar Assen, in 1942, te laat omdat zijn ouders en zijn tweelingbroer Heijman al afgevoerd zijn naar een Duits vernietigingskamp. Zelf wordt hij door mensen uit Assen ondergebracht in een hol onder de grond in het bos, de Drentse Aa, dat direct grenst aan het centrum van Assen.
Jakob begint een lingeriezaak die warenhuis wordt en uiteindelijk bezit hij een groot deel van het centrum van Assen en wordt hij steenrijk. Nog voor het boek goed op gang komt, verongelukt hij in zijn Citroën DS, en daarna begint het pas.
De ongelooflijk mooi beschreven zwerftochten door het bos en door de stad geven gelegenheid alles, maar dan ook alles van Jakob Noach te analyseren en te fileren. Hoewel ik van lang niet alles de bedoeling begreep, werd ik zeer gegrepen door de beschrijvingen van mensen en situaties in soms originele vormen – er zit zelfs een strip in het boek, en een hoofdstuk dat uit één zin van een pagina of twaalf bestaat.
Möring laat zich er niet bijzonder op voorstaan, maar het boek getuigt van een geweldige belezenheid en eruditie. Ik bewonder ook zijn lenig en inventief proza – en toch een heel prozaïsch proza.
Alles culmineert een aantal malen in het machteloze verdriet van Jakob over de verdwijning van zijn ouders en zijn broer, zijn wanhoop om de verdwijning uit zijn geheugen van het gezicht en vooral de geur van zijn moeder. Daardoor kan hij van niemand echt houden, kan hij niet echt van het leven, van zijn rijkdom, van zijn kinderen genieten. Keer op keer bedenk je: gelukkig is hij al dood en waart hij in zijn dandy-achtige witte kostuum alleen postuum rond in Assen.
Aan het eind van het jaar komt het tweede deel uit, want DIS is het eerste deel van een trilogie. Ik kijk er reikhalzend naar uit.
Marcel Möring – Dis, uitg. Ulysses/De Bezige Bij
