Wie is online
1 bezoekers online
Rubrieken
Weer

Klik op de plaatsnaam voor meer info.

Sociale Media & RSS





Tweet de voorpagina

augustus 2012
Z M D W D V Z
« jul   sep »
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
262728293031  

De ridders van de ronde tafel

(Ontleend aan de tekst Het Vogeltjestapijt, een non-fictief fictief probeersel van mij uit 1993. Ze sluit aan op de stukjes over ijskelders, no.1 en no.2. De tekst gaat hoofdzakelijk over het gebruik van de ijskelder op Wolfslaar door r.-k. voortrekkers –scouts vanaf 17 jaar- rond 1950 voor hun bijeenkomsten en rituelen.

Het kan anno nu misschien op de lachspieren werken, maar toen was het een bloedserieuze aangelegenheid.
Wolfslaar heet in de originele tekst Wolfsdonk. Dat heb ik zo maar gelaten.)

avondwake_vt
De avondwake die vooraf ging aan de installatie van een voortrekker.

De Den was, ongeacht het jaargetijde, een kil, vochtig hol, zonder enige voorziening van belang – geen elektra, geen sanitair. Wat je er achter liet, gaf je prijs aan de verrotting.

De uit voorzorg gemeniede olielamp die aan het zenit van het gewelfje was opgehangen liet gestaag zijn condensdruppels vallen op de ronde tafel en oxideerde bij het leven.
Ook het gordijn dat tussen – wat heet – de vestibule en de eigenlijke
zitruimte hing was object van een versneld verteringsproces. Maar toch was
De Den zoiets als een gewijde ruimte. Ze was alleen toegankelijk voor
leden.
De ronde tafel was symbolisch. Ze herinnerde aan die van de legendarische
koning Arthur en zijn ridders. En ridderlijkheid, in de zin van
hoffelijkheid en hulpvaardigheid, was een eigenschap die de leden van de
beweging zich trachtten eigen te maken. Periodiek speelde die tafel een rol
in de Ronde Tafel Bijeenkomst.

De Ronde Tafel Bijeenkomst (RTB) verliep volgens een nauwkeurig vastgelegd
protocol. Maar reglementen zijn er om van af te wijken. Zo vermeldde een
van de eerste bepalingen een frequentie van ongeveer viermaal per jaar. De
praktijk was niet ver verwijderd van één keer in vier jaar. De
voortrekkers (VT’s) werden geacht individueel naar Wolfsdonk te zwerven,
zich onderweg ‘door gebed en bezinning voorbereidend op de RTB’.
Het protocol vervolgt:
    
     ‘In De Den brandt voor de beeltenis van Maria een kaars. Door een
     teken met de klok worden de VT’s opgeroepen, zich in De Den te
     verzamelen. Zij stellen zich op naar ouderdom van installatie.
     Vanaf het ogenblik dat de stamleider de St. Jorisvlag binnendraagt,
     verstoren zij ongevraagd de stilte niet. Na de St. Jorisvlag treden
     oubaas en aalmoezenier binnen. De oubaas leidt de bijeenkomst. Is de
     vlag op de daarvoor bestemde plaats gebracht en zijn oubaas en
     aalmoezenier op hun plaats gekomen, dan brengt de hele stam het
     saluut aan de vlag. Hoeden af  (tot en met sluiting en gebed).
     Op aanwijzing van de oubaas begint de oudst geïnstalleerde VT zijn
     verslag, nadat de oubaas hem de brandende kaars heeft overhandigd
     met de woorden: ‘Accipe lampadem ardentem’, ter herinnering aan de
     woorden bij het H. Doopsel gesproken: Ontvang de brandende kaars en
     bewaar uw Doopsel onberispelijk. Onderhoud Gods geboden, opdat gij,
     wanneer de Heer ter bruiloft komt in vereniging met alle Heiligen,
     gij hem in het hemels hof tegemoet kunt gaan en leven in de eeuwen
     der eeuwen. Amen.’

Wie heeft dit allemaal bedacht? Studenten aan de Katholieke Hogeschool in Tilburg (voorloper UvT), geïnspireerd door de aalmoezenier?
En stond er eigenlijk wel een Mariabeeld in De Den? Wel herinnert schrijver zich de toelatingsceremonie van een voortrekkersgast. ‘n Soort ontgroening:

Terwijl hij was geblinddoekt, hield men hem een flesje ammoniak onder de
neus.
Wat is dit?
Het ruikt naar ammoniak.
Klopt, dat zit in de urine van een drachtige merrie.
Zulke dingen.
(Het gezicht dat de aalmoezenier hierbij trok.)

Wat stond er ook weer in het reglement over het zogenaamde zwakke geslacht? ‘Tegenover meisjes is de VT beleefd en hoffelijk, maar niet verlegen. Weltfremdheit wordt met hekeling gestraft.’

-0-

Naschrift

De riten van de voortrekkers en hun reglement kwamen uit het brein van studenten onder hen, die vaak op de middelbare school klassieke talen hadden gehad. Als bewust praktiserende katholieke jongeren waren ze ook vertrouwd met het kerklatijn en gregoriaanse gezangen. Het zou me niet verwonderen als een van de bedenkers van reglement en riten een jongen was die later, overigens tot algemene verrassing, aankondigde, in te treden in de abdij van Rochefort (B.) Leden van ‘de stam’ zijn er nog eens naar toe gefietst, wat in die tijd, op zware ‘Hollandse’ rijwielen zonder versnelling, een hele prestatie was.

De bijeenkomsten in De Den werden steevast afgesloten met het zingen van: In manus tuas, Domine, commendo spiritum meum, naar een kruiswoord van Christus: ‘In uw handen, Heer, beveel ik mijne geest.’ Het Gregioriaanse gezang vind je hier op YouTube. Joseph Haydn zette de Sieben Kreuzworte op muziek (solozang met begeleiding van een strijkkwartet). Dit ‘In manus tuas’ staat ook op YouTube. Hier.

Ik had het in een van de hiermee verbonden stukjes over ‘een dierbare jeugdherinnering’. Daaruit mag men gerust concluderen dat ik van de ‘vorming’  die van deze r.-k. jeugdbeweging uitging – maar die wij, zoals ik al aangaf behoorlijk naar onze hand konden zetten – geen enkel nadeel heb ondervonden, eerder integendeel. Ik behoor dus niet tot degenen, die in de loop van de daarop volgende decennia van secularisatie en ‘afstand nemen van het geloof’, uiting meenden te moeten geven aan een zekere frustratie. Van mij zijn wat dat betreft geen schadeclaims te verwachten.

Zie ook: Kampeer-trektocht in 1955

En: Vloeiweide

Reageer