Wie is online
2 bezoekers online
Schrijf ons

Je kunt ons altijd schrijven via de contactpagina. Daar vind je ook richtlijnen, voor het geval dat je mail-notificaties wenst bij nieuwe 'posts' aangaande Best. 

Rubrieken
Opinie of niet?

ls een post op deze site begint met wat in de typografie heet een initiaal, zoals de A hier, bevat zij een mening of interpretatie van de schrijver.

English?

Translation by Google in Chrome: please, click the right mouse button and select 'English'.

Archieven
november 2007
Z M D W D V Z
 123
45678910
11121314151617
18192021222324
252627282930  

Niet alleen het oude Brabant

Waardevolle inventarisatie werk schilder Jan Strube

Jan Strube (Amsterdam, 1892 – Prinsenbeek, 1985) mag dan vooral gezien worden als de schilder en tekenaar van het oude Brabant, uit een recent verschenen monografie, tevens een poging tot inventarisatie van zijn omvangrijk oeuvre, blijkt dat hij zo nu en dan een zijpad insloeg. Ook valt nu pas op, hoeveel overeenkomst Strube had met de al even nostalgische en romantische Anton Pieck, al durf ik eraan toe te voegen dat hij technisch diens niveau misschien wel overstijgt.

strube
Zo zag Jan  Strube zichzelf op middelbare
leeftijd.
Volgens dochter Sonja Strube, was haar vader nogal in zijn wiek geschoten als vergelijkingen met Pieck werden gemaakt. Met andere woorden: hij was trots op zijn eigen stijl en techniek. Het grootste verschil was dat Pieck bekender was bij het grote publiek.
Anton Joosen woonde en woont nog steeds aan dezelfde weg als destijds Jan Strube: de Zanddreef in Prinsenbeek (in letterlijke zin tegenwoordig dreef noch zandweg). Toch bekent hij dat hij de kunstenaar nu pas echt heeft leren kennen. Het is Joosen gelukt, ruim 470 werken van Strube op te sporen, waaronder stadsgezichten (Breda, Delft, Heerlen, Arnhem, Alkmaar, Middelburg, Veere, Parijs, Brugge, Gent,  Luxemburg) stillevens, portretten, sprookjesachtige taferelen, politieke prenten en spotprenten, impressies van markten en kermissen.

Strube blonk vooral uit in de (al dan niet ingekleurde) steendruk. In interviews zei hij altijd, dat hij daarmee mensen dacht te plezieren die unica als olieverfschilderijen en tekeningen niet konden betalen.

begijnhof_strube
   Het Begijnhof van Breda was bij Strube een geliefd onderwerp.

Zondagmorgenversje

Wat zonnig-stille stemming weer,

In Begga’s prop’ren Hof!

De deurtjes, ruitjes, blinken teer

En kennen rag noch stof

In vromen eenvoud krult het zand

’n Rand langs ’t klinkerpad;

Deed dat niet een der zustren hand,

Terwijl ze dacht en bad?

Elk heeft haar tuintje voor de deur,

Door maagdenpalm omdeeld.

Er leeft ’n zoete bloemengeur

En ’t kerkenorgel speelt

Het ‘Benedictus’ Hem ten lof,

Die wou den wereldvrêe

En heel de zoete zusterhof

Leeft in den lofzang mee.

Henri t’Sas (1877-1966)

(Jan Strube en Henri t’Sas waren vrienden.)

Anton Joosen schetst in zijn boek Het leven en werk van Jan Strube op zijn beurt een treffend portret van de nog steeds populaire kunstenaar, tegen de achtergrond van het toenmalige Bredase kunstleven, met beeldende kunstenaars als Paul Windhausen, Gerrit de Morée en Dio Roovers, naast schrijvende vrienden als Bert Voeten, Marga Minco enHenri t’Sas.

Guido t’Sas

Het boek van Joosen is helaas uitverkocht.

‘Die man maakt geschiedenis’

Over de schilder Jan Strube (1892-1985) en zijn betekenis voor Brabant

Door Guido t’Sas
In een romantisch groenomrankt landhuisje aan de rand van het Bredase Liesbos woont een man van wie een Brabantse burgemeester onlangs zei: ‘Die maakt geschiedenis.’ De man heet Jan Strube, hij is 73 jaar en schildert. Jan Strube schildert en tekent Brabant, al bijna veertig jaar. En zijn voorkeur gaat uit naar het oude Brabant; naar de tijd dat de boeren nog geen subsidie kregen, zo zegt hij zelf.

Die maakt geschiedenis. In een kamer die Jan Strube als permanente expositieruimte heeft ingericht, staat een reusachtig olieverfschilderij op de ezel. Het is eigendom van een bekende Brabantse garagehouder en de schilder heeft opdracht het een nieuw vernisje te geven. Je kan er wel een uur naar kijken.boeren_interieur

Het schilderij stelt voor, een Brabantse boeren herd rond 1900. Er is ongelofelijk veel op te zien. Een wit gemutste boerin zit breiend aan het haardvuur. Naast haar staat een rieten schommelwieg, waarin een zittend kindje het kluwen wol te pakken heeft gekregen. De ketel waterzingt aan de haal boven het vuur en de ronde, blank geschuurde tafel onder de petroleumlamp vertoont het beeld van een op handen zijnde broodmaaltijd. De rieten stoel tegenover de vrouw is verlaten en op de achtergrond ziet men dan ook door de geopende staldeur de boer bezig met het vee. De zijden spek, de hammen en de worsten hangen aan de zoldering. Op de schouw staan onder meer een koffiemolen, aarden kruiken, kommen en tinnen borden. Naast de trapleer, die kennelijk naar een zolderluik voert, een hoge ladekast. Voor de gordijnen van de bedstee slaat een jongen speels op de hand van een vrouw.
Dit alles is zo precies en technisch knap geschilderd, dat het lijkt of een fotograaf de kamer binnen kwam en flitste. Het kwam er allemaal haarscherp op, in kleuren: de gescheurde plavuizen, het roet tegen de schouwmuur, het loverwerk en de kettingen van de olielamp, de takkenbos bij het ovendeurtje en de valse plooien in het schoorsteenvalletje.

Jan Strube zegt: ‘Ik heb er ook een steendruk (zie repro hierboven) van. Er is veel belangstelling voor maar zo’n olieverfdoek is natuurlijk voor het doorsnee-publiek te duur. Ik geloof wel dat het origineel is want uit  de tijd dat waarop mijn onderwerpen betrekking hebben, zo’n vijftig, zestig jaar geleden’ (inmiddels een eeuw, tSs.)  stammen geen interieurs, het epigonenwerk daargelaten.
don_quichotteJan Strube was niet in de laatste plaats een satyricus. Dit olieverfschilderij <- uit 1934, dat in 2000 door Christie’s in Amsterdam aan een onbekende werd verkocht, is een satire op de kunstkritiek. De kunst dient zich aan de opvattingen van de kritiek te houden.

Documenten

Vele, vele litho’s en tekeningen die Strube in tientallen jaren heeft gemaakt, laat hij als het ware aan mij voorbij trekken. Steendrukken in krachtig zwart-wit en ingekleurd. Er is een prachtige publieke verkoping met een boerenerf vol mensen rond de afslager, een Brabantse broodbakster, een fragment van een pottenbakkerij in Leur, een oud kruidenierswinkeltje, een stilleven met boeren gerief, verdwenen dorpsgezichten en oude boerderijen. Het zijn stuk voor stuk documenten. Alles even fijn en gestoken. Anton Pieck, zeggen sommigen en daar zit veel in. Het is allemaal gemaakt uit eigen waarneming, voornamelijk in de Baronie van Breda. Strube: ‘Ze kwamen mijn deur voorbij’.

Van de gebruiksvoorwerpen heeft hij een grote verzameling aangelegd. Als je veertig jaar lang de kans hebt gehad in de boeren huizen rond te kijken dan ben je de antiekjagers wel voor geweest.

Jan Strube is in 1892 in Amsterdam geboren, genoot een gedegen ambachtelijke opleiding en betaalde zijn kunstacademie met zuur verdiend geld en hanteert na veertig jaar Brabant de vredige lijfspreuk: ‘Zoals het gaat is het wel goed.’

Ontzag en wantrouwen

Als kind heb ik met een mengeling van ontzag en wantrouwen gekeken naar Strube’s visie op het thema Kindeke Jezus in Brabant. Ontzag om de kennelijke realiteit: Jezus in een Brabantse stal. Kijk, de deuren staan open en de hele buurt komt er aan. Wantrouwen om het uiterlijk van de drie koningen. Het zijn drie knoeperds van boeren, van wie er een – de grootste – een kolossaal brood onder de dik ingepakte arm en ’n stuk of wat eieren in een toegeknoopte zakdoek aan de knoestige vingers draagt. Hij nodigt zijn makkers met een eeltige verweerde hand uit tot het benaderen van de heilige familie. Een andere koning draagt een geplukte kip aan de poten…Huh, moet ik toen hebben gedacht. En die gezichten…die gezichten… die deden werkelijk de deur dicht. Als die kerels eens het hart in het lijf hadden om dicht bij het Kindje te komen. Nee, ik draaide me met afgrijzen om.
De dichter Bert Voeten heeft in zijn jonge journalistieke jaren Jan Strube eens de schilder van het psychologisch moment genoemd. Het is de beste typering die men aan een belangrijk deel van zijn oeuvre kan geven.

kaasmarkt_alkmaarJan Strube kwam uit Amsterdam en deed af en toe in Noord-Holland, wat hij in Brabant deed. Hier –> de kaasmarkt van Alkmaar.

Naast het gepoetste, het fijne werk, waaraan vooral documentaire waarde moet worden gehecht, heeft Strube zeer expressieve stukken gemaakt. Zijn Christus in Brabant is daar een voorbeeld van.

Sterk sprekend is ook De Varkenskoop, het moment waarop twee boeren de transactie bezegelen met de handslag. De spanning van het ogenblik weerspiegelt zich in de gezichten. ‘Wie niet in die grimas gelooft, moet maar gaan kijken op een veemarkt’, zegt Jan Strube.
Interessant is ook zijn Processie in Hoogstraten – de waardig schrijdende bruiden met het Mariabeeld, de nieuwsgierig of eerbiedig kijkende mensen langs de kant. Het is moeilijk te geloven, dat Strube dit zo goed als uit z’n hoofd in z’n atelier schilderde.

Het nageslacht zal het werk van Jan Strube met steeds groter nieuwsgierigheid benaderen. Nu al geven zijn stukken situaties weer die nergens in Brabant meer bestaan.

Naar mate het nieuwe Brabant groeit en industrialiseert, bouwt en mechaniseert, stijgt zijn monumentale waarde. De burgemeester die zei ‘Jan Strube maakt geschiedenis’, zou wel eens gelijk kunnen krijgen.

Update 04|02|07
Dit verhaal over de beeldend kunstenaar Jan Strube  (1892-1985)  en zijn betekenis voor Brabant is een bewerking van een artikel dat Guido t’Sas  in 1965 schreef voor het Eindhovens Dagblad.

Jan Strube zeventig jaar

Door Henri t’Sas (1962)
Bejaard worden moge een verdienste genoemd worden ten aanzien van de ‘weloverwogen’ houding die men tegenover de tand des tijds heeft aangenomen, het mag niet als maatstaf gelden, althans niet kwalitatief, voor hetgeen in artistieke zin door de betrokkene aan de gemeenschap werd geschonken.
Het moge eveneens waar zijn dat een jeugdwerk uit het leven van een beeldend kunstenaar niet de artistieke waarde vertegenwoordigt van die welke op rijpere leeftijd werd getoond – 70, 80 of 90 jaar – men dient zich objectief te plaatsen tegenover het ganse oeuvre van de kunstenaar.peerke_raes_naar_litho_jan_En dan luidt onomwonden: speciaal Brabant moet zich dankbaar tonen tegenover een kunstschilder, Amsterdammer van geboorte, die zich na zoveel jaren zodanig in de psyche, de omgeving en het dagelijks doen en laten van ons volk heeft ingeleefd, dat we hem mogen en moeten aanzien als een der meest kunstzinnige werkers op het vlak der beeldende kunst.

Wanneer wij hier citeren, wat we eens uit zijn mond vernamen: ‘Geen kunstenaar heeft het recht het detail van het door hem behandelde te negeren’, dan staan we meteen voor zijn tekentechniek, die ‘volks’ en zeer precies genoemd moet worden.

<- Peerke Raes, personage uit het toneelstuk De Vuurwolf  van Henri t´Sas, naar een litho van Jan Strube

Jan Strube werd op 20 september 1892 geboren. Hij is lid van ‘De Onafhankelijken’ van de Vereniging tot Bevordering van de Grafische Kunst ‘Pictura’, van ‘De Bredasche Kunstkring’ en nam deel aan ontelbare tentoonstellingen, o.a. aan die van de ‘Levende hedendaagse meesters’, aan die van de Brabantse Kunst te Eindhoven. Zijn werk prijkt in het Rijksprentenkabinet te Amsterdam, in het Gemeentemuseum te Den Haag, in Boymans te Rotterdam, in het Provinciaal Museum te Den Bosch, in ons Stedelijk Museum te Breda, in Praag, in Budapest, in Toronto…

Jan zit daar rustigjes in ons Brabantse Beek, aan de Zanddreef 12 en werkt er onafgebroken in ’n stilte die men hoorbaar mag noemen. En zal daar, in zijn ateliers te zijnen huize, van 21 tot en met 30 september a.s. aan zijn bewonderaars – en die zijn niet te tellen – laten zien wat een bejaard kunstenaar van palet op doek weet te strijken.

indieganger_1947We menen al eens meer opgemerkt te hebben, dat Strube zich door geen enkel ‘isme’ gegrepen voelt. Hij staat er weliswaar niet a priori vijandig tegenover, hij prakkizeert eenvoudig niet over een zwenking naar het hupermoderne. Probeer geen zijner schilderstukken op hun kop te zetten….je merkt dat direct.

Jan Strube: Indiëganger (1947) –>

Een veertigtal werken exposeert hij thans, de Grafische Kunst inbegrepen. In ’t smaakvol ingerichte beneden- en bovenatelier hangen en staan zij daar tegen de witte wanden en bieden een helder inzicht in ’s meesters kunnen. Dit inzicht is gevormd uit het evolutionair ontwikkelen van zijn artistieke gaven. Een 35-jarig verblijf, hoofdzakelijk op het Brabantse platteland schonk ons ’n schat van – we mogen wel zeggen – specifiek Brabantse karakteristiek. Brabant uit ’t verre verleden, uit ’t heden en, ja, uit de nabije en misschien wel zeer verre toekomst. Dit laatste heeft hij uitgebeeld in zijn sterke, kleurrijke allegorieën, zijn symboliek, zeer gedurfd somtijds maar steeds raak en gewetensvol afgewerkt. Nu en dan vraagt men zich af (en dit geldt speciaal voor de op het bovenste atelier geëxposeerde werken)…is dit Strube? Zijn Kindeke Jezus in Brabant, zijn Strevende Brabant, zijn boeren en boerinnen…geen ander dan Strube kan u dit zó verbeelden. Maar er zijn doeken, grote doeken, zo aangrijpend van tragiek, satire en humor tegelijk dat men moeite moet doen om aan te nemen dat deze producten zijn van éénzelfde palet en penseel.

Artikel in Dagblad De Stem, 1962

Henri t’Sas (Breda, 1877-1966) was schrijver, journallist, kunstcriticus en voordrachtkunstenaar.

2 Reacties op “Niet alleen het oude Brabant”

Reageer